Goden lezen de krant over affaire-Semele

Voorstelling: Semele van G.F. Händel door de Vlaamse Opera en Les Musiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski m.m.v. o.a. Rosemary Joshua, Charles Workman, Della Joines, Sara Fulgonia en Gidon Saks. Decor en kostuums: Patrick Kinmoth; regie: Robert Carsen. Gezien: 26/2 KVO Antwerpen. Herhalingen: t/m 8/3.

Semele van Händel reist door Europa in een internationale coproductie van het Festival van Aix-en-Provence, de Vlaamse Opera en de English National Opera. Anders dan we nu in Antwerpen kunnen meemaken, zag de componist zelf zijn 'opera' Semele nooit scènisch opgevoerd. Het bleef bij zes concertante uitvoeringen in 1741, die bij het Londense publiek weinig succes hadden. Niettemin groeide het krachtige Hence, Iris hence away uit tot een van de klassieke Engelse operanummers.

Het was voor Händel een moeizame tijd van overgang: van de Italiaanse opera, waarmee hij enkele decennia veel succes had, naar het Engelstalige oratorium, zoals The Messiah (1742). Semele was een typisch compromis: een antiek onderwerp, zoals uit de Italiaanse periode, maar op een bestaand, nooit eerder gebruikt Engelstalig libretto van William Congreve en gebracht in de 'nieuwe' oratoriumstijl.

Het verhaal speelt in de Grieks-Romeinse godenwereld: Semele zal trouwen met Athamas, die wordt begeerd door Ino. Jupiter ontvoert Semele, tot woede van zijn echtgenote Juno. Maar Semele gaat te ver door onsterfelijkheid te eisen. Ze verbrandt, maar als een feniks rijst Bacchus op uit haar as. Ino huwt alsnog Athamas.

Robert Carsen, eerder in Antwerpen de regisseur van een opzienbarende Puccini-cyclus en onlangs in Amsterdam de man die Poulencs Les dialogues des carmélies ensceneerde, brengt Semele op lucide wijze als een reeks gedroomde gebeurtenissen tijdens het huwelijksfeest. De eerste scène loopt uit op een freeze, waarna de vele verwikkelingen plaatsvinden, die ten slotte leiden tot het zelfde toneelbeeld als de freeze, waarna het verhaal snel is afgelopen.

De 'gedroomde' voorstelling zelf levert een aantal geestige scènes op, die in hun actualisering herinneren aan een deel van het operawerk van Peter Sellars. De schunnige affaires in de godenwereld, waaraan Juno zich zo ergert, kan men zo alleen nog bekijken als een cabareteske remake van de toestanden aan het Engelse hof in de tijd dat Diana nog leefde. Dat de alwetende goden daarover in de krant de bijzonderheden moeten lezen (Jupiter and Semele! Its official! en By Jove) bewijst dat voor de pers, 'de koningin der aarde', ook op de Olympos nog een taak is weggelegd, zowel voor tabloids als voor quality papers. Erg leuk zijn ook de coloraturen, wanneer Juno, die in de vertolking van Della Jones een sterke gelijkenis heeft met Elizabeth II, zenuwachtig in haar handtasje rommelt. Dat lijkt op een scène uit Händels Giulio Cesare, waarin Sellars Cleopatra haar grote teen liet steken in een koud zwembad, waarna zij rillend uitbarstte in coloraturen.

Dat leuks doet verlangen naar meer, dat er helaas wat weinig is. De voorstelling wordt door dirigent Marc Minkowski aardig begeleid en er wordt goed gezongen. Maar de altijd erg langdurige Händel heeft toch nog iets meer drive en superieure zang nodig om alle taaiheid te verdrijven.