Nonchalant dansen in een kantine

Voorstelling: Vijzel. Door Conny Janssen danst... en Cello Octet Conjunto Ibérico. Choreografie: Conny Janssen. Dirigent: Elias Arizcuren. Muziek: J.S. Bach, J. Nin, I. Xenakis e.a. Vormgeving: Thomas Rupert. Gezien: 25/2, Rotterdamse Schouwburg, Rotterdam. Tournee t/m 17 april. Inl. (020) 623 37 00

Net als gisteren, net als eergisteren heeft iedereen zich in de kantine verzameld. Zittend aan tafels wachten de mannen en vrouwen op het begin van weer een werkdag. Er heerst een ogenschijnlijke rust, neigend naar verveling. Een vrouw heeft met een scherp 'good morning' twee flirtende collega's terechtgewezen en maakt daarmee direct duidelijk dat er binnen de groep spanningen zijn.

Zo zet choreografe Conny Janssen de toon voor Vijzel, haar zesde productie met het gezelschap Conny Janssen danst... Haar eigen traditie getrouw onderzoekt ze de spanningen en verhoudingen binnen een groep mensen. Geïnspireerd door jeugdervaringen en herinneringen aan haar vaders metaalfabriek, koos Janssen ditmaal 'de werkomgeving' als uitgangspunt. Hoe gaan mensen die elkaar dagelijks zien, op een vaste tijd en plek, met elkaar om? Hoe gedragen ze zich als individu? En wat gebeurt er als iemand last krijgt van gevoelens van verstikking? In het negatieve geval zullen er spanningen ontstaan, waarna een isolement volgt. In het positieve geval zal iemand door verbeelding boven de werkelijkheid uitstijgen, aldus de choreografe.

In blauwgrijs getinte jurkjes en overalls dansen de drie vrouwen en vijf mannen op een leeg toneel. Een bijzonder suggestieve belichting doet geloven dat zonlicht door een schaars aantal ramen schijnt. Met veel vaart, energie, kracht en flair voeren de dansers de vele groepsdelen uit.

Op een vrije, losse manier bewegen ze, soms bijna nonchalant. In de, al dan niet synchroon uitgevoerde, pas de deux is origineel partnerwerk te zien. Tijdens solo's komen de persoonlijke talenten en de dynamiek van de dansers naar voren.

Acht cellisten, leden van het in 1989 opgerichte Cello Octet Conjunto Ibérico, begeleiden Vijzel, onder leiding van Elias Arizcuren. Gekleed in zwarte overalls en zittend op het toneel, zijn ze een duidelijk onderdeel van 'de groep' geworden. Nu eens zwepen ze de dansers op, dan weer spelen ze ingetogen. Op fraaie wijze opgenomen in het toneelbeeld en de choreografie, geven zij een extra dimensie aan deze productie.

Maar Janssen vervalt wel in herhaling. Ook zijn de tegenstellingen niet groot genoeg. Een door anderen geïsoleerd individu vereist een andere vertolking dan het dromerige type, dat zichzelf isoleert. Het is jammer dat Janssen niet meer accenten heeft weten te leggen, want daardoor is haar voorstelling vlak.