Serene lichtheid, gewichtloosheid bij Schönberger

Concert: Asko Ensemble en Cappella Amsterdam o.l.v. Reinbert de Leeuw. Werken van Xenakis, Schönberger en Feldman. Gehoord: 28/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 31/3 20.02 uur.

Aan het begin van het laatste concert in de Ensembleserie van de Matinee op de Vrije Zaterdag blies basklarinettist Harry Sparnaay met het gemak alsof hij zich wat inspeelde de solopartij in Xenakis' Echange. Dit is zo'n typisch Xenakis-stuk, waarin zelfs een hoog en schril akkoord een fysieke zwaarte heeft als van een log voorwerp.

Precies andersom kan Elmer Schönberger een basso profundo voorschrijven in zijn nieuwe compositie met de titel en nergens Bach, terwijl het resultaat toch een gewichtsloze muziek zal zijn. Het eerste deel van de driedelige cyclus heet 'over de laagste geluiden' en begint onzeker tastend zonder enige zwaarte. Wat uiteindelijk beklijft is de vioolsolo geheel aan het eind met een hoge, zowel stralende als ingehouden fis, naast schaatsgeluiden op de band, tinkelende cymbales antiques en dito glazen, gevolgd door een solo op de glasharmonica.

De Zweed Lars Erik Gustafsson, door wiens De stilte van de wereld van Bach in de vertaling van J. Bernlef, Schönberger zich liet inspireren, geldt als de filosoof onder de generatie Zweedse schrijvers, die in de vijftig en de zestig zijn. Gustafsson verkent zijn eigen geestelijk leven in een beschouwing van de natuur, in dit geval sneeuw en ijs. Het koor, minimaal 24 stemmen, klinkt kwetsbaar open, een kleine onzekerheid kan reeds grote gevolgen hebben, een ongelukkige intonatie maakt al gauw van een ijzige samenklank een waterige.

en nergens Bach lijkt op een gedempte Andriessen en soms op een Stravinsky zonder scherpte. Ontwikkeling en vorm komen logisch over en er treffen subtiele details, zoals bij een tekst over een klokje onder een hermetisch afgesloten stolp. Wat anders dan van glas?

In Feldman's uiterst verstilde Rothko Chapel, eveneens voor koor en klein instrumentaal ensemble, ontstond de sopraansolo onder de indruk van Stravinsky's begrafenis en daarmee werd handreiking aan Schönberger geboden, die in zijn compositie tol betaalt aan Stravinsky's Agon.

Aldus voerde Feldman deze serie naar een subtiel einde, al had het ook afgesloten kunnen worden met het meest tedere pistolskott uit de Zweedse literatuur zoals Schönberger dat componeerde, een sereen schot in de roos, een zilverglinsterend skott.