Voorlopig nog geen topoverleg Suriname

DEN HAAG, 3 MAART. Het door Suriname gevraagde politieke topoverleg met Nederland over de stand van de bilaterale betrekkingen en de omvang en opzet van financiële steun uit Den Haag komt er niet op korte termijn. Dat overleg mag niet mislukken en moet daarom eerst op ambtelijk-diplomatiek niveau worden voorbereid. Daarover zijn beide landen het eens, zo blijkt uit nota's die zij de afgelopen weken hebben gewisseld.

Vorig jaar oktober meldde de Surinaamse president, Wijdenbosch, dat Paramaribo een topgesprek wilde vóór minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) welkom was voor afspraken over de besteding van ontwikkelingsgeld. Wijdenbosch had opheldering geëist over de Nederlands-Surinaamse relatie en de interpretatie van het Ontwikkelingsverdrag van 1975, toen Suriname onafhankelijk werd, en het in 1992 getekende Raamverdrag van beide landen. Er staat nog een bedrag van circa 600 miljoen gulden aan Nederlandse steun “open”, maar over besteding daarvan kan pas worden beslist door minister Pronk en zijn Surinaamse collega.

Nadat premier Kok en minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) zich vorig najaar bereid hadden verklaard tot het gevraagde topoverleg maar zeiden geen voorwaarden vooraf te wensen en zich evenmin naar Suriname te willen laten ontbieden, bleef het bijna drie maanden stil. Op 16 februari vroeg Suriname om een wederzijdse erkenning van het democratische en rechtstatelijke karakter van beide landen. Afgelopen vrijdag stelde Nederland voor het topgesprek ambtelijk-diplomatiek voor te bereiden. Gisteren reageerde Suriname met het voorstel: bilaterale overleg-commissies.