Japanse tuinen

Het is verheugend dat in het artikel van Romke van de Kaa over Japanse tuinen (26 februari) niet alleen Zen wordt aangehaald, maar ook plaats wordt ingeruimd voor Shinto, de oudste en belangrijkste religie van Japan. Ten onrechte wordt verondersteld dat het een godsdienst is, het is eerder een levensbeschouwing die getuigt van archaïsche opvattingen omtrent de eenheid van mensen, goden en de natuur.

Het is waar dat Shinto in Europa weinig navolging kreeg. In de ruim 150 jaar na de openstelling van Japan zijn er over de hele wereld honderden zen- en boeddhistische centra opgericht en slechts één shintocentrum, waarvan ondergetekende de eer heeft shintomeester te zijn, de enige niet-Japanner onder 90.000 collega's.

Aanbidding van het universum, zoals het artikel suggereert, is ondenkbaar binnen Shinto. Evenmin worden natuurverschijnselen zoals de zon, waterbronnen en kiezelstenen aanbeden, noch wordt er een symbolische betekenis aan gehecht. Dit zijn interpretaties die een juist beeld van Shinto in de weg staan.

Het intrigerende van Shinto is dat de verbondenheid van mensen, natuur en goden volkomen verweven is met het dagelijks leven. Alsof er een extra zintuig is ontwikkeld om de balans met de natuur te registreren en voor de juiste terugkoppeling te zorgen. Dit zintuig wordt onderhouden in de talloze rituelen die in essentie reinigingsceremonies zijn.

De Japanse tuin weerspiegelt de natuur. Het shinto-element in de tuin is het miniatuurveldje waar de rijst verbouwd wordt die in een dankceremonie wordt geofferd aan de goden die de rijstbouw beschermen. Het is óns beeld van de natuur dat door shinto wordt bijgesteld. Het schoont een hoop rare gedachten op die we buiten de natuur om over onszelf hebben ontwikkeld. In de stilte van een Japanse tuin keer je naar binnen en ga je ineens heel andere dingen als onkruid zien.

    • Drs. Paul de Leeuw
    • Holland Yamakage Shinto Foundation