Verboden proef

DE TWEE KOE-KLONEN Holly en Belle, gemaakt door biotechnologiebedrijf Pharming, groeien op in het Hollandse boerendorp Polsbroek. Maar het ministerie van Landbouw had de dieren liever niet in agrarisch Nederland gezien. De tijdelijke kloonvergunning van Pharming is ingetrokken. Een definitieve vergunning voor het klonen van transgene runderen is niet verleend.

Vorig jaar trad op 1 april het Besluit Biotechnologie bij Dieren, onderdeel van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren, in werking. Biotechnologische ingrepen bij dieren worden daarin verboden, tenzij het ministerie vergunning verleent. Die verlening is afhankelijk van het advies van de Commissie Biotechnologie bij Dieren. Die beoordeelt of er onoverkomelijke ethische bezwaren bestaan tegen de ingreep. Die bekijkt ook of de gezondheid en het welzijn van het dier onaanvaardbaar worden aangetast. Nederland is uniek met dit 'nee, tenzij'-beleid. Er zijn meer landen die klonen en genetische manipulatie bij dieren aan vergunningen binden, maar daarbij is het uitgangspunt 'ja, mits'.

De ethische commissie adviseerde de minister om geen vergunning te verlenen. De commissie en de minister hebben Pharmings aanvraag niet bestudeerd op welzijn of gezondheid van de transgene klonen, de commissie heeft ook niet de ethiek bestudeerd en heeft slechts zijdelings op het maatschappelijk belang van eventuele producten gelet. De belangrijkste reden voor afwijzen is: “Zolang nog niet uit onderzoek is gebleken dat de biomedische eiwitten, te produceren door de aanvrager, belangrijke voordelen bieden boven eiwitten geproduceerd door middel van alternatieve productiewegen, acht deze meerderheid van de Commissie dit onderzoek niet van substantieel belang.”

HET MINISTERIE stelt hiermee in wezen een moratorium op klonen in, zonder zich uit te laten over de kloontechniek. Het blokkeert alleen alle kloon- en gentransferexperimenten bij runderen totdat het eerste experiment met transgene runderen in Nederland helemaal is afgerond. Dat betrof een rund (met als eersteling stier Herman) dat lactoferrine in zijn melk maakt. Pas als is aangetoond dat lactoferrine, geproduceerd door genetisch gemanipuleerde schimmels, bacteriën, planten of gisten, bij mensen niet zo goed werkt als de lactoferrine uit koeienmelk, mag er van het ministerie weer een volgende kerntransplantatie en kloning van een rund plaatshebben in Nederland.

Criteria voor het onderzoeksresultaat zijn daarbij niet gegeven. Gaat het om de werkzaamheid? Gaat het om bijwerkingen? Mogen ook de kosten een rol spelen? En een even belangrijke vraag is: wie moet dit door een overheidscommissie bedachte onderzoek uitvoeren en betalen? Is een bedrijf, opgericht om medicinale stoffen door transgene landbouwhuishouddieren te laten produceren, gehouden om zijn eigen producten te vergelijken met dat van de concurrenten die hetzelfde langs andere weg bereiden?

ZO'N VERGELIJKEND onderzoek duurt enkele jaren. En als er een resultaat voor lactoferrine uitrolt, wat medisch gezien nooit een aansprekende verbinding is geweest, dan kan eenzelfde vergelijking voor een ander medicinaal eiwit een heel ander resultaat opleveren. Het is daarom begrijpelijk dat Pharming, een van oorsprong Nederlands bedrijf, maar inmiddels met vestigingen in de VS, Finland en België, zinspeelt op voortzetting van het werk in het buitenland.

Het besluit van Van Aartsen is verbazingwekkend, ook al omdat een tussenweg mogelijk was. De kalveren Holly en Belly zijn vingeroefeningen. Ze zijn niet transgeen. Ze zijn gemaakt om de kloontechniek te oefenen. Ze zijn ook niet uniek, zelfs niet voor Nederland. Al in 1992 werden er in Nederland twee gekloonde kalveren geboren. Het Nederlandse bedrijf Embrytec dat de dieren maakte ging failliet terwijl de draagkoeien zwanger waren van de klonen. De twee identieke stierkalfjes zijn de weg gegaan die alle vleesstierkalveren gaan: naar de slachterij zodra ze op gewicht waren. Niemand die er ophef over maakte.

Het is onbegrijpelijk dat het ministerie Pharming niet toestaat om een techniek te oefenen, zodat zij kan worden toegepast zodra duidelijk is dat een medicinale verbinding in koeien-, schapen- of varkensmelk gezondheidsvoordeel oplevert. Slaagt Pharming daar niet in, dan is transport naar het slachthuis van de overgebleven klonen snel geregeld.