Rebellerende werkgevers en vakbondjes vinden elkaar; Een CAO voor de kleine man

Terwijl FNV en CNV hun schaal vergroten en vergroeien met het poldermodel, duiken er kleine radicale bonden op, verenigd in de vakcentrale OVB, die inspelen op de specifieke wensen van werkgevers uit het midden- en kleinbedrijf. De FNV is not amused, en arbeidswetgeving wordt doorkruist.

'De bevrijding van de arbeidersklasse kan slechts het werk van de arbeider zelf zijn.' Het motto van 'Nieuwe strijd', het blad voor leden van het in Rotterdam gevestigde Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties (OVB), laat er geen twijfel over bestaan: het OVB is een socialistische vakbond van de oude stempel. Een strijdbare bond die op de barricade staat voor de gewone werkman en op een stoel in de bedrijfskantine dan eens de revolutie predikt en een volgende keer wilde stakingen uitroept.

Het OVB streeft naar 'omvorming van de bestaande sociaal-economische verhoudingen' en 'socialisatie van het hele bedrijfsleven, waarbij de productiemiddelen in handen komen van de arbeiders'. Een bond met hoge principes dus.

Een wolf in schaapskleren lijkt Guus van Betten van FNV Bondgenoten een betere omschrijving. “De praktijken van het OVB zijn in één zin samen te vatten met: 'cao te koop'. ” Werkgeversverenigingen die het met vakbonden als FNV, CNV, De Unie en VHP niet eens kunnen worden over een cao, kunnen bij het OVB terecht voor een cao 'op maat', die voldoet aan hun wensen. De werkgever is tevreden en het OVB incasseert als enige cao-partner de werkgeversbijdrage aan het tot stand komen van de overeenkomst, wat kan oplopen tot enige tienduizenden guldens per cao.

Een bond als het OVB ondermijnt volgens FNV Bondgenoten het succes van het poldermodel. Moeizaam tot stand gekomen compromissen tussen werkgevers en werknemers, die door de minister algemeen verbindend verklaard worden, zijn voor onwillige werkgevers eenvoudig te omzeilen: ze hoeven alleen maar een eigen werkgeversclub te beginnen en een vakbond te vinden die met hen een wat schappelijker cao wil sluiten.

In totaal heeft het OVB nu vier betrekkelijk kleine cao's onder zijn hoede, waar enige tienduizenden werknemers onder vallen. Han Westerhof van FNV Bondgenoten zou daar vrede mee hebben als het OVB ook echt een representatieve groep werknemers zou vertegenwoordigen, “maar dat is niet zo”. Westerhof zet ook ernstige vraagtekens bij het democratisch gehalte van het OVB. “Om de proef op de som te nemen is een aantal mensen van ons lid geworden van het OVB. Geen van hen krijgt antwoord op vragen over bijvoorbeeld ledentallen en jaarrekeningen.” De bond heeft volgens Westerhof hooguit een paar honderd leden in de havens van Rotterdam en Scheveningen. “Daarbuiten zijn ze op één hand te tellen.”

Het OVB bestrijdt dat. “Bij de FNV moeten ze eerst maar eens naar zichzelf kijken, voor ze een ander voor rotte vis uitmaken”, zegt Gerrit IJzermans, bestuurder van de Landelijke Bedrijfsorganisatie Verkeer (LBV), de bij het OVB aangesloten bond die de omstreden cao's afsloot. De LBV is tot dusver de enige van de vijf OVB-bonden die cao's sluit, “maar dat zou best eens kunnen gaan veranderen”, aldus IJzermans. Werkgevers staan volgens hem te trappelen om ook met de andere OVB-bonden - de Landelijke Bedrijfsorganisaties voor Metaal, Bouwvak, Zeevarenden en Diensten - collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten. Welke werkgeversverenigingen dat zijn, wil hij niet zeggen.

De vijf bij het OVB aangesloten bonden vertegenwoordigen volgens IJzermans in totaal zo'n 20.000 leden. De LBV is met ruim 8.000 leden binnen het OVB de grootste bond, en het zwaartepunt ligt inderdaad in de havens. Sinds het cao's afsluit groeit het OVB echter sterk in andere branches. Het afgelopen jaar kwamen er volgens IJzermans zo'n 6.000 leden bij, veelal afkomstig uit de sectoren waar de bond pas sinds kort actief is.

