Homo's in China zijn 'ziek' of vogelvrij

Een werkgroep van specialisten in China buigt zich over de vraag of homoseksualiteit een psychische stoornis is. Alleen dan zijn homo's wettelijk beschermd.

PEKING, 3 MAART. De belangrijkste professoren van de werkgroep voor de classificatie van geestelijke gestoordheid (CCMD3), Zhang Beichuan en Fang Gang, zijn tot nader order onbereikbaar voor commentaar. Het betreft hier dan ook een uiterst delicate kwestie. Beslist de werkgroep dat homoseksualiteit een psychische stoornis is, dan genieten homoseksuelen in China cynisch genoeg wettelijke bescherming; ze zijn dan immers ziek. Maar concludeert de groep - zoals in veel landen in het Westen allang is vastgesteld - dat van abnormale afwijkingen geen sprake is, dan zijn Chinese homoseksuelen feitelijk vogelvrij. “De conclusie die dan zal worden getrokken, is dat mensen zoals ik 'een probleem' hebben. En problemen moeten worden opgelost”, zegt Ding, een Chinese arts, die op grond van zijn seksuele geaardheid tien dagen in een politiecel heeft moeten doorbrengen.

De discussie over de Chinese perceptie ten aanzien van homoseksualiteit bevindt zich in een cruciale fase, zegt Li Yinghe. De sociologe aan de Chinese Academie voor sociale wetenschappen heeft samen met haar echtgenoot, de inmiddels overleden dichter-schrijver Wang Xiaobo, het boek 'Hun wereld', geschreven, een primeur op het gebied van Chinese wetenschappelijke literatuur over homoseksualiteit in China.

“Chinese homoseksuelen staan onder constante druk van de buitenwereld. Ze genieten geen enkele bescherming. Homoseksuelen verliezen banen, worden sociaal geïntimideerd of opgepakt door de politie. Zodra de classificatiewerkgroep besluit homoseksualiteit van de lijst van mentale stoornissen te schrappen, waar ik in principe voor ben, staat kwaadwillende autoriteiten niets meer in de weg om homoseksuelen aan te pakken”, aldus Li Yinghe.

Zo dramatisch is het volgens Billy Stewart niet. Stewart is als medisch-antropoloog verbonden aan het Academisch ziekenhuis in Peking en heeft als een van de weinige buitenlanders regelmatig contact met de classificatiewerkgroep. “De benadering van de Chinese autoriteiten ten aanzien van homoseksuelen is erg arbitrair. Er is geen sprake van een duidelijk omschreven beleid en de beslissing van de classificatiewerkgroep zal daar geen verandering in brengen”, aldus de Brit, die onderzoek doet naar seksueel overdraagbare ziekten.

Volgens Stewart heeft in Groot-Brittannië de decriminalisering van homoseksualiteit in 1967 en het schrappen van seksuele geaardheid van de psychologische classificatielijst in de jaren tachtig ook geen directe gevolgen gehad.

In het christelijke Westen is de publieke beeldvorming nog heel beladen. “Daar worden homoseksuelen met de bijbel in de hand veroordeeld en dat is iets wat in China geheel afwezig is”, zegt Stewart

In China wordt de beeldvorming over homoseksuelen vooral bepaald door onkunde, zegt sociologe Li Yinghe.

“Als men al bekend is met een dergelijke relatievorm”, aldus Li Yinghe, “dan wordt er vooral ongemakkelijk om gelachen. Dat komt doordat in China weinig begrip bestaat voor mensen die er voor kiezen geen kinderen te krijgen. Dat gaat in tegen een diep gewortelde traditie.”

Pagina 4: Omgeving is genadeloos voor homo's

Maar hoewel homoseksualiteit een relatief nieuw begrip is, heeft het volgens klassiek Chinese geschriften wel degelijk een plaats gehad in de samenleving. Pan Suimin, seksuoloog aan de Volksuniversiteit van Peking, heeft daar studie van gemaakt en vastgesteld dat mannenliefde vooral werd beschouwd als een andere vorm van seksueel genot. Met klassieke begrippen als 'het planten van de bloem in de achtertuin' (houtinghua) en 'het bespelen van de fluit' (chui xiao), zouden meer mensen in het oude China raad hebben geweten dan in het huidige China wordt vermoed.

Niet bekend

Het aids-tijdperk heeft daar enigszins verandering in gebracht. Ondanks het feit dat de verspreiding van het HIV-virus in China hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door drugsgebruik en prostitutie - momenteel staan 8.300 Chinezen als dragers van het virus geregistreerd - beschouwt het centrale leiderschap van China, volgens seksuoloog Pan, homoseksuele mannen als 'een publieke vijand'. Zij zouden de belangrijkste verspreiders van het virus zijn. “Die gedachte komt niet voort uit een gebrek aan kennis”, zegt Pan, “het is het politieke antwoord dat de massa duidelijkheid moet verschaffen over een 'kwalijke infectie' die zou zijn veroorzaakt door 'de seksuele revolutie in het Westen'.”

