Met beide benen op de grond

Twee heel verschillende manieren om dezelfde lastige waarheid onder woorden te brengen. We kregen er gisteren een fraai voorbeeld van in de schoot geworpen.

Op RTL 5 werd prof. C. Fasseur, de biograaf van koningin Wilhelmina, de vraag gesteld hoe Wilhelmina tegenover de buitenechtelijke avonturen van haar man stond. Fasseur: “Ik denk dat Hendrik niet zoveel verschilde van andere heren van zijn stand die een dame achter de hand hielden.”

Die wilde ik graag even op sterk water zetten: een dame achter de hand houden. Het klonk alsof de biograaf zich hier ook het idioom van de door hem beschreven jaren en kringen toe-eigende.

Hoe sprak (en spreekt) het gewone volk over dergelijke zaken? Daarvoor moeten we naar het programma Taxi, waarin Yvonne van den Hurk een ritje maakte met een stokoude baas die wat herinneringen ophaalde.

Hij tikte op zijn tong: dáár had hij als handelsman zijn brood mee verdiend. En in het contact met de dames was het ook wel nuttig geweest. Als zijn vrouw niet meeging naar recepties, dan gebeurde er wel eens wat. Tijdens zijn verblijf op Curaçao had hij, als blonde blauwogige man, de vrouwen zelfs van zich af moeten slaan. Of hij altijd getrouwd was geweest? Natuurlijk, vijfenveertig jaar lang - en schatten van kinderen.

Ging dat nou nooit eens vervelen, dat vreemdgaan, wilde Van den Hurk weten.

“Ach”, zei de man, “zo vaak gebeurt dat nou ook weer niet. Het gebeurt alleen als het voor je geweer komt.”

Hier hadden we dus een man die een geweer achter de hand hield voor het geval hij een dame tegenkwam.

Dit zijn de momenten waarop ik me steevast voorneem een verzameling van dergelijke uitdrukkingen aan te leggen. Als regelmatig tv-gebruiker moet je een eind komen. Ook originele, uit volmaakte argeloosheid geboren antwoorden zouden in zo'n verzameling een plaats verdienen. Bijvoorbeeld het antwoord van schaatster Marianne Timmer op een vraag van Frits Barend naar het geheim van haar fraaie stijl: “Ik schaats gewoon goed recht naarvoren.” En na de lacherige reactie van haar interviewer: “Het zal ook wel komen omdat ik geen dikke benen meer heb.”

Keeper Edwin van der Sar is ook tot zulke antwoorden in staat, al zul je ze uit hem moeten trekken. Henk Spaan interviewde hem in zijn aardige programma Voetballen doe je zo. Getweeën op de bank keken ze naar archiefbeelden van oud-keeper Jan van Beveren.

Als het woord 'bescheidenheid' niet bestond, zouden we het voor Van der Sar moeten uitvinden. Een volstrekt deiningloze man die van complimenten alleen maar verlegener wordt. “Wat beschouw je als je superredding?” vroeg Spaan. “Ik zou het niet weten”, zei Van der Sar. En zijn blunders? Ja, die herinnerde hij zich maar al te goed.

Ze keken naar een katachtige sprong van show-keeper Van Beveren. Wat vond Edwin ervan? “Als ik de bal normaal kan pakken, dan pak ik 'm normaal”, zei hij bedachtzaam. “Mijn benen gaan niet de lucht in als het niet nodig is.”

De beste keeper ter wereld die met beide benen zo lang mogelijk op de grond blijft - als ik dominee was, zou ik het begin van mijn eerstvolgende preek al klaar hebben.

Op Nederland 1 (NCRV) noteerde ik deze woorden van een alcoholiste die in de categorie 'zelfbedrog' ook iets klassieks hadden: “Ik ben nooit dronken, ik schijn er immuun voor te zijn.” Het ging om 'Johanna', een vrouw uit de Amsterdamse Pijp die door haar benedenbuurman - en journalist - Hans Krikke geportretteerd werd.

Het was een rauw, hard portret waarin Krikke niet alleen de observerende journalist, maar ook de betrokken vriend bleef. Die invalshoek maakte de film hier en daar wat amateuristisch, maar gaf er meteen grote kracht aan. Alleen het einde begreep ik niet helemaal. Krikke verweet zichzelf en andere hulpverleners dat zij Johanna met hun bemoeienis 'mede de afgrond in hebben geduwd'. Ze zouden haar te afhankelijk hebben gemaakt. Maar wat was het alternatief geweest? Sommige mensen zijn niet te redden - en zeker niet door zichzelf.