In de havens was de LBV er tot voor kort nog altijd niet in geslaagd om voet aan de grond te krijgen bij de cao-onderhandelingen. “We vertegenwoordigen een paar duizend havenwerkers, maar de FNV en de werkgevers weerden ons stelselmatig van de onderhandelingstafel.” Bij de Rotterdamse havenpool SHB - een soort uitzendbureau in de havens, waaruit bedrijven tijdens piektijden personeel kunnen putten - zou het OVB bijvoorbeeld zo'n 300 leden hebben, de FNV 500 en het CNV “hooguit een tiental”, aldus IJzermans. “Toch mocht het CNV wel mee onderhandelen over de cao en wij niet.” De afgelopen week slaagde het OVB erin bij de komende cao-besprekingen bij SHB een plaats aan de onderhandelingstafel te verwerven.

Dat het daar tot dusver nooit van gekomen was, komt volgens Cees van Nimwegen van FNV Bondgenoten doordat de FNV het OVB niet nodig heeft bij de onderhandelingen. “Wij kunnen het best zelf.” Bovendien zijn de cao's in de haven volgens Van Nimwegen al lastig genoeg en proberen de werkgevers de bonden - in dit geval FNV en CNV - nog wel eens tegen elkaar uit te spelen. Het OVB zou het tijdens hevige cao-onderhandelingen wel eens op een akkoordje kunnen gooien met de werkgevers, vermoedt hij. “In zo'n situatie is het OVB absoluut niet te vertrouwen.”

Gerrit IJzermans (OVB) spreekt dat tegen. “De FNV heeft vorig jaar voor de SHB-havenpool juist zelf een cao vol verslechteringen gesloten. Dat zouden wij nooit doen.” IJzermans, zelf werkzaam in de havenpool als kraanmachinist en behalve LBV-bestuurder tegenwoordig ook voorzitter van de ondernemingsraad van de SHB, organiseerde vorig jaar nog wilde stakingen tegen de gewraakte cao-voorstellen. “Wij hebben daarmee flink wat druk op de FNV-onderhandelaars gelegd”, aldus IJzermans. “Maar acties alleen bleken niet genoeg. Wij hebben onszelf daarna toegang verschaft tot een FNV-ledenvergadering in Bergen op Zoom, waar over de SHB-cao gesproken werd.”

Niek Stam, coördinator van de cao-onderhandelingen bij SHB van - toen nog - de Vervoersbond FNV, herinnert zich dat IJzermans en de zijnen onuitgenodigd binnenkwamen, gingen zitten en niet meer weg wilden gaan. Hierop ontstonden schermutselingen, waarbij Stam enige rake klappen van een OVB'er opliep. “Dat was nog eens een stunt, toen die FNV'er op z'n gezicht getimmerd werd”, aldus OVB'er IJzermans. “Als het een collectief belang dient, zijn wij nu eenmaal geen lieverdjes. Burgerlijke ongehoorzaamheid staat dan bij ons hoog in het vaandel.” Volgens FNV'er Stam zegt deze werkwijze van het OVB genoeg over “de aard van het beestje”.

Het OVB ontstond in 1948 als een afsplitsing van de communistische Eenheids Vakcentrale (EVC). IJzermans: “Het communisme hebben wij toen achter ons gelaten, maar we bleven een wilde bond en actievoeren was voor ons jarenlang een edel beroep.” De laatste jaren tekent zich volgens IJzermans een kentering af. Jonge nieuwkomers binnen het OVB brachten eind jaren tachtig een nieuw elan in de bond en verlegden de prioriteiten van actievoeren naar overleggen. “Sindsdien zijn wij cao's gaan afsluiten. Vijfenveertig jaar actievoeren heeft ons achteraf gezien minder opgeleverd dan vijf jaar constructief overleggen.”

