Nieuwe flamenco houdt zijn roffelende ritmes

De klassieke flamenco heeft zich vermengd met blues, jazz en Afrikaanse dansen en beleeft in die veranderde vorm een come-back. Vanaf morgen roffelen de met spijkers beslagen laarzen van de nieuwe golf ook in de Nederlandse theaters.

Flamenco!!! De La Casa, Duo en La Calle, uitgevoerd door de groep Flamenco XXI Danza onder regie van Ricardo Franco. Te zien in Den Haag, Lucent Dans Theater 4 en 5/3; Amsterdam Carré Theater 7 en 8/3 en Breda, Chassé Theater 10 en 11/3.

MADRID, 3 MAART. De vloer van de ballet-oefenruimte heeft het zwaar te verduren: het blanke hardhout golft als rubber onder de roffelende ritmes van de met spijkers beslagen laarzen. De temperatuur in de hal loopt merkbaar op naarmate de repetitie vordert van La Calle (De Straat), een van de onderdelen van het dansspektakel Flamenco!!!. Regisseur-choreograaf Ricardo geeft de laatste aanwijzingen voor het donderende salvo waarmee de klassieke flamenco-proef van de tien dansers uit zijn groep eindigt.

De voorstelling Flamenco!!!, die vanaf morgen is te zien in Den Haag, Amsterdam en Breda, is een treffend voorbeeld van de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de flamenco in Spanje. Voor een genre dat in de jaren zestig dreigde weg te zakken in de folkloristische marginaliteit, ondergaat de flamenco een opmerkelijke revival. Muziekgroepen als Ketama en Pata Negra mogen zich in grote populariteit verheugen, danser Joaquín Cortés boekt triomfen op zijn wereldtoernee. Verandering en ontwikkeling zijn de sleutelwoorden voor de nieuwe vitaliteit. Klassieke flamenco-ritmes blijken uitstekend vermengbaar met blues, jazz en Afrikaanse muziek, de danstechnieken worden ingezet voor choreografieën afkomstig uit de contemporaine en klassieke dans.

Flamenco!!! ontstond twee jaar geleden naar een idee van producente Pilar de Yzaguirre voor het internationale Dans-festival van Wenen. “We wilden een flamenco-stuk maken dat de zaken op een nieuwe manier presenteerde”, verklaart ze haar initiatief. Ricardo Franco, die net afscheid had genomen van zijn jarenlange loopbaan als danser bij de Compañía Nacional de Danza van Nacho Duato, werd aangetrokken voor de choreografie en regie van een dansspektakel volgens de nieuwe fusie-principes.

Het resultaat is een inspirerende voorstelling met veel afwisseling en een grote kwaliteit van de verschillende dansexpressies. “Ik heb niet meer gedaan dan de klassieke flamenco gebruiken in een moderne choreografie”, meent Ricardo Franco (38) tussen de repetities door. Als zijn belangrijke inspiratiebronnen noemt hij enerzijds het werk van zijn contemporaine collega's William Forsythe en Jirí Kylián, anderszijds de flamenco van Canales. Ooit begonnen als danser van folkloristische muziek uit de regio Aragón, belandde hij via de flamenco uiteindelijk bij de hedendaagse dans van Nacho Duato. Van zijn groep jonge dansers heeft een groot deel een moderne dansopleiding. Solisten Rafael de Carmen en Beatriz Martín genoten evenwel hun opleiding in flamenco-scholen in respectievelijk Sevilla en Granada.

In La Calle sluiten de verschillende dans- en muziekvormen probleemloos op elkaar aan. Na het explosieve, klassieke begin van La Calle vult de oefenruimte in de voormalige stadsslachterij van Madrid zich met meer ingetogen pianoklanken voor een korte danssolo van Beatriz Martín. Het derde deel pakt weer uit met een opzwepend samba-ritme dat wordt ingezet door de deels Braziliaanse percussie-groep, waar de ritmekasten uit de flamenco broederlijk staan opgesteld naast bongo's.

Zanger Mateo Soleá (47 jaar) haalt een hand door zijn lange, donkere haar, pakt een rieten stoeltje (onmisbaar instrument van de flamenco-zang) en heft de rauwe openingskreet aan waarmee zijn lied begint. Samen met medezanger Antonio de la Malena is Soleá afkomstig uit Jerez de la Frontera. “Wij zijn als zigeuners geschoold in de klassieke flamencozang”, verklaart Solea. Zingen voor een dansgroep is weer eens wat anders, meent het duo. “Flamenco is universeel, je kunt het makkelijk in andere ritmes voegen, op deze manier blijft de zaak in beweging”, vindt collega Malena.

Hoewel Flamenco!!! ook in eigen land op juichende kritieken mocht rekenen, valt in het puristische deel van de flamencowereld bij tijd en wijle enig gemor te beluisteren. De nieuwe mengvormen worden daar met gepast wantrouwen of met regelrecht dédain afgedaan als flamenco-pop. Hoewel deze kunstvorm zelf ooit ontstond als een mengsel van onder meer Indiase zigeunermuziek en berber-ritmes, wordt gevreesd voor een vervuiling van de 'pure' flamenco. “Ik begrijp die discussie tussen puur en niet puur niet”, vindt soliste Beatriz Martín. “Flamenco is goed of niet goed. Het is zeer aantrekkelijk om de dans ook weer eens op een andere manier te verwerken, maar de basis blijft hetzelfde. En daarnaast: dit bevat ook een paar heel klassieke onderdelen.”

Ricardo Franco, die zelf in het duet Duo de contemporaine dans neerzet tegenover de door Beatriz Martín gedanste flamenco, is niet verbaasd over de kritiek die af en toe opborrelt. “Wat ik doe is natuurlijk weinig orthodox. Bij iets nieuws heb je nu eenmaal altijd kritiek, dat hoort erbij. Maar we respecteren de esthetiek van de flamenco, de essentie blijft bewaard.”

Dat laatste betreft in ieder geval de vitale ritmes waaraan de flamenco-dans zijn dramatische werking ontleent. Zijn de vloeren in de Nederlandse theaters in staat om het bespijkerde roffelgeweld van de laarzen te verdragen? Uit voorzorg laat de groep extra vloerdelen aanbrengen van een centimeter dik, zo bevestigt Franco desgevraagd. De vrees geldt evenwel niet zozeer de bestaande ondergrond, alswel de akoestiek. “Het geluid mag niet te hol klinken”, aldus de regisseur, “De energie van flamenco komt van binnenuit, vanuit jezelf, vanuit de aarde. Het ritme is essentieel. Dat moet je kunnen horen.”