Vogels fluiten in een zeer verpest milieu

In de vredesakkoorden van Oslo staat dat Palestijnen en Israeliërs samen de milieuvervuiling zullen aanpakken. Maar het tegendeel is waar. Een riooloorlog is aan de gang.

WADI QANA, 3 MAART. Vogels fluiten. Er kabbelt een beekje. Het is adembenemend groen en stil in deze smalle vallei omgeven door rotsachtige bergen. Maar naast het bordje 'Natuurreservaat' stroomt een rioolbuis het beekje in. Het water is troebel zwart, vol wc-papier en andere rommel. Er borrelen vette bellen op. Er ligt een dode geit. In de vallei hangt een misselijk makende stank.

Als er één plek is die aantoont hoezeer het stagnerende vredesproces tussen Israeliërs en Palestijnen ten koste gaat van het milieu, dan is het wel Wadi Qana, de 'Qana-vallei'. In en langs de vallei, die tientallen kilometers lang is, liggen Palestijnse dorpen en akkers. Bovenop de bergen liggen de joodse nederzettingen, sommige met zware industrie. Veel nederzettingen hebben riolering. De pijpen komen echter niet in een zuiveringsinstallatie uit, maar in de vallei. De Palestijnen beneden klagen over stank, vies drinkwater, zieke kinderen en dode olijfbomen.

In de vredesakkoorden van Oslo staat dat Palestijnen en Israeliërs samen de milieuvervuiling zullen aanpakken. Ze praten erover. Maar omdat beide kanten elke centimeter land opeisen - vervuild of nog schoon - en de onderhandelingen daarover al een jaar vastzitten, komt er van gezamenlijke actie weinig tot niets. Zij beschuldigen elkaar steeds feller van storten op elkaars vuilnisbelten, vergiftigen van elkaars drinkwater en stank- en geluidsoverlast. Beide kanten publiceren lange lijsten vol klachten - vooral over water, een schaars goed hier. Wadi Qana figureert prominent op de Palestijnse lijst, met foto's en al. De Israelische premier Netanyahu nam zijn lijst in januari mee naar Washington, om de Amerikaanse bemiddelaars te tonen hoezeer de Palestijnen het Israelische milieu verzieken. Zo stroomt het afvalwater van Palestijnse autonome steden als Hebron en Jenin vrijuit Israel in. Het grondwater onder de stad Beerheva zou al ernstig zijn vervuild.

“De Palestijnen doen haast niets aan het milieu”, zegt de Israelische onderhandelaar Shmuel Brenner, directeur-generaal van het ministerie van Milieu. “Na 3,5 jaar autonomie hebben ze nog geen afvalwaterzuivering of riool gebouwd. Alles stroomt onze rivieren en grondwater in.” Een collega van Brenner spreekt zelfs van “Palestijnse verontreinigingspolitiek”.

Mohammed Said al-Hmeidi, vice-directeur van Arafats Milieu-autoriteit en Palestijns onderhandelaar, ontploft als hij dit hoort. Gedurende bijna dertig jaar bezetting, zegt hij, heeft Israel haast nergens riolering of zuiveringsinstallaties aangelegd. “Verwacht Israel dat we zo'n erfenis in een paar jaar weggewerkt hebben? Dit zijn miljoenenprojecten, die jaren voorbereiding kosten. Je moet studies doen. Er moet geld komen.”

Nu is Brenner geïrriteerd. “Waarom”, zegt hij, “praten de Palestijnen alleen over vroeger? We kunnen teruggaan naar de Bijbel, maar het gaat om de toekomst. De gezondheid van onze kinderen is in gevaar. Wij doen steeds voorstellen om samen dat gevaar te keren. Maar de Palestijnen wijzen alles van de hand.”

Afvalwater van Bethlehem, Jeruzalem en de joodse satellietsteden en nederzettingen eromheen stroomt gewoon de grond in. Israel heeft voorgesteld om een zuiveringsinstallatie te bouwen, waar Palestijnse en Israelische riolen op uitkomen. Er werden studies gedaan. De installatie zou door een commercieel bedrijf worden bestuurd. Duitsland zou de bouw financieren. De Israelische minister van Milieu tekende het akkoord. De Palestijnse minister weigerde. Dat is nu twee jaar geleden. De Duitsers hebben hun geld maar in iets anders gestoken.