In 1994 sloot het OVB een cao met de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en uitzendondernemingen (NBBU), een groep van ruim 150 werkgevers die zo'n 350 kleine uitzendbureaus exploiteren. De NBBU opereert sinds 1993 naast de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), die de grote uitzendbureaus organiseert. De NBBU-werkgevers voelden zich niet thuis tussen landelijke ketens als Randstad en Vedior en konden niet uit de voeten met de ABU-cao.

Omdat die cao algemeen verbindend verklaard werd door de minister, en dus ook op de NBBU-werkgevers van toepassing was, ging de NBBU op zoek naar een andere onderhandelingspartner voor een eigen cao. “We hebben eerst nog geprobeerd het met de FNV eens te worden, maar die wees ons de deur. Daarna zijn we verder gaan zoeken en uiteindelijk kwamen we bij het OVB terecht”, aldus NBBU-secretaris H. van Groeningen. De onderhandelingen leidden tot een cao en die is nu zo'n drieëneenhalf jaar van kracht, “tot volle tevredenheid van ons en het OVB”. De laatste incasseerde ongeveer 30.000 gulden aan werkgeversbijdrage.

De FNV vindt de NBBU-cao een farce. “Uitzendkrachten die via de NBBU-bureaus werken hebben hun arbeidsvoorwaarden alleen maar zien verslechteren”, aldus Marcel Nuyten van FNV Bondgenoten. In januari van dit jaar noemde de FNV Dienstenbond, inmiddels opgegaan in FNV Bondgenoten, de NBBU in een persbericht een “vereniging van koppelbazen en andere kleine uitzenders”.

In een poging van de FNV om weer tot één cao voor alle uitzendkrachten te komen besloot de bond het OVB het voordeel van de twijfel te geven en bood het een plaats aan de onderhandelingstafel aan. “We wilden voorkomen dat uitzendbureaus met elkaar moeten concurreren op arbeidsvoorwaarden”, aldus Nuyten. Het overleg leidde tot een convenant, ondertekend door alle partijen, NBBU en OVB incluis. Daarin is onder meer afgesproken dat uitzendkrachten een pensioen kunnen opbouwen en na anderhalf tot twee jaar recht hebben op een vaste aanstelling als uitzendkracht.

Een andere afspraak was dat er één cao voor alle uitzendkrachten zou komen. De onderhandelingspartners waren dan ook met stomheid geslagen toen, tijdens de besprekingen over die nieuwe cao, begin dit jaar, de NBBU plotseling toch weer de onderhandelingstafel verliet. “Binnen de kortste keren was ook het OVB verdwenen”, zegt Nuyten. Inmiddels praten de twee opnieuw over voortzetting van hun eigen cao.

FNV en CNV reageerden woedend en dreigen nu met acties. NBBU-secretaris Van Groeningen doet daar laconiek over. “De bonden zijn in onze branche niet voldoende georganiseerd om effectief actie te kunnen voeren.” De FNV weerspreekt dat en zegt de bij de NBBU aangesloten uitzendbureaus en hun inleners te zullen bestoken met acties. Volgens Van Groeningen laten de NBBU-werkgevers dat niet over hun kant gaan. “Wij zijn allemaal kleine ondernemers en de zaak is ons leven. Als straks een stelletje FNV'ers bij ons op de stoep staat, weet ik niet wat er zal gebeuren. Wat ik wel weet is dat NBBU'ers elkaar helpen en dat het OVB ook best een handje wil toesteken. Ik hoop maar voor de FNV dat we geen geweld tegen hen hoeven te gebruiken.”

De eigen cao van de NBBU is, op het gebied van de arbeidsvoorwaarden, identiek aan de ABU-cao, zegt Van Groeningen. De NBBU houdt ook rekening met het uitzendconvenant, maar de afspraken over aanzegtermijnen - “onwerkbaar”, volgens Van Groeningen - en de administratie daarvan - “geldverslindend en onnodig” - ontbreken.

In de loop van dit jaar verandert de rechtspositie van uitzendkrachten als de Wet Flexibiliteit en Zekerheid, die nu bij de Eerste Kamer ligt, ingaat. De wet, een uitvloeisel van het 'flexakkoord' tussen werknemers en werkgevers in de Stichting van de Arbeid, regelt onder meer dat de maximale uitzendduur van een half jaar wordt afgeschaft en dat werkgevers uitzendkrachten na een half jaar ook moeten doorbetalen als er geen werk is. Verder moeten uitzendkrachten uiterlijk na drie jaar een vast dienstverband krijgen. Van deze afspraken kan straks alleen afgeweken worden door middel van een cao.

