Reserve Demtsjenko aan lot overgelaten in Amsterdam; 'Ik heb bij Ajax drie jaar van mijn leven weggegooid'

Ajax-Spartak Moskou had zijn wedstrijd moeten worden, want in Moskou weten ze hoe goed Andrej Demtsjenko kan voetballen. Maar de 21-jarige Rus kwijnt weg in het tweede elftal van Ajax. “Ik ga kapot in Amsterdam.”

AMSTERDAM, 3 MAART. Omdat Andrej Demtsjenko enkele vrienden uit Moskou heeft kunnen begroeten, beleeft hij nog plezier aan de ontmoeting tussen Ajax en Spartak Moskou in de kwartfinales van het UEFA-Cuptoernooi. Vanavond zit hij in de Arena op de tribunes, zijn vaste plek als het elftal van trainer Morten Olsen speelt. Gisteravond speelde hij voor een handvol toeschouwers op sportpark De Toekomst met het tweede elftal tegen de reserves van Volendam.

Sinds Demtsjenko in de zomer van 1995 in Amsterdam arriveerde, heeft hij zelden in de basis gestaan. De voormalige spits van CSKA Moskou maakt een radeloze indruk. Zijn aanklacht: “Ik heb dit seizoen nog geen woord gewisseld met Morten Olsen. Ik dacht eindelijk een kans te krijgen, toen hij Louis van Gaal opvolgde. Ik maakte in de voorbereiding vijftien doelpunten in zeven wedstrijden. Maar Olsen reageerde niet. Hij voelt blijkbaar geen sympathie voor mij. Ik begrijp die man niet. Is het zo moeilijk mij één keer uit te leggen waarom ik niet aan bod kom? Het doet pijn dat Olsen alleen aardig is tegen spelers uit de A-selectie, de rest telt niet mee.”

Demtsjenko komt oorspronkelijk uit Zaporadzje in de republiek Oekraïne en die stad staat bekend om zijn even trotse als koppige kozakken die zich nimmer lieten knevelen. Wordt Amsterdamse bluf niet geaccepteerd uit een Russische mond? Het klinkt welhaast hooghartig: “Olsen haalde Knopper en Supusepa bij de selectie, terwijl ik beter ben dan die spelers. Ik loop hier al bijna drie jaar rond. Steeds nadrukkelijker vraag ik me af wat ik nog bij Ajax doe. Ik durf de concurrentie aan met jongens als McCarthy en Sibon, maar bij Ajax lijkt alleen Jan Wouters vertrouwen in mij te hebben. Helaas kan hij me als coach van het tweede elftal ook niet verder helpen.”

Het jongensboek leek zo mooi te beginnen. “Een klein jongetje van achttien jaar kwam uit Moskou naar het grote Ajax dat net de Champions League had gewonnen. Achteraf beschouwd ben ik natuurlijk te vroeg uit Moskou vertrokken. Maar hoe kon ik een aanbieding van Ajax weigeren? Van Gaal hield me voor dat ik eerst het Ajax-systeem moest beheersen, voordat ik in het eerste elftal kon spelen. Maar met Gerard van der Lem, de coach van het tweede, kreeg ik al meteen grote ruzie. Ik had tijd nodig om me aan te passen, maar die kreeg ik niet.”

Demtsjenko is er zelfs van overtuigd dat assistent-trainer Van der Lem, die met Van Gaal naar Barcelona vertrok, “niet van buitenlanders houdt, hij stelde alleen spelers op die uit de jeugd van Ajax kwamen.” Of hij zich ooit heeft beklaagd bij het bestuur van Ajax? Demtsjenko, op minzame toon: “Natuurlijk gaf Van der Lem dat nooit openlijk toe. Maar ik heb het aan den lijve ervaren. Hij liep weg met Dennis Schulp die nu bij Volendam zit. Als Van Gaal naar mij informeerde, vertelde Van der Lem altijd dat ik slecht had gespeeld.”