Voor Brenner is dit pure Palestijnse tegenwerking. Maar Hmeidi zegt: “Zij willen de riolen van de nederzettingen met Palestijnse riolen verbinden, en alles samen laten schoonmaken. Samenwerken met Tel Aviv, akkoord, maar geen denken aan dat wij dat met nederzettingen doen! Die erkennen we niet.” Na enig nadenken voegt hij er triomfantelijk aan toe: “Dat is trouwens een schending van de Oslo-akkoorden. Want zolang er geen akkoord is over de toekomst van de nederzettingen, mag de status quo niet veranderen - geen nieuwe joodse huizen, en ook geen nieuwe infrastructuur.”

Zo staat Hoge Politiek de milieubescherming in de weg, over de hoofden van het volk dat zijn drinkwater steeds meer in flessen koopt. Maar de Palestijnse Autoriteit, zo zegt een hoge functionaris van PLO-leider Yasser Arafat, kan “onmogelijk aan de achterban verkopen dat wij met nederzettingen in zee gaan, terwijl het vredesproces volledig stilstaat. Dat wordt gezien als collaboratie, verraad.”

In sommige Palestijnse dorpen worden nu, met geld van buitenlandse donoren, riolering en zuiveringsinstallaties gebouwd. Maar op de Westelijke Jordaanoever valt slechts vijf procent van de grond onder Palestijnse bestuur. Dat zijn dichtbevolkte steden als Bethlehem, Ramallah of Tulkarem. De grenzen zijn zo nauw getrokken (buitenwijken vallen vaak al buiten de autonomie), dat er weinig ruimte over is voor een zuiveringsinstallatie. Die moet dus buiten die vijf procent gebouwd worden - daar waar Palestijnen wonen die (nog?) door Israel worden bestuurd. Israel, zeggen de Palestijnen, geeft daar vaak geen vergunning voor: het ziet dat als prematuur landje-pik in een nog niet officieel verworven territorium. En soms wellicht terecht. Elke centimeter grondbezit telt in dit conflict, voor beide kanten.

“We vragen toestemming en dan zeggen de Israeliërs, sorry, dat is militair gebied”, klaagt de Palestijn Hmeidi. “Of ze eisen dat de nederzettingen eromheen er ook op aangesloten worden. Of je hoort er nooit meer wat van.”

In januari bracht deze milieuvete een kleine veldslag teweeg. Dat was in Gaza, waar afvalwater naar een joodse nederzetting stroomt. De Palestijnen zijn bezig een zuiveringsinstallatie te bouwen, maar die is nog niet af. “Als de stank de joden hindert”, zeggen zij, “dan gaan ze toch weg?” Het Israelische leger drong, onaangekondigd, autonoom Palestijns gebied binnen om de stroom om te leiden. Zij werden opgewacht met een regen van stenen. De soldaten schoten. De Palestijnse politie schoot terug.

Ook heeft Israel nu de Palestijnse Water-Autoriteit verboden bronnen te boren of huizen op de waterleiding aan te sluiten, zolang zij geen haast maakt met waterzuivering. De Palestijnen moeten Israel voor elke boring nog steeds toestemming vragen. “Van elke 100 liter drinkwater die wij hun geven”, zegt Brenner, die op de details van deze onderhandelingen niet wil ingaan, “krijgen we 75 liter als rioolwater terug.”

Een van de instigatoren van de Oslo-akkoorden, de Israelische professor Yair Hirschfeld, heeft zijn vertrouwen in de politici intussen zo verloren dat hij - met Nederlands geld - een centrum heeft geopend dat gewone mensen milieubewustzijn moet bijbrengen. Als Palestijnse olijfolieproducenten leren hoe ze afvalwater kunnen hergebruiken en Israelische kinderen begrijpen dat je beter kunt afwassen met een biologisch dan een synthetisch middel, dan is, zo is zijn redenatie, de natuur misschien nog te redden.

    • Caroline de Gruyter