Op sponsorjacht in de directieauto; Bert Groen (GPV), Bunschoten

In de aanloop naar de verkiezingen voor de gemeenteraad op 4 maart loopt NRC Handelsblad een dag mee met enkele gemeentebestuurders met Economische Zaken in portefeuille. Deze keer: de burgemeester van Bunschoten.

BUNSCHOTEN

Inwoners: 19.000

Structuur werkgelegenheid: landbouw en visserij 1 procent, industrie en bouw 36 procent, handel 41 procent, overige diensten 22 procent (uitgezonderd overheid, vrije beroepen en onderwijs).

Belangrijke bedrijven: Polynorm, Van Halteren Metaal.

Werkloosheid: 4,8 procent.

Bedrijfsterrein: 94 hectare.

Nog beschikbaar: 10 hectare.

Gemiddelde grondprijs: 220 tot 260 gulden per vierkante meter exclusief btw.

BUNSCHOTEN, 3 MAART. Bert Groen (52) is sinds 1985 burgemeester van Bunschoten, waar confessionele partijen de gemeentepolitiek beheersen. Het Gereformeerd Politiek Verbond, waartoe hij sinds zijn 25ste behoort, is in de gemeenteraad vertegenwoordigd met vijf zetels. Niet-confessionele partijen bezetten er slechts drie van de zeventien raadszetels.

De burgemeester, die Economische Zaken in zijn portefeuille heeft, voelt de sterke geloofsovertuiging doorwerken in de plaatselijke economie. “Het arbeidsethos onder calvinisten is altijd hoog geweest”, zegt hij. “Je moet goed omgaan met de gaven en de gezondheid die je hebt ontvangen.” De Bunschoter ziet het als “een stukje opdracht”.

De visserij bepaalt van oudsher de plaatselijke economie. In de havens van Spakenburg, dat tot de gemeente behoort, lagen aan het begin van deze eeuw tweehonderd vissersschepen. Er zijn nog twee vissers over, maar de traditie leeft voort in 205 visverwerkende bedrijven, veelal visboeren. Vijftien procent van de beroepsbevolking verdient er zijn brood.

Zelfs de aanwezigheid van het metaalverwerkende bedrijf Polynorm, de grootste werkgever in Bunschoten, heeft de gemeente aan de visserij te danken. Na de aanleg van de Afsluitdijk en de IJsselmeerpolders verdween de vissersvloot. Ter compensatie stimuleerde de rijksoverheid de vestiging van bedrijven.

Polynorm is groot gegroeid. De hoofdvestiging van de beursgenoteerde onderneming telt 1100 werknemers. “In alle Europese auto's zitten Polynorm-onderdelen. Behalve in die van de Fransen. Die zijn te eigenwijs.” De bestuurlijke banden met Polynorm zijn sterk, volgens Groen. “Als ze daar niezen, horen wij het op het gemeentehuis.”

Calvinistisch arbeidsethos kan knap lastig zijn. Groen herinnert zich hoe Bunschoten bij zijn aantreden gebukt ging onder een crisis in de bouw. Veel werkloze bouwvakkers gingen in hun eigen garage vis verwerken, om het op markten te verkopen. “Hun hand ophouden was ze vreemd.” Die zelfredzaamheid ging samen met stankoverlast. Groens bureau werd bedolven onder klachten van buurtbewoners. “We verboden de activiteiten, maar niet zonder een alternatief te bieden.” De gemeente liet visschuurtjes bouwen op een industrieterrein, die mensen konden huren of kopen.

Het gemeentelijk bedrijf leerde Groen van binnenuit kennen. Van gemeenteklerk in Hoofddorp tot burgemeester van Bunschoten. “Ik heb alle rangen en standen wel gehad.” De burgemeester schetst een beeld van een traditionele economie, waarin ondernemers en gemeentebestuur elkaar goed kennen. Tijdens zeilen, eten en drinken is het prima zaken doen. Ons kent ons. De burgemeester doet er niet moeilijk over. Tijdens de restauratie van de Spakenburgse botterwerf kwamen zijn contacten met het plaatselijke bedrijfsleven hem goed van pas.

In het kader van een toeristisch ontwikkelingsplan kocht de gemeente de oude werf, waarvan de gebouwen “bijna in elkaar donderden”, voor acht ton. Maar de gemeentebegroting kon de restauratiekosten - 3,5 miljoen gulden - niet dragen. Groen ging met de directeur van Polynorm “op sponsorjacht in de grote directieauto”. De plaatselijke Rabobank benaderde de detailhandel. Provinciale en Europese subsidies deden de rest. Groen toont de gerestaureerde werf die, naast de werkplaatsen, onderdak biedt aan een VVV-bureau en een bezoekerscentrum. Machines uit het begin van deze eeuw werden opgeknapt na een belletje met de opleidingsinstituten van Polynorm en de Tankwerkplaats van Leusden.

Goede banden met plaatselijke ondernemers zijn echter geen garantie voor economische groei. De mogelijkheden van de gemeente dreigden beperkt te worden door het beleid van de rijksoverheid, dat versnipperde groei wil tegengaan. De regionale groei werd in Amersfoort geconcentreerd, waardoor Bunschoten “afgeknepen zou worden.”

In samenwerking met zes andere gemeenten uit Eemland (Baarn, Soest, Amersfoort, Eemnes, Woudenberg en Leusden) kon Groen het tij nog enigszins keren. De gemeenten kwamen met een eigen regionaal structuurplan, dat de provincie grotendeels overnam. Het was volgens de burgemeester niet makkelijk om overeenstemming te bereiken. “Als een ambassadeur reed ik van gemeente naar gemeente. Net als Kofi Annan. Maar het was de moeite waard. Vorige week werden de eerste palen geslagen van zes ondernemingen op het nieuwe bedrijfsterrein Haarbrug-Noord.”