SPORT ALS POLITIEKE METAFOOR...

Tijdens één van de vele verkiezingsbijeenkomsten van vorige week verhaalde Frits Bolkestein hoe hij een fotograaf had laten verwijderen uit een zwembad in Zwolle. De paparazzo had vernomen dat de VVD-leider tijdens het werkbezoek van zijn fractie aan de Overijsselse hoofdstad ontspanning zou zoeken in het water van het Hanze-bad.

Toen de fotograaf de tewaterlating van de VVD-leider wilde vastleggen, werd hij op verzoek van Bolkestein zonder pardon door de badmeester verwijderd. Protesten van de fotograaf dat het om een publiek figuur in een publieke ruimte ging, mochten de indringer niet baten. “Overigens kan ik iedereen dat zwemmen aanraden”, voegde de VVD-leider er voor zijn gehoor van een paar honderd, soms zwaarlijvige VVD'ers aan toe.

Voor wie politiek als een serieuze aangelegenheid beschouwt, moet het een rare gewaarwording zijn dat dit soort gebeurtenissen breed wordt uitgemeten tijdens verkiezingsbijeenkomsten. Maar wie zich hierover verbaast, heeft de afgelopen jaren niet opgelet. In het steeds a-politieker wordende klimaat en de daarmee corresponderende groei van het belang van de persoonlijkheid van de politicus, is de sportieve activiteit een politieke categorie op zichzelf geworden. Sommigen ontlenen er zelfs een politieke carrière aan, zoals schaatster Yvonne Van Gennip, CDA-raadskandidaat in Haarlem en bokser Regilio Tuur, kandidaat voor de Ouderenpartij in Rotterdam.

Sportactiviteiten vormen niet alleen een rijke bron van beeldspraken die in de politiek circuleren, zoals de beroemd geworden 'marathon' van Wim Kok - overigens geen hardloper van huis uit. De betreffende activiteit heeft zich ook tot metafoor ontwikkeld voor de politieke stijl waarmee de betreffende leider zich het liefst identificeert. Sinds oud-CDA-fractieleider Bert de Vries met auto, caravan en surfplank op het dak werd gefotografeerd, wist iedereen het: hier gaat een doodnormaal, pretentieloos politicus op vakantie. En de foto's die zijn gemaakt van diverse paarse bewindslieden in een Haags sportcentrum, moeten maar één boodschap uitstralen: ondanks de veelvuldige ruzies en ruzietjes, heeft de kameraderie de paarse combine nog steeds niet verlaten.

Tennissen of hockey komt zelden voor onder socialistische leiders, laat staan koketteren ermee. Dat is levensgevaarlijk voor een partij die toch al niet meer zo goed weet wat een sociaal gezicht is. Fietsen is gevaarlozer, want volkser.