Stemmen met het hart; voor de gemeenteraden

Landelijke politici domineerden de campagne voor de verkiezingen van de gemeenteraden, die morgen worden gehouden.

DEN HAAG, 3 MAART. Een lagere opkomst, de kiezer die anders stemt en een heel andere betekenis - verkiezingen van de gemeenteraad zijn sterk afwijkend van Tweede-Kamerverkiezingen. En dit jaar is er de bijzonderheid dat een flink deel van de kiezers niet eens kán stemmen.

Gemeenteraadsverkiezingen gelden voor veel kiezers als tweederangsverkiezingen. Zij gaan hierbij anders om met hun stemkeuze dan bij Tweede-Kamerverkiezingen. Die andere afweging heeft te maken met de inzet: bij landelijke verkiezingen staat de machtsvraag - wie regeert straks en wie wordt de grootste partij - centraal; bij raadsverkiezingen staat minder op het spel.

Grofweg kan worden gezegd dat veel kiezers voor gemeenteraden met hun hart stemmen en voor de Tweede Kamer met hun hoofd. Ofwel, bij gemeenteraadsverkiezingen maken kiezers hun ideale keuze en bij Kamerverkiezingen is sprake van strategisch stemmen.

Zo scoorde GroenLinks bij de raadsverkiezingen van vier jaar geleden hoog, maar gingen veel van die stemmen bij de Kamerverkiezingen een paar maanden later toch naar de PvdA. De kiezers in het stemhokje lieten meewegen dat de PvdA een mogelijke regeringspartij was en GroenLinks niet.

Onder het confessionele kiezerskorps verliest het CDA bij raadsverkiezingen stemmen aan de kleine confessionele partijen. RPF, GPV en SGP staan dichter bij de ideale opvattingen van die kiezers, maar verliezen betekenis bij Tweede-Kamerverkiezingen, omdat ze geen natuurlijke regeringspartij zijn.

De opkomst van lokale partijen maakt raadsverkiezingen nog eigensoortiger. Bij de verkiezingen van vier jaar geleden waren de lokale partijen, na het CDA, al de tweede stroming; morgen nemen meer dan 700 lokale partijen aan de verkiezingen deel. Het karakter van de lokale partijen is zeer verschillend en daarmee ook het effect op de kiezer. Het CDA heeft veel concurrentie van de traditionele lokale lijsten in het zuiden, de VVD van lokale lijsten in randgemeenten en de PvdA van de categorie stadspartijen.

Omgekeerd kan de kiezer morgen zijn stem in een reeks gemeenten niet uitbrengen op partijen die landelijk wel vertegenwoordigd zijn. D66, traditioneel zwak vertegenwoordigd op het platteland, neemt in 279 van de 485 gemeenten deel aan de raadsverkiezingen; de Socialistische Partij - die in 1994 in opkomst was - kan nu in minder gemeenten deelnemen dan de vorige keer. Veel burgers, ongeveer anderhalf miljoen, mogen morgen niet stemmen. Het gaat om een groot deel van Noord-Brabant en Zeeland en bijna heel Drenthe, gebieden waar gemeenten vorig jaar zijn heringedeeld en waar al verkiezingen zijn geweest.

Pagina 3: Zetels in 485 gemeenten

Ook in enkele regio's in Overijssel, Gelderland en Limburg kan de kiezer niet naar de stembus; daar staat een herindeling voor de deur en stemmen de inwoners later.

In Midden- en West-Brabant - gaat het om ongeveer één miljoen kiezers. Zo kunnen inwoners van Breda, Tilburg, Bergen op Zoom en Roosendaal niet stemmen.

Deze omstandigheid zal de uitslag voor met name het CDA sterk beïnvloeden. Deze partij haalde bij de vorige raadsverkiezingen ongeveer 30 procent van de stemmen in Brabant.