Sinds dat idee opgang doet en de kennis over het bestaan van homoseksualiteit toeneemt, is de agressie tegen homoseksuelen enigszins gegroeid. “Homoseksuelen in China krijgen een identiteit, dat is goed, maar het maakt hen ook kwetsbaar”, zegt Ding, arts en mede-oprichter van een hulplijn voor homoseksuelen in Peking. “Ik word dagelijks gebeld door mannen, en af en toe vrouwen, die zich bedreigd voelen. Als homoseksueel in China sta je onder enorme druk. De meeste mensen komen er niet voor uit omdat zij repercussies verwachten van de samenleving. De nabije omgeving is ongenadig. Als je dertig bent en nog niet getrouwd, heeft iedereen met je te doen. Je wordt van alle kanten belaagd en geïntroduceerd aan 'leuke vrijgezellen' van het andere geslacht. Daar zijn maar weinigen tegen bestand. Hun omgeving praat net zolang op hen in tot ze uiteindelijk besluiten te trouwen. Negentig procent van de homoseksuelen in China is getrouwd.”

De 45-jarige Ding, die niet met zijn gehele naam in de krant wil, doet verslag vanuit één van de weinige cafés in Peking waar homoseksuelen elkaar probleemloos kunnen ontmoeten, aan een nauwe marktstraat in het Chaoyang-district van de hoofdstad. Zelf heeft hij behoorlijk wat narigheid achter de rug en behalve onder vrienden en in het café komt ook Ding niet voor zijn seksuele geaardheid uit. “Anders verlies ik direct mijn baan”, zegt Ding, die werkzaam is als internist aan een ziekenhuis voor kankerpatiënten.

Zeven jaar geleden werd hij, toen hij een openbaar toilet aan het Plein van de Hemelse Vrede verliet, een ontmoetingsplaats voor homoseksuelen, zonder opgaaf van reden gearresteerd door de politie. “Ik kreeg een advocaat te spreken die weigerde mij serieus te nemen, omdat naar zijn mening iemand van mijn leeftijd onmogelijk ongetrouwd kon zijn. Ik heb na tien dagen ondervraging maar toegegeven mentaal ziek te zijn omdat ik als de dood was dat mijn werkgever over mijn situatie zou worden ingelicht. Dat hebben ze niet gedaan, hetgeen een kleine vooruitgang zou kunnen betekenen, maar ik heb heel erg mijn best moeten doen om te verklaren waarom ik tien dagen niet was komen opdagen. Niemand wist waar ik had uitgehangen.”

Het verhaal van Ding lijkt in veel opzichten op het script van de laatste film van avant-gardecineast Zhang Yuan. Zijn 'East Palace, West Palace' handelt over een homoseksuele jongen, A-Lan, die verliefd wordt op de politie-agent die hem, na een bezoek van A-Lan aan een toilet op het Plein van de Hemelse Vrede, heeft opgepakt en ondervraagd. Zhang schreef het script samen met Wang Xiaobo, echtgenoot van Li Yinghe, omdat het in de woorden van de cineast, “tijd wordt dat China kennismaakt met de wereld waarin het leeft”. Het idee voor de film, die niet vertoond mag worden in China, ontstond na verschijning van een artikel in de Chinese pers, waarin sociologen voor hun onderzoek naar aids de hulp inriepen van de politie. “Niemand reageerde op hun 'spontane oproep', vandaar hun absurde idee de politie te vragen homoseksuelen op te pakken.”

Dat de film van Zhang verboden is in China, is volgens Ding geen verrassing. Afgezien van het feit dat geen van Zhangs films vertoond mag worden in China, voornamelijk omdat Zhang uitsluitend buiten het officiële Chinese filmcircuit opereert, gelooft Ding dat het vooral de angst is die in Peking bestaat over “de gevolgen van massale bewustwording”. “Wanneer homoseksuelen openlijk worden erkend, in de media of filmindustrie, bestaat volgens de centrale autoriteiten het gevaar dat zij zich gaan organiseren. En als er iets is waar dit regime bang voor is dan is het dat.” Daarom adviseert Ding hen die zijn hulplijn raadplegen zich vooral niet te organiseren in belangengroepen. “We moeten aan onszelf denken”, zegt hij, “zodra we de straat op gaan of als groep herkenbaar worden, kunnen we de beperkte vrijheid die wij nu als homoseksuelen hebben wel vergeten.”