Scènes over het generatieconflict

Voorstelling: Vader en zoon door Theater van het Oosten. Tekst: Tom de Ket, Moniek Merkx, Pauline Mol, Justus van Oel, Bouke Oldenhof, Jan Veldman en Thmas Verbogt; regie: Matthijs Rümke; toneelbeeld: Henk Kraayenzank; spel: Joop en Mads Wittermans. Gezien: 28/2 Theater a/d Rijn Arnhem. Aldaar t/m 7/3, daarna tournee t/m 29/4. Inl: (026) 443 76 55.

“Een kind is een bewuste keuze”, zegt de vader maar vervolgens rest hem niet veel anders dan lijdzaam toezien hoe zijn vrolijk brabbelende baby zich ontwikkelt tot een dwarse puber die zijn vader verwijt dat hij hem nooit gelukkig heeft gemaakt. Het aloude vader en zoon-conflict is het thema van de lunchvoorstelling Vader en zoon door Theater van het Oosten, een op het oog ambitieuze onderneming waaraan maar liefst zeven toneelschrijvers (van zowel kinder- als volwassenentheater) hebben meegewerkt. De bijdragen bestaan echter uit korte fragmentarische scènes die zijn samengevoegd tot een tekstcollage van nog geen uur waarin zo'n beetje alle cliché's over vaders en zonen lijken verzameld.

Het aardigste van de voorstelling is dat de vader en zoon gespeeld worden door een echte vader en zoon die althans uiterlijk de generatiekloof duidelijk zichtbaar maken.

Vader Joop Wittermans is in zijn colbert en stropdas een doorsnee burgerman; zoon Mads Wittermans met lang touwachtig haar en een ringetje door de onderlip is het prototype van de onaangepaste adolescent die overal lak aan heeft. Jammer is dat ze beiden als acteur niet erg overtuigen en hun verwijten en getreiter doen dan ook vaak plichtmatig zo niet geforceerd aan.

Het probleem ligt, zoals gezegd, voor een deel bij de teksten die geen enkel nieuw of verrassend inzicht bieden, maar daar zal het onderwerp ook wel debet aan zijn. Het is het bekende liedje: de zoon is in de ogen van zijn vader een nietsnut, verwend en lamlendig; het ontbreekt hem aan vechtlust, verantwoordelijkheidsgevoel, idealisme en ambities.

De zoon werpt zijn vader voor de voeten dat hij nooit kinderen heeft gewild en hem heeft verhinderd te worden wat hij had willen worden. Maar ook de vader had eens een vader met wie hij het aan de stok had en zo krijgt het generatieconflict met terugwerkende kracht een oneindig perspectief.

Regisseur Matthijs Rümke heeft er niet een loodzware confrontatie van willen maken en hij laat de vader af en toe losbarsten in gezang. De situatie wordt bijna ludiek als de vader, die aanvankelijk zijn zoon de les leest, na een auto-ongeluk met een bebloede arm bij zijn zoon aanklopt. De rollen draaien om, de zoon drijft zijn vader in het nauw, ze gaan met elkaar op de vuist waarbij de keukenstoelen in de armoedige huurkamer van de zoon aan barrels worden geslagen en ten slotte is er een schijnbare toenadering als ze samen op de keukentafel een joint roken. Vader en zoon hebben alle stadia van hun relatie doorlopen maar het is alsof de echte voorstelling dan nog moet beginnen.