Bij elkaar kan er morgen in 63 gemeenten, ruim 11 procent van alle gemeenten (momenteel 548) niet worden gestemd. Volgens gegevens van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) blijven daarmee 1.261 raadszetels buiten beoordeling van de kiezer. In de 485 gemeenten waar wel wordt gestemd, beslist de kiezer over de kleur van 9.045 raadszetels.

Kiezers stemmen bij raadsverkiezingen met hun hart, maar steeds vaker ook met hun voeten: ze blijven thuis. Dat doen zij uit desinteresse of omdat zij het niet eens zijn met het beleid.

Een onderzoek van de VNG voorspelde in januari al dat minder dan 60 procent van de kiezers zal opkomen; onderzoeksbureau Inter/View gaf vorige week een marge tussen de 57 en 63 procent. Vooral jongeren blijken niet geïnteresseerd in lokale politiek.

Een opkomst onder de 60 procent zou een naoorlogs dieptepunt zijn voor raadsverkiezingen. De laagste opkomst - 62,3 procent - was tot nu toe die van 1990. Anders dan bij de raadsverkiezingen van morgen en die van 1994 (opkomst 64,5 procent) volgden op de raadsverkiezingen van 1990 geen Kamerverkiezingen en was de 'nationalisering' van die verkiezingen veel minder. Ter vergelijking: de opkomst bij de Kamerverkiezingen van 1994 was 78,3, in 1990 79,9 procent.

Volgens langlopend onderzoek van de VNG is de burger tegenwoordig meer geïnteresseerd in de lokale politiek, maar tegelijk ook kritischer. Bij hun stemkeuze rekenen zij het gemeentebestuur steeds meer af op de geleverde prestaties. De hoofddirecteur van de VNG, J.Th.J. van den Berg, acht die ontwikkeling “logisch” en “niet verontrustend”. “Ik beschouw dit als vooruitgang. Onverschilligheid bij burgers is voor een democratie veel gevaarlijker”, zei hij in januari op een discussiebijeenkomst.

Sommige politici beschouwen een lage opkomst regelrecht als positief. “Mensen die niet gaan stemmen, zijn kennelijk tevreden”, zei VVD-leider Bolkestein gisteren op een bijeenkomst van zijn partij.

De burger die wel kan stemmen, heeft morgen een uur langer de tijd: de stembus is tot acht uur 's avonds open. De meeste mensen stemmen of heel vroeg (vooral ouderen) of heel laat (vooral werkenden). Bij het nationaal kiezersonderzoek van vier jaar geleden gaf 22 procent van de niet-stemmers tijdgebrek op. Of dat voor raadsverkiezingen anders ligt dan voor Kamerverkiezingen, is onbekend.

Morgen zal de verkiezingsdienst van het ANP met het onderzoeksbureau Inter/View via een schaduwverkiezing de lokale uitslagen een landelijke vertaling geven. Deze schaduwverkiezing moet uitwijzen hoeveel Kamerzetels de landelijke partijen op basis van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen zouden behalen.

Volgens P. Castenmiller, directeur van het onderzoeksbureau van de VNG, geeft die omrekening “een scheef beeld”. Alleen de VNG heeft via zijn vaste gegevensbestanden stelselmatig bijgehouden hoe de wijzigingen in gemeenten als gevolg van de herindelingen uitwerken en wat de precieze verandering in zetelverdeling is. “Niemand anders beschikt over die gegevens”, aldus Castenmiller.

Inter/View vraagt kiezers bij 39 van tevoren uitgekozen stembureaus anoniem aan te geven wat zij zojuist hebben gestemd.

Volgens onderzoeksdirecteur P. Willems van Inter/View gebeurt de selectie van stembureaus uiterst zorgvuldig. Er wordt een selectie gemaakt van stembureaus in alle typen gemeenten - van grote stad tot dorp.

Als de omvang van een stemdistrict als gevolg van bijvoorbeeld een stadsuitbreiding is veranderd, nemen de onderzoekers een ander overeenkomstig stembureau om de vergelijking met de Tweede-Kamerverkiezingen van vier jaar geleden zo exact mogelijk te houden.