Tredmolens televisie en gezond telefoneren

Bill Clinton is een jogger. Ook als hij door een park draaft, is hij niet zozeer een voorbeeld voor het volk als wel een product van de drang tot gezondheid die zo'n geweldige rol in het leven van de natie speelt. Joggen is een bewegingsmedicijn dat de mens zichzelf toedient. Degene die het heeft uitgevonden is alweer meer dan tien jaar geleden al joggend aan een hartinfarct bezweken, maar het geloof aan de heilzaamheid van dit dwangmatig gedraaf is daardoor niet verzwakt. Joggen is dus een goudmijn.

Als je 's avonds op straat loopt kom je soms langs een gym. Daar zie je achter de verlichte ramen de bovenste helft van een aantal mensen, allemaal dravend. Ze gaan niet vooruit; onder hun voeten gaat de aarde achteruit. Ze blijven gezond zonder dat ze daarvoor naar buiten hoeven. Onder handbereik hebben ze een soort dashboard met meters en knoppen. Door aan een knop te draaien kunnen ze de beweging onder hun voeten versnellen, zodat ze, om niet van de aarde af te vallen, harder moeten lopen. Op de meter zien ze welke afstand ze in de gym hebben afgelegd. Ze joggen op horizontale tredmolens, afgeleid van de ronde waarmee de muizen zich in vorm houden. De beste mensentredmolens zijn uitgerust met een hartslagmeter die de draver met een draadje aan zichzelf verbindt.

Waarom wordt er zoveel in een gym, tussen vier muren gedraafd en minder op straat waar meer te zien is? Omdat de lucht in de gym frisser is, en omdat de draver niet telkens weer stil kan blijven staan voor een etalage. Maar lang draven is, net als lang zwemmen in een zwembad, stomvervelend. Daarom hebben de geavanceerde gyms boven het dashboard van hun tredmolens beeldschermen waarop de de dravers het programma van hun voorkeur kunnen bekijken. Zo ontstaat opnieuw een combinatie van genieten en gezond blijven, vergelijkbaar met die tussen veel eten met als dessert een maagtablet, of iets anders op het gebied van zelfbeschadiging doen, met tot slot een Bayer, Tylenol of Advil. Tredmolen met televisie.

Dat is niet voldoende. De draver in de gym blijft ook met haar/zijn televisie een eenzaam mens. Vergelijk the loneliness of the long distance runner. Die is klassiek. Om dit tekort te verhelpen dient de zaktelefoon, het gee-es-emmetje.

Op de reclamespot die alles samenvat, zie je een draver in de gym, televisie kijkend telefoneren met waarschijnlijk een draver in een andere gym. Ze vertellen elkaar wat ze zien en hoe hard ze daarbij pas op de plaats maken. Wij, die naar dit spotje kijken, zien niet alleen een telefonerende, televisie kijkende draver. We zien een trend van de vrije markt: de trend van de gelijktijdigheid, de meest geavanceerde vorm van koppelverkoop.

De vrije markt is niet alleen een economisch begrip. Het is ook een ideologie. Het geheim daarvan ligt in het woord simultaan. Hoe meer de consument in staat wordt gesteld, een groter verscheidenheid van bezigheden in dezelfde eenheid van tijd samen te pakken, hoe gelukkiger hij zich voelt en hoe beter het op de vrije markt gaat.

Onder alle profeten van het geluk der gezondheid die je op de televisiereclame ziet, is de dokter de belangrijkste. De dokter heeft de operatiejas nog aan, het operatiekapje hangt onder zijn kin, de operatiebril heeft hij op zijn voorhoofd geschoven. Hij glimlacht zoals een dokter glimlacht als hij de patiënt het leven heeft gered. Een meer zojuist feilloos geopereerd hebbende dokter kunnen we ons niet voorstellen. Volgende beeld: voeten in sportschoenen, dravend op een tredmolen. Je denkt: dat zal toch niet..? Ja, hij is het: de dokter. Hij glimlacht, terwijl hij joggend telefoneert. De patiënt maakt het goed. Maar waarvoor is de reclame? Voor een telefoonmaatschappij.