Zijn lijdensweg werd vorig seizoen tijdelijk onderbroken, toen hij voor vier maanden werd uitgeleend aan zijn oude club CSKA Moskou. “Daar vond ik alles terug wat ik bij Ajax was kwijtgeraakt. Mijn kwaliteiten op het voetbalveld en vooral mijn eigenwaarde.” In Moskou bleek hoezeer Demtsjenko het illustere Ajax-systeem als een dwangbuis heeft ervaren. “Ik kwam naar Ajax als een talent. Maar ik mocht nooit laten zien waarom ik in Rusland als een talent werd beschouwd. Ik herkende mezelf niet meer, omdat ik iets moest leren dat ik nooit heb mogen toepassen. Tegelijkertijd had ik het gevoel dat mijn kwaliteiten verdwenen waren.”

Met zijn Russische vrienden gaat het ook al niet zo best. Youri Petrov werd wegens overmatig drankgebruik op staande voet ontslagen door FC Twente en keerde terug naar zijn oude club RKC. Ansar Ajoepov is slechts wisselspeler bij FC Twente. En Dmitri Shoukov heeft bij Vitesse nog nauwelijks perspectief. “Petrov drinkt helemaal niet zo veel”, beweert Demtsjenko. “Maar Twente wilde al langer van hem af. Youri kreeg een salaris aangeboden, waarvan hij zijn familie in Moskou niet eens kon onderhouden. Daar had hij het moeilijk mee. De club heeft Petrov gewoon weggepest.”

Het is ook zijn noodlot, denkt Demtsjenko. “Het lijkt wel alsof Nederlandse trainers een hekel hebben aan Russische voetballers. Bij Vitesse zette Leo Beenhakker Shoukov op de bank, terwijl hij onder Frans Thijssen een uitstekend seizoen had gedraaid. Nu Beenhakker bij Feyenoord zit, begint Kornejev zelden in de basis. Arie Haan zag het ook al niet in hem zitten en onder zijn leiding was Klijoev ook al niet doorgebroken. Het kan bijna geen toeval zijn.” Demtsjenko zou zich kunnen spiegelen aan de doorbraak van Shota Arveladze. Maar de topscorer van Ajax is een Georgiër met wie Demtsjenko weinig affiniteit heeft. “Met Shota heb ik alleen de taal gemeen.”

En dus is Demtsjenko voornamelijk op zichzelf aangewezen. Na een lange stilte: “Ik vraag me regelmatig af hoe het komt dat de meeste Russen in het buitenland mislukken. Waarschijnlijk door de kapitale verschillen in sfeer en cultuur. De Nederlander is nogal gesloten en ik beheers de taal onvoldoende. Ik kan mijn gevoelens niet goed onder woorden brengen, waardoor ik weinig contact heb met Nederlanders. Mijn vriendin studeert in Moskou en ik zit op een flatje in Diemen. Ik train alleen maar met het tweede elftal, ik heb te veel vrije tijd. Soms word ik gek van eenzaamheid.”

Trots weerhoudt hem van openlijke rebellie. Nooit zal Andrej de eerste steen werpen, zo hebben zijn ouders het hem geleerd. Onbewust citeert hij bijna letterlijk een beroemde passage uit de roman De Meester en Margarita van de Russische schrijver Boelgakov. “Vraag nooit aan je meerdere waarom hij je niet gunstig is gestemd”, legt De Meester aan Margarita uit. “Maar wacht tot hij naar je toekomt en je zal prijzen.”

Demtsjenko dreigt kapot te gaan aan die beklemmende stilte om hem heen. “Iets in mijn hoofd weerhield me Olsen om uitleg te vragen. Maar ik ben een grens gepasseerd, ik ga nu een gesprek met hem aanvragen. Ik heb drie jaar van mijn leven weggegooid. Ik ben uit Moskou vertrokken om een ster te worden. Het is nog niet te laat om die droom te realiseren. Maar bij Ajax zal dat niet meer lukken. Ik houd deze strijd niet meer vol. Ik ga kapot in Amsterdam. Ik wil terug naar huis, want ik ben moe, heel moe.”