STATEGY & BUSINESS

De economische groei die Zuidoost-Azië de laatste decennia heeft beleefd, is vooral het werk van de Chinezen die na 1949 op de vlucht sloegen voor Mao en zich vestigden in de buurlanden. Zij stichtten de familiebedrijven die nu zijn uitgegroeid tot een netwerk van conglomeraten in Indonesië, de Filippijnen, Thailand, Singapore en Taiwan. Deze ondernemingen zijn de sleutelfactor van de economische groei, aldus Murray Weidenbaum van de Washington Universiteit in Strategy & Business.

Hun sterkste punt is volgens hem dat deze familiebedrijven zeer bedreven zijn in het vermijden van regels en beperkingen van de overheid en dientengevolge in het manipuleren van mensen, geld en ondernemingen van het ene land naar het andere.

De auteur betitelt de 55 miljoen Chinese emigranten in Zuidoost-Azië als het bamboe-netwerk.

Samen zijn hun bedrijven goed voor 600 miljard dollar. In Indonesië omvatten de zaken van Liem Sioe Liong 5 procent van de nationale economie. Li Ka Shing in Hong Kong bezit 12 procent van de beursgenoteerde ondernemingen.

Belangrijke eigenschappen van deze familie-ondernemingen zijn dat ze zo weinig mogelijk administreren, dat ze belangrijke informatie mondeling overdragen en dat ze nooit geld lenen bij banken maar altijd bij familieleden en vrienden. Andere opvallende kenmerken zijn een autoritair leiderschap en blind vertrouwen in de familie.

Typerend is ook dat deze familieondernemingen geen bekende merkproducten maken maar altijd werken voor derden, vooral in de sectoren handel, dienstverlening, distributie en vervoer. Hun belangsrijkste zwakke punten zijn dat ze niet openstaan voor marketing- en managementmethoden van derden.

Het kwartaalblad Strategy & Business is verkrijgbaar in de kiosk. htto://www.strategy-business.com