Volgens mr. P. van der Heijden, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, komt de rechtspositie van de uitzendkracht in gevaar als de NBBU in zijn cao met het OVB op eigen houtje afwijkende afspraken kan maken. “Het hele wetsvoorstel over Flexibiliteit en Zekerheid komt hierdoor onder spanning te staan.”

De bepaling dat bij cao van de wet afgeweken kan worden maakt het weliswaar mogelijk de afspraken te omzeilen, maar is wel essentieel. De werkgevers, waaronder de ABU, zouden het flexakkoord in de Stichting van de Arbeid anders nooit gesteund hebben. In het uitzendconvenant - mede ondertekend door NBBU en OVB - is ook onmiddellijk van de mogelijkheid om af te wijken gebruik gemaakt. Zo is afgesproken dat de periode van zes maanden, waarna de verplichting om loon door te betalen geldt, in de uitzendcao wordt opgerekt tot een jaar. Nu blijkt echter dat er geen algemene uitzendcao komt, maar voor de ABU en de NBBU elk een aparte cao. De onderhandelingen tussen ABU en FNV Bondgenoten verlopen moeizaam, NBBU en OVB verwachten wel snel tot overeenstemming te kunnen komen. “De cao van NBBU en OVB loopt dwars door de afspraken uit het flexakkoord heen”, aldus Van der Heijden. Het zou hem dan ook niet verbazen wanneer de Eerste Kamer de Wet Flexibiliteit en Zekerheid op dit punt aangescherpt wil zien. De Kamer heeft hierover al schriftelijke vragen gesteld.

Als een kleine werkgeversclub in het uitzendwezen centraal gemaakte afspraken kan omzeilen door een eigen cao af te sluiten, kan dat in andere sectoren immers ook. Zo sloot het OVB behalve voor uitzendkrachten ook cao's voor werknemers bij kleine tankstations, horeca-personeel en werknemers in de evenementenbegeleiding. Voor de betrokken werkgeversverenigingen bij de horeca-cao en de tankstation-cao geldt een vergelijkbaar verhaal als voor de NBBU. Kleine horeca-ondernemers verenigden zich in het Nederlands Horecagilde (NHG), dat bestaat uit middenstanders die zich niet thuisvoelen bij Koninklijke Horeca Nederland (KHN). Door de overeenkomst met het OVB ontlopen ze de KHN-cao. De Belangenvereniging Tankstations (BETA) is een verbond van kleine benzinepomphouders, die zich afkeren van de BOVAG en zijn cao. De FNV toont zich kritisch over de afspraken tussen BETA en OVB. “De strenge veiligheidsnormen uit de BOVAG-cao, waar wij hard voor gevochten hebben, worden in de BETA-cao compleet overboord gegooid”, aldus FNV'er Nuyten.

Gerrit IJzermans (OVB) reageert laconiek en stelt slechts vast dat het korps van ontevreden werkgevers alsmaar groter wordt. “De FNV heeft zich van het midden- en kleinbedrijf vervreemd. Daardoor vallen er gaten en daar springen wij op in.”

Het OVB doet vrijwel uitsluitend zaken met werkgeversverenigingen in het midden- en kleinbedrijf. Woordvoerder T. Hokken van MKB-Nederland kijkt er niet van op dat MKB-leden steeds vaker in het OVB een cao-partner vinden. “Voor MKB'ers sluit het OVB nu eenmaal gunstigere cao's. Als ze het met FNV, CNV en De Unie niet eens kunnen worden komen ze al snel bij het OVB terecht. Het blijft natuurlijk altijd beter wanneer in één branche ook maar één cao van toepassing is, maar ik kan MKB-leden niet tegenhouden om met het OVB in zee te gaan. De FNV moet alert zijn om werkgevers niet door een al te starre houding bij onderhandelingen te verliezen aan het OVB.”