'Monument voor slavernij'

Gisteren was de laatste dag van het driedaagse festival Winternachten over Zuidafrikaanse, Indonesische en West-indische literatuur. Adriaan van Dis was een van de aanwezige schrijvers en kreeg de meeste bijval van het honderdkoppige publiek. “Mijn generatie leidt een ontzettend wit leven.” zei hij in het theater aan het Spui in Den Haag.

DEN HAAG, 2 MAART. Nederland moet een monument voor de slavernij oprichten, bij voorkeur in Den Haag in het jaar 2002, bij de herdenking van de oprichting van de VOC vierhonderd jaar geleden.

Die aanbeveling deed de Antilliaanse schrijver Frank Martinius Arion gisteren in een schrijversforum aan het slot van het driedaagse festival Winternachten over Zuidafrikaanse, Indonesische en West-indische literatuur in het theater aan het Spui in den Haag. “Ik zou het ook leuk vinden als een Nederlander gewoon eens 'sorry' zei over de slavernij, in plaats van voor mij te bepalen wat ik ervan moet vinden”, aldus Arion, een bekroond auteur die zich sterk maakt voor het Papiamento, de volkstaal op de Nederlandse Antillen.

Arion vond dat “je niet alleen maar met Vondel en Rembrandt te maken kan willen hebben” als het om de zeventiende eeuw gaat. Hij gaf zelf ooit onderwijs over de Gouden Eeuw. “Ik moet erbij zeggen dat hij langzaam zilver werd, en eindigde als brons.”

Arion kreeg bijval van Adriaan van Dis, die zich afvroeg waar de historische beschrijving van de Nederlandse rol in de slavenhandel blijft. Het koloniale verleden is nog altijd een blinde vlek in het collectieve bewustzijn, aldus Van Dis, zelf auteur van zeer succesvolle boeken over Afrika en Indonesië. Ook bij een recent project om oude schoolplaten te vernieuwen bleek de rol van de kolonies zwaar onderbelicht, zei Van Dis.

Allochtone auteurs kunnen een “geweldige verrijking” betekenen voor de Nederlandse cultuur, zei Van Dis, maar Nederland toont weinig belangstelling voor hen, behalve als probleem. “Dat is schuldgevoel, of machtsgevoel, of allebei. De kwestie is waarschijnlijk nog niet brandend genoeg”, aldus de schrijver. “Mijn generatie leidt een ontzettend wit leven.” Hij zou allochtonen willen voorhouden: “Open je waffel. Toon je vuist. Laat je niet in een commissie duwen”. Eigenlijk háát hij ook dit soort bijeenkomsten met forums, al doet hij er zelf aan mee, besloot Van Dis een beetje radeloos.

De Zuidafrikaan Van Heerden waarschuwde zijn collega's zich niet te fixeren op het verleden. “Het is ook weer typisch Nederlands om te willen weten hoeveel wij nu precies aan de slavernij hebben bijgedragen. Daar zie je de overtuiging dat Nederland het morele hoofdkwartier van de wereld is.” Het ongeveer honderdkoppige, overwegend autochtone publiek koos partij voor Van Dis, die met zijn opmerkingen herhaaldelijk luid applaus oogstte.

Arion maakte zich behalve voor een slavernij-monument gisteren ook sterk voor een keus van het Papiamento als officiële taal voor de Antillen, op de langere termijn. “Het is niet goed dat een Antilliaan netjes spreekt in het Nederlands en onbeschoft is in het Papiaments. Op den duur kun je niet leven met zo'n tweeslachtigheid.”

Het 'nuchtere' imago van het Nederlands berust overigens op een misverstand, meende Arion. “Het is een accent-taal, je moet het hóren. Ik heb nog nooit mensen ontmoet die zo emotioneel kunnen worden. Maar ooit hebben ze besloten dat ze nuchter zijn.” Nederlands, aldus Arion, wordt nu “een soort dialect van het Engels. Maar ik zou graag eens een linguïstiek boek willen schrijven over de taal die het Nederlands écht is.”

Dat was Van Heerden met hem eens. “Ik zag gisteren een kerkdienst op televisie en daar hoorde ik het Nederlands van mijn jeugd. een taal vol macht en kracht, heel ritmisch. Je ziet de VOC-schepen zo komen aandeinen over het water, op de klanken van die taal.”