Schröder is links kwetsbaar

Met zijn verkiezingsoverwinning in Nedersaksen heeft Gerhard Schröder zich een goede uitgangspositie verschaft voor het bondskanselierschap. Het is nu wel zaak dat hij de komende tijd de linkervleugel van de SPD in toom houdt, vindt Michèle de Waard.

Succes heeft vele vrienden. Een dag na de sensationele verkiezingsuitslag in Nedersaksen genoot Gerhard Schröder in Bonn de zoete smaak van de overwinning. Als een ware triomfator drong de kleine matador uit Hannover zich door een woud van televisiecamera's, fotografen en journalisten naar het podium om de pers te woord te staan. Wat wil deze sociaal-democraat, die het hoogste ambt opeist van het machtigste land in Europa? Waarvoor staat Schröder, de uitdager die denkt de 'eeuwige' kanselier Helmut Kohl te kunnen verslaan?

Gerhard Schröder maakt er geen geheim van dat hij is geïnspireerd door de Britse premier Tony Blair, de Amerikaanse president Bill Clinton en de Nederlandse minister-president Wim Kok. Niet voor niets reisde Schröder vorig jaar naar Londen en de Verenigde Staten. Van Blair kunnen de Duitse sociaal-democraten leren hoe ze de verkiezingen moeten winnen, van Clinton hoe banen moeten worden gecreëerd. En Kok kan hun vertellen waarom de Nederlandse sociaal-democratie erin is geslaagd de economische modernisering te verbinden met sociale rechtvaardigheid.

Zelf wil Schröder een combinatie zijn van de twee grote sociaal-democraten, die zijn eigen partij heeft voortgebracht: de kanseliers Willy Brandt en Helmut Schmidt. De een was de man van het hart, de ander die van het hoofd. “Brandt heb ik bewonderd vanwege zijn gevoeligheid en zijn bekwaamheid in te spelen op nieuwe stromingen in de maatschappij. Schmidt waardeer ik vanwege zijn bestuurlijke kwaliteiten en zijn inspanningen de partij over haar vijandigheid tegenover technologische innovatie te helpen”, zei Schröder een jaar geleden in een vraaggesprek met deze krant.

Met de 53-jarige Gerhard Fritz Kurt Schröder hebben de Duitse sociaal-democraten een kanselierskandidaat aangewezen, wiens hart links klopt, maar wiens beleid door puur pragmatisme wordt gedomineerd. Hij waait met de tijdgeest mee: zodra het nodig is, stelt Schröder zijn mening bij. Deze eigenschap is bij uitstek het kenmerk van de nieuwe generatie 'linkse' leiders, zoals Clinton, Blair en Kok. In ideologische dogma's ziet Schröder niets, of het nu gaat om het 'neo-liberalisme' van rechts of om een links thema als de energieheffing.

Net als Tony Blair staat Schröder voor 'modernisering en vernieuwing'. Vage woorden, die het goed doen in landen waar conservatieve regeringspartijen lang aan de macht zijn. Schröder wil “modernisering van de economie, de staat en de maatschappij. Maar op een sociaal verantwoorde manier”. De regering van Helmut Kohl heeft de sociale rechtvaardigheid prijsgegeven, vindt de kanselierskandidaat.

Mooie woorden, maar wat betekenen zij in de praktijk?

Ook al koestert Schröder zijn imago van moderniseerder, in de praktijk blijkt hij 'linkser' dan Blair en Clinton. Schröder wil een sociaal model overeind houden dat eerder overeen komt met dat van Nederland dan met dat van de Verenigde Staten of Groot-Brittannië. Wie denkt dat de samenleving in dit ontideologiseerde tijdperk niet meer maakbaar is, heeft het mis, vindt hij. Een beetje maakbaar is de maatschappij wel. De 'vernieuwer' Schröder vindt een actieve rol voor een corporatieve staat in de economie noodzakelijk.

Gisteren lichtte het duo Lafontaine en Schröder een tipje van de sluier op.

Partijvoorzitter en kanselierskandidaat maakten gezamenlijk duidelijk wat de SPD-nieuwe-stijl voor Duitsland in petto heeft als ze de verkiezingen wint en - met of zonder Groenen - de macht in Bonn verovert. Niemand hoeft bang te zijn voor het 'rood-groene' gevaar, zei Schröder. Een benzineprijs van vijf mark per liter, wat de Groenen willen, zal met de 'automan' uit Hannover, die bij Volkswagen in de raad van toezicht zit, niet worden gerealiseerd. Zo'n maatregel zou immers funest zijn voor ondernemend Duitsland.

Ook het buitenland stelde hij gerust. Schröder wil de buitenlandse koers van de SPD uit het tijdperk Brandt en Schmidt voortzetten. Daarbij staan Europese integratie en de nieuwe 'Ostpolitik' centraal. Ook de euro legt Schröder niets meer in de weg. Het traject ligt vast en dat wil ook de SPD volgen.

