Pluk de dag

Werk, arbeid wordt gevoed door de routine van elke dag. Een weekeinde van niet werken straft zich af door een maandagmorgen die niet op gang wil komen. Wie aan topsport doet, oefent zijn lichaam elke dag. Topartisten werken zonder ophouden aan hun spel en treden liefst dagelijks op. Wie werkt aan de rand van de wetenschap neemt nooit een dag vrij, daar is hij veel te nieuwsgierig voor en dat geldt ook voor een schrijver.

Wie werkt in een vrij beroep praat niet over vakanties of nieuwigheden als stress. Wie werkt in vrijheid doet meestal werk dat niet door een ander wordt gedaan. Als hij er mee ophoudt, houdt dat werk van 'm ook op.

Wie vrij is, doet datgene wat hijzelf het beste vindt om te doen, zelfs al is dat niet altijd het meest aangename. Hij zal ervoor zorgen dat wat vandaag gebeuren moet vandaag ook gebeurt en niet morgen wordt aangetroffen als een restje van gisteren. Dat is althans mijn ervaring. Aantekeningen, gisteren gemaakt, die mij vertellen wat ik vandaag ga schrijven - vertellen mij niets. Wat gisteren bloeide had ik gisteren moeten plukken. Wat gisteren een briljant idee was, ligt vandaag verwelkt ter aarde. De scheppende geest kijkt niet achterom.

Je leest iets, een krantenartikel, een brief, een notitie en je zegt, dat is interessant, dat prikkelt mij om te schrijven. Je zult de volgende dag vergeten zijn wat er zo aantrekkelijk aan was. Het woord 'interessant' is in dit verband een verraderlijk woord dat goed kan verbloemen dat je iets uitstelt.

Ik heb een boekenkast van zeven meter lang. De onderste plank is geheel gevuld met stapels kranten, uitgescheurde pagina's, artikelen, kopieën, stencils, overzichten, allemaal interessante (!) artikelen, die ik gelezen heb, half gelezen, niet gelezen, maar wel bewaard 'voor later'. Wannéér dat is weet ik niet. Nu misschien, want ik ben neergestreken en blader, lees een artikel genaamd 'Moral Doubt' en vraag me af waarom ik het toen heb willen bewaren. Ik krijg een glimp te zien van de man die ik toen was. De dingen krijgen een nostalgisch kleurtje: ach, dat was toen en ik geniet ervan als van een oud fotoalbum, maar geen van de artikelen die ik heb bewaard helpen mij bij het beschrijven van de gedachten die nu in mij leven. Dit wordt een zoete, verloren middag - geeft niet, dat zijn mijn vakanties.

Ik lees een interview met Rutger Hauer uit 1982 dat ik bewaard heb om een zin die ik nu niet meer kan terugvinden; ik lees over zijn lichamelijkheid, als speler. Als mens. Die heb ik niet, dus dan bewonder je zo'n man en je bewaart het verhaal. Je herleest het, na zestien jaar en het is als nieuw. Hoevaak moet je iets herlezen voordat je het helemaal onthoudt? Hoe vaak wil je iets dat je vergeten was toch weer onthouden?

Ik kom een artikel tegen van P. Feyerabend, 'Science in a Free Society', mij toegestuurd, de hemel weet door wie. Verder: 'De incompatibiliteit van kleuren'. 'Jericho, oudst bekende stad op aarde'. 'Levenslang in een tbs-kliniek'. 'Wie was Willem die Van den vos Reynaerde maakte?', 'The Single Work Art Project'. 'De achterkant van een verzetsdaad'. De van diepzinnige formules voorziene grafsteen van Hans Koetsier, 'in samenwerking met Dr. H.P. Barendregt'. Een mooie dood. Barendregt is nu professor. Ik heb hem eens, aan een diner (zie je wel, de herinneringen duiken op), gevraagd waarom min maal min per se plus is - hoe dat komt. Hij nam een papiertje, dacht even na en schreef het bewijs. Hij maakte daarbij gebruik van het feit dat één min één nul is. Hij overhandigde mij het bewijs, op dat papiertje. Dat papiertje heb ik bewaard. Ik ben het kwijt. Maar op een middag als deze, mijn verleden lezend, zal ik het wel weer tegenkomen.

En zo is er nog veel meer. Voor mijn oude dag. Als ik niet meer schrijf. Alleen nog maar lees. Dan zal ik lezen hoe ik heb geleefd. En geschreven. Langs welke lijnen ik heb nagedacht. En waar ik overal ben ontspoord. Interessant!

    • Gerrit Krol