Weekend

Waar wij waren was iedereen. Van stuntel tot Tomba. Allemaal in een Volvo stationcar met zo'n lijkkist op het dak. File bij Metz, bij Nancy, bij Dijon en terug andersom. Heel Nederland zat bij ons in het dorp, kocht bij hetzelfde supermarcheetje, stond voor dezelfde skilift en lunchte Chez Gaston.

Op de lange autorit heeft mijn Herman aan de kinderen verteld hoe het vroeger was. Zo'n verhaal moet via de achteruitkijkspiegel. Het gemoedelijke dorpje, zeven boeren en een bakker, een bergherberg, twee liften en een stuk of wat rijke families met een chalet. We hebben het zien groeien. Het is nu een sneeuwindustriestadje, inclusief disco en Ursul de Geer-publiek. Desolaat in de zomer.

Onze Marije had een wijsneusvriendje mee en toen Herman sentimenteel terugblikte op het 'Morzine van toen', stelde hij Herman de vraag of die vond dat skiën zo elitair had moeten blijven en of hij het de gewone man misgunde?

Herman was even uit het veld, maar herstelde zonder overtreding. Hij zei dat alle leuke dingen door de rijken worden ontdekt, maar door diezelfde groep betaalbaar wordt gemaakt voor de gewone man zodat de rijke er nog rijker van wordt, maar er zelf geen plezier meer aan beleefd. Heel Velp hockeyt tegenwoordig.

Toen was het heel lang stil achterin de auto.

'En wat is daar niet goed aan?', krabbelde onze schoonzoon in spé overeind.

'Dat is niet goed voor het milieu.'