Kritiek op tv-journalistiek te gemakkelijk

Televisie-journalistiek ontbeert visie', aldus Harry van Wijnen (NRC Handelsblad, 23 februari). Het is een nieuw hoofdstuk in de discussie over de rol van de media in kwesties als die betreffende burgemeester Ouwerkerk van Groningen en de 'muiterij' van de procureurs-generaal tegen minister Sorgdrager.

Eerst lag de schuld vooral bij de journalistiek. Nu komt hij op de schouders van de tv-journalistiek. De kritiek komt erop neer dat de tv-journalist met zijn camera een beeld creëert dat naast de werkelijkheid staat. Harry van Wijnen citeert communicatiewetenschapper Otto Scholten (UvA) in Trouw van 20 februari, als het gaat om kritiek op de dominantie van het beeld: “Letterlijk in de zin dat vooral het medium televisie het moet ontgelden, figuurlijk in die zin dat beeldvorming overheersend is geworden: niet wat gebeurd is, maar wat gebeurd schijnt te zijn is van belang. Is dat beeld - hoe eenzijdig en vals ook - eenmaal gevestigd, dan is correctie immers niet meer mogelijk en gaat het beeld de werkelijkheid bepalen”. Maar was het beeld van Docters van Leeuwen, Sorgdrager en Ouwerkerk vals? Welnee.

Met betrekking tot Sorgdrager neem ik aan dat de krantencollega's al hun checks en doublechecks op het verhaal hebben losgelaten - net als wij - en tot dezelfde conclusies kwamen als wij. Het is dus veel te simpel - sterker, het is onjuist - om vast te stellen dat de tv-journalistiek een vals beeld heeft gecreëerd. Wij zijn tevreden dat wij als eerste het begrip 'muiterij' hebben gekozen. Dat dat beeld anderen (Sorgdrager, Docters) uiteindelijk niet goed uitkwam en zij een andere perceptie van hun werkelijkheid gingen ontwikkelen, staat daar buiten.

Ook in Groningen was het beeld juist. Er waren rellen in een wijk, de politie durfde niet op te treden, en de burgemeester had zich de ernst van de gebeurtenissen niet gerealiseerd. Er was een fundamentele crisis, nog versterkt door het moeizaam functioneren van de Groningse driehoek.

De media hebben erover gerapporteerd, kranten in vergelijkbare mate als de televisie. Al snel kwam de vertrouwensvraag aan de orde - en die vraag is intens in de media gesteld, bij herhaling, en terecht. Het antwoord is gegeven door de gemeenteraad, niet door de media. Ouwerkerk werd onvoldoende gesteund en trok zijn conclusie.

Er was in beide gevallen sprake van intense aandacht van de kant van de media. Maar de conclusie dat sprake was van een mediahype die zowel over Ouwerkerk als Docters valse beelden creëerde, is vals.

Naar aanleiding van deze gebeurtenissen constateert Harry van Wijnen dat de Nederlandse televisie niet uit eigen kracht kan relativeren, vergelijken en nuanceren. Achtergrond, analyse, toelichting ontbreekt. Ik ben het op dit punt niet met hem eens. Misschien vindt Van Wijnen het niet goed genoeg, maar wij doen al jaren niet anders dan de politieke verwikkelingen illustreren met duidende en analyserende presentatoren en verslaggevers. Over de kwestie Docters pogen wij niet puur aan de oppervlakte te berichten: onmiddellijk na die bewuste donderdag van de 'muiterij' hebben we achtergrondverhalen over de diepere betekenis van het conflict en over de affaire-Lancée (de aanleiding immers) uitgezonden. Hoofdrolspelers die niet voor de camera willen komen, citeren we. Als ze dat willen met naam en toenaam, meer impliciet wanneer ze als bron beschermd moeten worden.

Het enige middel dat wij niet inzetten is dat van het de wereld beoordelend hoofdartikel, zoals NRC Handelsblad op zijn opiniepagina publiceert. Daarvoor is het medium televisie waarschijnlijk iets minder geschikt.

Ik ben het met Harry van Wijnen eens dat de televisie - zeker de televisie met zijn impact en dominantie - zorgvuldig moet werken. Valse beelden mogen niet, betalen voor interviews is onacceptabel, verhalen moeten helder zijn, voorzien van context, analyse en duiding. Het vluchtige medium dat televisie is, stelt daartoe andere eisen dan de gedrukte media. Maar het moet en het gebeurt. Soms gaat het goed, soms wat minder.

Er is dus alle reden om de precieze werking en de selectie van de diverse tv- programma's op hun eigen merites te beoordelen. Maar het gemak en de groeiende eenzijdigheid waarmee naar de televisiejournalistiek wordt gewezen, het gemak waarmee mediahypes worden verondersteld en de wereld in goed en fout wordt verdeeld, dat gemak moet eerst verdwijnen voordat de echte discussie gevoerd kan worden.