Portret van subculturen in Kunsthal

Tentoonstelling: Exactitudes. Uniformed Identities. Foto's van Ari Versluis & Ellie Uyttenbroek. Kunsthal Rotterdam, Museumpark. Westzeedijk 341, Rotterdam, T/m 19 april, di-za 10-17u., zon- en feestdagen 11-17u. Tel. (010) 440 03 00.

Is die Slager met zijn nette stropdas mischien de vader van zo'n Young Executive wiens stropdas veel te lang en te volwassen tot ver in zijn kruis reikt? Wordt die Gameboy met zijn lekkere wollen kinderharen later zo'n rare kale Gabber? En is die Allah Girl onder haar hoofddoekje wellicht een Dread? Hoe langer je naar de foto's van Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek kijkt, hoe minder zekerheden je overhoudt.

Exactitudes, een samentrekking van 'exact' en 'attitudes', zo noemden zij de zesentwintig fotoseries van bekende en onbekendere subculturen met hun nauw omschreven kledingcodes die nu in de Rotterdamse Kunsthal zijn te zien. Als ondertitel gaven zij de expositie Uniformed Identities mee. Op het eerste gezicht lijken de geportretteerde Ruitjesnichten, Deftige Dames en Kabo's (Kaap-Verdiaanse schonen) inderdaad volkomen identiek. Ze staan allemaal met hun handen in hun zij, of juist in hun zakken, hebben hun armen over elkaar en blikken met dezelfde half verlegen, half ongemakkelijke blik de camera in. Wat doe ik in godsnaam hier, lijken zij de toeschouwer plotseling te vragen en: Wie ben ik eigenlijk?

Met wetenschappelijke precisie hangen ze daar uitgelicht, in series van steeds drie bij vier portretten, de Marokkies, Skaters, Oma's en Tattoo Babes, met hun gekke gekleurde truien of juist veel te grote T-shirts, vale regenmantels en hand op de knip of trotse blote torsen. Hun overeenkomsten zijn zo nadrukkelijk dat het griezelig is. Bij de Bimbo's bijvoorbeeld, opdringerig zonnebankbruin, flubberborsten en hun haren touwblond van de vele waterstofperoxidebehandelingen. Ze houden allemaal hun adem in zodat hun buikje wat platter wordt. Het lijken wel twaalf tweelingzusjes uit een science-fiction film, blauwdrukken van hun eigen schoonheidsideaal, een slecht argument voor klonen. Weten hun vriendjes eigenlijk nog wel wie van hen ze 's avonds mee naar huis moeten nemen? Voor de Chickies, schattige tienermeisjes in hippe kostschooloutfits en barbiejurkjes van glimspul, gekke bloemetjes en toffe ruitjes, is dat weer heel anders. Zij willen zo graag anders zijn dat ze weer allemaal hetzelfde zijn geworden.

Het begon allemaal in 1995 met een serie van veertig Gabbers, de United Gabbers of Rotterdam. Jongerentijdschrift Blvd. drukte de rijtjes geschoren koppen af en ik weet nog dat ik ongeveer een uur naar die pasfotoportretjes heb zitten staren. Zoek de verschillen. Had die ene jongen met dat Australian trainingsjackie tot aan zijn kin dichtgeritst nou een blauw oog of een litteken? Na de Gabbers fotografeerden Ari Versluis en voormalig stiliste Ellie Uyttenbroek in rap tempo en fascinerend oog voor detail andere subculturen als Smatjes (Surinaamse meisjes die glimmen van gezichtsolie, nepleer en satijn, zelfs hun tanden schieten bliksemschichten), Combat Girls (stoere meiden in legerbroeken) en Gabberinnetjes (met rood-wit-blauwe elastiekjes om hun scalperend strakke paardenstaarten). Het zijn de moderne archetypen van de Grossstadt: de Vagebonden, de Supporters en de Manipulators (body-builders). Je ziet ze lopen, weet met één oogopslag waar ze uitgaan, op welke muziek ze dansen, wat hun favoriete geurtje is en hun lievelingseten. Je ziet aan de lengte van hun broekspijpen waar ze wonen, aan de kleur van hun veters waar ze op school gaan, hun kleding roept oerkreten uit, zingt liefdesliedjes en vraagt om veiligheid. Mag ik je vriendje zijn?

Het knappe van de foto's van Versluis en Uyttenbroek is echter dat zij al deze stereotypen niet gevangen hebben in hun ingewikkelde spel van signalen en tekens, maar eruit bevrijd. Hun uniformen worden vermommingen, schutkleuren om bij een bepaalde groep te horen en erin te overleven, de gang-kleuren van de onschuld. Het veelzeggendste is daarom de fotoreeks die bijna niemand te zien heeft gekregen, maar die - hors concours - werd afgedrukt op de uitnodiging voor de opening van de tentoonstelling. Zes Bouncers (uitsmijters) zijn het, maar nu niet in die semi-neutrale pose die de rest van de portretten stileert, maar op een betrapt moment, giechelend, een beetje uit balans. Opeens worden zij weer zichzelf. Net zoals al die anderen trouwens, als je maar net zo lang en liefdevol als hun chroniqueurs naar ze kijkt.