Ouderlijk gezag

Sinds 1 januari 1998 behouden scheidende ouders in beginsel gezamenlijk het gezag over hun kinderen. Voor die tijd behield de ene ouder het gezag en kreeg de andere een omgangs- en informatierecht. In haar artikel (18 februari) signaleert Beatrijs Ritsema terecht een aantal merkwaardigheden die rond deze wijziging hangen. Het aantal na de scheiding voor de rechter uitgevochten conflicten over belangrijke beslissingen omtrent de kinderen zal waarschijnlijk toenemen. Het effect op die kinderen van zulke conflicten laat zich raden.

Vreemd in dit verband is de opmerking van Ritsema over het achterhouden van alimentatie als de alimentatieplichtige zijn of haar kinderen niet mag zien. Vreemd, want kinderen hebben een zelfstandige juridische aanspraak op levensonderhoud van beide ouders zowel gedurende als na ontbinding van het huwelijk. Het achterhouden van de bijdrage in de opvoedingskosten is niet alleen strijdig met die wettelijke verplichting maar bovenal (alweer) een voorbeeld van een situatie waar kinderen de dupe zijn van een conflict van anderen. Om dat achterhouden nu een volkomen terecht wapen te noemen is op zijn zachtst gezegd merkwaardig.