Anders dan bij bondskanselier Helmut Kohl, geeft Schröder absolute prioriteit aan het binnenlands beleid. Hij wil een 'middle-of-the-road' koers varen. De SPD-politicus wenst geen maatschappelijke tweedeling tussen werkgevers en werknemers. In Nedersaksen is deze boodschap al aangekomen, want daar lukte het de SPD om zowel stemmen weg te halen bij Kohls CDU als bij de Groenen. Schröder wil de “scheppende, creatieve krachten” in de samenleving politiek organiseren; de kleine ondernemers, technologische vernieuwers en zelfstandigen, die volgens hem geen enkel vertrouwen meer hebben in het beleid van Helmut Kohl.

De kanselierskandidaat streeft ernaar een nieuwe consensus te verwezenlijken, zoals Wim Kok in Nederland heeft gedaan. Zodra Schröder de verkiezingen in september wint, zal de SPD een nieuw 'Bündnis für Arbeit' tot stand brengen. Een maatschappelijke dialoog tussen overheid, werknemers en werkgevers moet ertoe leiden, dat arbeid flexibeler wordt gemaakt en nieuwe banen worden gecreëerd. Bestrijding van de hoge werkloosheid van bijna vijf miljoen is voor de SPD de belangrijkste inzet bij de verkiezingen van september.

Net als de regering-Kohl belooft ook Schröder belastinghervorming. Hiervan zullen niet zozeer de hoge inkomens profiteren, maar vooral de lage en middeninkomens. De belastingen op accijnzen gaan omhoog om de sociale premies te verlagen, want de factor arbeid moet in Duitsland goedkoper worden gemaakt. In dat opzicht is Schröder een nieuwe Kohl.

Schröder deelt graag 'leuke dingen' uit aan de mensen. De kinderbijslag wordt verhoogd tot 250 mark per maand en de korting op het pensioen van vrouwelijke gepensioneerden wordt ongedaan gemaakt. Als klap op de vuurpijl herhaalde Schröder de eerdere aankondiging van partijleider Lafontaine, dat ook hij een aantal economische hervormingen van de regering zal terugdraaien. Vooral korting op de uitkering bij ziekte, die door Kohl van 100 naar 80 procent is verlaagd, vindt hij onrechtvaardig.

De aanbod-economie-à-la-Schröder blijkt een vat vol verrassingen. Schröder mag dan wel als lijsttrekker zijn gekozen, in werkelijkheid blijkt hij met zijn economische beleid afhankelijker van partijleider Lafontaine dan velen denken. Ook een kanselierskandidaat als Gerhard Schröder zal een beleid moeten uitdragen, dat door de hele SPD-top wordt gedragen. Dat zal hem veel moeite kosten, omdat de partij veel linkser is dan de kandidaat.

Loopt Schröder daarmee aan de leiband van Lafontaine? Ja. Overigens is een dergelijke situatie bij de SPD niet nieuw. Ook Willy Brandt en Helmut Schmidt hadden als kanselier te kampen met een lastige partijvoorzitter. Wat dat betreft heeft Tony Blair het makkelijker. Als partijleider heeft hij drie jaar de tijd gehad om orde op zaken te stellen en New Labour op moderniseringskoers te brengen.

De tijd dringt. Schröder, die dingt naar het vertrouwen van het bedrijfsleven en van de brede middenklasse, resten nog slechts zeven maanden. Met hem heeft de SPD een kandidaat waarmee voor het eerst sinds zestien jaar de kans bestaat op een machtsovername in Bonn. Voor de kiezers in Nedersaksen was hij de 'Hoffnungsträger'. Nu moet hij bewijzen, dat hij dit ook landelijk waarmaakt.

Schröder spreekt de gewone man aan, maar ook de manager op de bovenste verdieping. Uit opiniepeilingen blijkt, dat de stemming onder de bevolking de afgelopen maanden is omgeslagen ten gunste van de sociaal-democraten. Als Schröder van zijn partij de ruimte krijgt, kan de SPD de macht overnemen.

Het succes van New Labour in Groot-Brittannië heeft aangetoond hoe belangrijk de geslotenheid is van een partij. Tot nu toe is het duo Schröder-Lafontaine erin geslaagd de eenheid te bewaren. Dat is al opmerkelijk.

Wil de SPD de kans op een machtswisseling niet verbruien, zal Schröder karakter moeten tonen en Lafontaine en de linkervleugel in bedwang dienen te houden. Alleen als combine zullen ze slagen. Tijdens het laatste partijcongres zei Schröder al: “Als het de SPD nu niet lukt, kan de partij alleen zichzelf de schuld geven”.