Fietsverlichting

Warna Oosterbaan beschrijft in zijn artikel 'Zonder licht, zonder lucht' (Profiel, 26 februari) ondermeer hoe een kapotte verlichting de fietser tot razernij kan brengen.

Maar de door Oosterbaan gelaakte ééndraadstechniek (frame-massa als tweede 'draad') is zo slecht nog niet. Alle autoverlichtingen werken zo, en alle elektrische trams en treinen rijden volgens dit principe. Het blijkt mogelijk het vermogen van 2000 kW, dat een normale locomotief, via één draad (de bovenleiding) en de rails als tweede geleider over te brengen. Dat is tweehonderdduizendmaal het vermogen van een normale fietsdynamo (5 à 10 W).

Nee, het probleem ligt elders. Het is de ook door Oosterbaan aangehaalde onderhoudsmentaliteit van veel fietsers: niets doen, vooral geen geld besteden, een fiets moet toch zonder onderhoud kunnen. Als men de auto-onderhoudsfilosofie (twee preventieve beurten per jaar, en elk euvel meteen verhelpen), op een fiets toepast, doet dat wonderen. Het achterspatbord, waarop het achterlicht gemonteerd is, moet bijvoorbeeld vastgezet worden zodra het rammelt, want dan is het massacontact met het frame slecht.

Wie dit soort eenvoudig onderhoud niet beheerst, zal ook aan batterijverlichting geen plezier hebben. Ik ken al het excuus voor het niet werkende batterijlicht: batterij nèt leeg, geen tijd gehad een nieuwe te kopen.

En inmiddels laat het uitlekkende zuur de contactveren corroderen, zodat je ook met een nieuwe batterij weer in het donker fietst.

    • Christian Von Klösterlein