Opnieuw kritische nota GSD Amsterdam

AMSTERDAM, 3 MAART.De kloof tussen directie en medewerkers van de sociale dienst in Amsterdam, waar al jaren problemen zijn met reorganisatieplannen, is groot. Met name de communicatie van de directie is zwak. Dat schrijft organisatieadviesbureau Coopers & Lybrand in een voortgangsrapportage over het nieuw in te voeren automatiseringssysteem NUS.

Coopers & Lybrand beveelt aan de invoering van het NUS, die al vertraging heeft opgelopen en veel meer geld kost dan aanvankelijk begroot, prioriteit te geven boven de reorganisatie die vier maanden geleden is ingezet. Het NUS en de reorganisatie samen hebben een “zeer forse impact op het personeel”, aldus het adviesbureau.

Bij de sociale dienst in Amsterdam is het al lang onrustig. De afgelopen tien jaar werden vier keer pogingen ondernomen om de dienst met circa 1.600 medewerkers te reorganiseren en het grote aantal fouten dat wordt gemaakt te verminderen. Maar de drie vorige reorganisaties liepen telkens vast op de onwil van het personeel. Ook de in november ingezette reorganisatie, waarbij zeventien rayonkantoren worden teruggebracht tot negen regiokantoren, gaat gepaard met grote onrust. De ondernemingsraad wil de reorganisatie met een jaar uitstellen en eerst de automatisering tot een goed einde brengen.

Ook het rapport van Coopers & Lybrand laat zich in die richting uit. “De samenloop van de invoering van NUS, de reorganisatie en overige nieuwe taken waarvoor de dienst wordt gesteld, kunnen leiden tot destabilisatie van de uitvoering”, aldus Coopers & Lybrand. Maar wethouder J. van der Aa en directeur H. Denijs willen niet van de voorafgekozen planning afwijken. Wel moet er een betere afstemming komen. De sociale dienst moest de reorganisatie doorvoeren om onder miljoenen guldens aan strafkortingen van het Rijk uit te komen. Deze werden opgelegd omdat de dienst te veel fouten maakte. Coopers & Lybrand is kritisch ten opzichte van de directie van de sociale dienst en daarmee ook over wethouder Van der Aa. Volgens SP-raadslid H. van Bommel was het concept-rapport van het adviesbureau nog veel kritischer.