Fini neemt verder afstand van het neofascisme

ROME, 2 MAART. Tegen een liberaal-blauw décor en met een lieveheersbeestje als nieuw symbool heeft de Nationale Alliantie op een driedaags partijcongres in de Italiaanse stad Verona verder afstand genomen van haar neofascistische verleden.

Oud-president Francesco Cossiga, een van de gastsprekers, prees partijleider Gianfranco Fini als “de Tony Blair van Italiaans rechts”. In zijn toespraken liet de 45-jarige Fini zien dat de uitstraling er is, het pragmatisme ook. Maar tegelijktijd maakte het congres duidelijk dat Fini twee grote blokken aan zijn been heeft: zijn partij en zijn bondgenoten.

Fini scoort bijzonder goed in de opiniepeilingen, bijna twee keer zo hoog als de zestien tot achttien procent voor zijn partij. Hij loopt voorop, de rest volgt. Een enkeling doet dat mopperend, zoals Alessandra Mussolini, die het congres zaterdag voor gezien hield, geïrriteerd over het feit dat er nergens een foto of een boek over haar grootvader Benito, de fascistische dictator, te vinden was. Het grootste deel van de partij volgt Fini enthousiast, omdat hij bewezen heeft dat zijn gematigde koers electorale winst oplevert. Maar regelmatig blijkt uit het optreden van Fini's adjudanten dat er nog veel bijgevijld moet worden eer zijn doel bereikt is: van de Nationale Alliantie een gewone rechtse partij maken, met de Franse leider Jacques Chirac als voorbeeld, of nog liever Charles de Gaulle.

Het partijcongres bevestigde dat de Nationale Alliantie inmiddels een vaste plaats heeft verworpen. Decennia lang hebben de neofascisten in een politiek isolement geleefd. Ze zaten in de koelkast, zoals dat in het politieke jargon heette. Mediamagnaat Silvio Berlusconi heeft de deur opengedaan door vier jaar geleden een verkiezingsalliantie te vormen met Fini. Een jaar daarna hebben de neofascisten hun naam veranderd, alle positieve referenties naar het fascisme uit het partijprogramma gehaald, de holocaust veroordeeld en besloten voortaan over de toekomst te praten en niet over het verleden.

Af en toe doet Fini dat nog wel, zoals in zijn slottoespraak, maar dan met een nieuwe toon. We mogen nooit de Italianen vergeten die zijn gedeporteerd alleen maar omdat ze joods waren, zei hij, net zo goed als we nooit de Italianen mogen vergeten die zijn vermoord door de communistische partizanen van de voormalige Joegoslavische leider Tito.

Gematigdheid is Fini's codewoord. Daarbij komt hij vaak in aanvaring met zijn bondgenoot Berlusconi. In een felle toespraak presenteerde die zich zaterdag als een communistenvreter. Het huidige centrum-linkse kabinet zit vol verkapte communisten, zei Berlusconi. Om zijn woorden te onderstrepen liet hij de Italiaanse vertaling van het Zwartboek van het communisme uitdelen, uitgegeven door zijn uitgeverij Mondadori. Alles uit eigen zak betaald, liet Berlusconi trots weten.

Fini's reactie de volgende dag was laconiek: het communisme is verleden tijd en het anti-communisme ook, zei hij. Ook over politieke en justitiële hervormingen koos Fini een minder extreme positie dan Berlusconi. Hij probeert de rechtse oppositie pragmatischer, minder antagonistisch te maken. In zijn achterhoofd droomt hij ooit de leider van een groot rechts blok te worden. Maar daarbij is juist Berlusconi, de man die hem uit de ijskast heeft gehaald, zijn grootste obstakel.

    • Marc Leijendekker