Klein Kempen & Co lokaal lucratief

Small is beautiful, het credo van de jaren zeventig, blijkt ook nog te werken in de buitensporige jaren negentig. Neem zakenbank Kempen & Co waar de 182 employés per jaar voor hun aandeelhouders zes ton verdienen, vier keer zoveel als hun collega's van de veel grotere zakenbankdivisie van ABN Amro.

AMSTERDAM, 3 MAART. Wie zei dat zakenbanken geen geldmachines zijn? De zakenbankdivisie van ABN Amro moest vorige week ondanks 1.100 man extra personeel een lagere winst rapporteren, maar de cijfers van zakenbank Kempen & Co spreken andere taal.

Een vergeelde wijsheid uit de jaren zeventig doet nog wonderen in de buitensporige jaren negentig. Small is beautiful. Een werknemer van Kempen & Co - eind vorig jaar waren zij met 182 - verdiende vorig jaar voor zijn aandeelhouders gemiddeld bijna zes ton (voor belasting). Bij de zakenbankdivisie van ABN Amro (6.575 voltijdsbanen) ligt dat op 150.000 gulden. ABN Amro handelt op financiële markten op drie continenten en biedt op wereldschaal financieel advies, maar behoort niet tot de wereldtop. Kempen & Co komt niet veel verder dan haar thuismarkt, maar beheerst daar wel een aantal lucratieve marktsegmenten.

De Amsterdamse zakenbank heeft bijvoorbeeld sterke posities in beleggingsonderzoek naar en effectenhandel in lokale vastgoedfondsen en in financieel advieswerk voor middelgrote en kleinere ondernemingen. Als ergens het adagium winner takes all geldt, is het wel hier. Een toppositie in de markt levert een veelvoud aan inkomsten op, en dan maakt het weinig uit of de markt de hele wereld omspant, of heel lokaal is.

Succesvolle zakenbanken eten van zoveel mogelijk walletjes. Zij spelen de bal kundig rond in de driehoek van geldvragende bedrijven, investerende beleggers en vermogensbeheer - bijvoorbeeld met gespecialiseerde beleggingsfondsen.

Een bank die met een scherp oog beleggers adviseert over profijtelijke kansen bij bedrijven kan zulke inzichten ook bij ondernemingen aan de man brengen als advies inzake fusies, overnames en ontvlechtingen. De inzichten kunnen extra waarde krijgen als de bank ook beleggingsfondsen beheert die zich daarop richten. Kempen heeft die, met haar Orange fondsen die hun kapitaal in middelgrote en kleine ondernemingen steken.

Dat mag een paar centen kosten aan bonussen en optieregelingen op eigen aandelen voor hun medewerkers. Bij succes zijn de inkomsten een veelvoud. Hoe een dubbeltje toch een kwartje wordt.

“In de periode tussen 1991 en 1995 hebben wij veel tijd en moeite besteed aan het grondwerk”, zei directievoorzitter J. Krant van Kempen gisteren bij publicatie van 84 procent winstgroei, tot ruim 55 miljoen gulden. Nu zorgt de inzet van extra mensen (en 23 procent hogere kosten) voor 54 procent hogere inkomsten. “En ik heb nog 26 vacatures.”

De rol van spelmaker, die Kempen lokaal vervult, hebben Amerikaanse superzakenbanken als Goldman Sachs, Morgan Stanley en Merrill Lynch op mondiale schaal. Geen grote privatisering of internationale overname of zij zijn er als adviseur bij betrokken. Weliswaar hebben ze hoge kosten om the best and the brightest te recruteren en vast te houden, maar zij incasseren formidabele inkomsten.

De internationale zakenbanken van tweede en derde garnituur hebben wel kosten die vergelijkbaar zijn met die van de marktleiders, maar zij missen hun gestage stroom toptransacties. Menige internationale bank verlaat de race. Engeland kent geen geïntegreerde zakenbank meer die zelfstandig met de Amerikanen concurreert: National Westminster Bank en Barclays hebben hun zakenbankactiviteiten deels verkocht of geliquideerd, Warburg is opgeslokt door Swiss Bank. Ook de Amerikaanse bank J.P. Morgan, die zich de afgelopen tien jaar transformeerde tot een zakenbank, is wel succesvol, maar mist een profijtelijke plek aan de top van de ranglijst.

ABN Amro en ING, die de afgelopen jaren samen miljarden guldens investeerden om door overnames en groei op eigen kracht een positie van betekenis op deze markt te krijgen, komen vroeger of later ook voor de keus te staan: doorgaan of tevreden zijn met de positie van middenmoter.

Kempen beantwoordde een vergelijkbare vraag een maand geleden met de overname van Oudhof Effecten, een relatief kleine partij (23 mensen), die grote zaken doet op de Nederlandse beurs met internationale financiële instellingen. Door de overname krikt Kempen haar marktaandeel in Amsterdam op. Bovendien boort zij een lucratieve nieuwe bron van inkomsten aan, naast stabiele winstdragers als beheer van vermogens en beleggingsfondsen.

De komst van de euro in 1999 lijkt geen aanslag op de marktposities van Kempen in het lokale bedrijfsleven. Professionele beleggers zullen hun effectenportefeuilles wel beter over Europa gaan spreiden. Dat levert voor een bemiddelaar als Kempen extra zaken op. Handel is handel.