Nederlandse zakenlui: China één grote copier

Er zijn twee manieren in China om een produkt uit westerse landen na te maken. Of Chinezen kopen één apparaat, halen het uit elkaar en maken het na. Of ze sluiten een joint-venture. “China is één groot kopieerapparaat”, zeggen Nederlandse ondernemers.

GUANGZHOU, 3 MAART. Iedereen leek van de samenwerking te profiteren met de cd-fabriek die Philips samen met een Chinese partner sinds midden jaren tachtig had in Shenzhen, een economisch ontwikkelingsgebied aan de grens met Hongkong. Philips spon garen bij de lage lonen, de partner bij de technologische kennis. Totdat de Chinezen vonden dat ze genoeg wisten en pal tegenover de oude Philips-fabriek exact dezelfde bouwden aan de andere kant van de weg. Het enige verschil was waar de naam 'Philips' stond - daar hingen Chinese tekens.

“China is één groot kopieerapparaat”, zeggen Nederlandse ondernemers die het klappen van de zweep in China inmiddels kennen. Een aantal van hen maakte deel uit van de handelsdelegatie die vorige week China bezocht onder aanvoering van minister Wijers en werkgeversvoorzitter Blankert. Een van de directeuren was R. Kingma, de hoogste baas van Delft Instruments, een bedrijf dat hoe dan ook vooral bekend is van de nachtkijkers die het aan de Iraakse troepen leverde voor de Golfoorlog. Veel belangrijker voor zijn bedrijf vindt Kingma de medische tak die goed is voor 35 procent van de totaalomzet.

Maar Kingma heeft een probleem. Het apparaat dat zijn bedrijf voor een prijs van een half miljoen gulden maakt voor de genezing van kanker wordt nagemaakt door minstens twee Chinese concurrenten. Dat is vervelend voor de omzet van Delft Instruments, maar ook voor de gezondheid van de Chinezen. Die hebben het product zo slecht nagemaakt dat waar Kingma's machine kankerpatiënten geneest, de tien keer zo goedkope Chinese apparaten voor levensbedreigende situaties zorgen.

Het gaat om een machine voor de zogenoemde brachy-therapie bij de bestrijding van kanker. Vergelijkbaar met een cameraatje dat via een opening in het lichaam naar binnen wordt gebracht, wordt een lange zeer dunne slang uit de machine naar het kankergezwel geleid. Daar worden kankercellen vernietigd door er korte radioactieve straling op te zetten. Het is fractie-van-millimeterwerk en dat is nu net het probleem van de Chinese kankergenezingsmachines, zegt Kingma. “De Chinezen doen maar wat met hun straling. Juist het deel van het apparaat waarmee de nauwkeurigheid staat of valt, is niet goed nagemaakt.”

“Delft good, price bad”, voegt de geneesheer-directeur van een ziekenhuis in de Zuid-Chinese miljoenenstad Guangzhou Kingma toe. De Delft-Instruments directeur kwam eens naar alweer een nagemaakt apparaat kijken van een voor Kingma onbekende producent. Het blijkt volgens de Chinese medicus top of the bill in China te zijn, net als zijn ziekenhuis dat in de laatste fase zit van een verbouwing. Hoofdschuddend loopt Kingma door de puinhoop. Een ander type stralingsapparaat, wel orgineel van Delft Instruments en waarvoor een schone omgeving cruciaal is, staat uitgepakt in de stofwolken. Maar de machine waarom het Kingma te doen is, zit nog in een houten kist en krijgt hij niet te zien. Eén blik op het plaatje dat de directeur van het ziekenhuis opgetogen laat zien en Kingma weet evenwel genoeg: “Da's ook niks.”

Wetgeving rond patenten en 'intellectueel eigendom' is er in China nauwelijks, heeft Kingma gemerkt en dat kan er volgens hem toe bijdragen dat China niet tot de wereldhandelsorganisatie WTO wordt toegelaten. Geen wetgeving? Dan maar jurisprudentie heeft de directeur besloten en hij is inmiddels terecht gekomen bij het Chinese equivalent van de Hoge Raad. “Met deze rechtszaak ben ik als middelgrote onderneming aan het pionieren en daar kunnen de grote jongens zoals Philips van profiteren”, zegt hij. Enige steun had hij wel van die 'jongens' verwacht, maar die bleef uit.

Het verschil tussen Delft Instruments met 1.500 werknemers en de 'groten' is dat deze laatsten in China zelf aanwezig willen zijn wegens de enorme 'thuismarkt' van ruim een miljard potentiële consumenten. Het Delftse bedrijf heeft daarentegen te maken met een fractie van de 20.000 ziekenhuizen die China heeft en het is dus zinloos de productie te verplaatsen naar China. Bovendien, zo legt Kingma uit, is het minder vervelend dat een product wordt nagemaakt, dan dat het hele productieproces wordt geïmiteerd zoals Philips met zijn cd-fabriek overkwam. “Het laboratorium is altijd zo'n tien jaar verder dan het product toont”, weet Kingma. “Wanneer je met Chinezen een joint-venture sluit, kopiëren ze aanzienlijk eerder.”

Dergelijke samenwerkingsovereenkomsten worden in China aan de lopende band gesloten. Vooral als het gaat om het binnenhalen van kennis en ervaring die de Chinezen niet bezitten, zoals met hoogwaardige technologie. Zonder een Chinese partner is het voor een buitenlandse bedrijf vrijwel onmogelijk om zich in China te vestigen. Van een vooropgezet Chinees plan om de zaak na te bootsen, zoals ogenschijnlijk met de Philipsfabriek, is in een minderheid van de gevallen sprake.

Directeur G. van Beek van Fokker Elmo neemt echter geen enkel risico. Zijn bedrijf heeft kortgeleden een vestiging geopend in Langfang, een industriegebied ten zuiden van Peking. Langfang Fokker maakt kabelbomen, de bundeling van alle electrische draden en vooral draadjes die door een vliegtuig lopen. Doodsbenauwd, werd Van Beek van al die verhalen over de Chinese kopieerzucht. Maar samenwerking met AVIC, de uit het leger voortgekomen belangrijkste speler in de Chinese luchtvaartindustrie, dat was te mooi om te laten lopen. Van Beek bedacht een simpele oplossing: een permanente computerverbinding met het moederbedrijf in Woensdrecht. “Alle blauwdrukken en ontwerpen komen hier binnen en zonder dat er één papiertje aan te pas komt maken we hier onze kabelbomen.”

Delft Instruments-directeur Kingma gelooft niet in de Fokker Elmo-methode: “Als er ergens een computer staat, kan een Chinees er altijd een floppy induwen.”

“Drie jaar lang hebben ze geprobeerd mijn filters na te maken, maar ze kregen het niet voor elkaar”, zegt een andere ondernemer, P. Borkent van het kleine Heerenveense familiebedrijf Filtrair. De onderneming levert filters aan de autoindustrie. Borkent kreeg ruim twee jaar geleden een telefoontje of hij onmiddellijk naar China wilde komen. Beteuterde Chinezen vertelden van hun heimelijke en vergeefse pogingen en bestelden meteen een container filters die zo snel mogelijk van Heerenveen naar China moest komen.

Sindsdien loopt er elke maand een container van Filtrair de haven van Shanghai binnen. Borkent verwacht dat het er drie zullen worden, want het lijkt erop dat steeds meer buitenlandse automerken fabrieken in China willen bouwen. Ligt het dan niet voor de hand om met de productie wat dichter bij het vuur te gaan zitten? “Een fabriek bouwen? In China? Dat nooit.”

    • Robert Giebels