'Eindelijk, daar is Asri!'

“Wie Mohamed l'Asri is? Hij is de Marco Borsato van Marokko.” De zorgvuldig opgemaakte ogen van Gadizja (29) schitteren als ze vertelt hoe mooi l'Asri zingt, hoe zijn stem haar opvrolijkt, en hoe “de teksten over liefde, geboorte en het geloof” haar troosten. “Hij zingt over wat ons bezighoudt”, vult Nazja (28) aan. “Hoe je je voelt als immigrant, hoe de moeder zich voelt die achterblijft. Hij is lief. En netjes. Je kunt zijn muziek draaien met je ouders erbij, het gaat niet over seks en zo.”

Gadizja en Nazja zijn opgetogen dat hun Marokkaanse idool in Nederland optreedt, voor het eerst. Afgelopen zaterdag was Mohamed l'Asri (34) in de Amsterdamse sporthal Zuid. Asri zong in Parijs en Brussel voor volle zalen, in Marokko treedt hij vooral op bij trouw-, geboorte-, en besnijdenisfeesten. Zulke familiefeesten vormen in Marokko de podia voor beroemde artiesten.

Nadat het publiek is opgewarmd door Marokkaanse muzikanten uit Nederland als Chabba Zohra, Monim Tamazight en zanger Zin el Abadine, treedt de twaalfkoppige formatie van l'Asri uit Fes aan: elf huisvaders in driedelig antraciet-grijs en de zanger zelf in een krijtstreep-pak. Niet het prototype van de popster.

Dat is hij dan ook niet. De Fassische band is begonnen als een klassiek orkest, dat muziek speelt in de Andalusische traditie. “Melhoun, noemen wij dat in Fes. Dat zijn lange muziekstukken, waarbij het gaat om het verhaal. Mijn liedjes zijn gedichten.”

Ze gaan altijd over de liefde. “Maar”, zegt Asri, “dan wel over twee soorten. De liefde voor mensen en de liefde voor God en de profeet.” Voor Asri, zijn twee broers en de andere orkestleden is geloof een vanzelfsprekendheid, net als het maken van muziek. “Die komt van binnen”, zegt hij, “en moet eruit.”

Daarnaast bestaat het repertoire van l'Asri's orkest uit covers van Arabische liedjes uit Egypte en het Midden-Oosten en de zogenoemde Chaabi (spreek uit Sjebbie), zeer dansbare volksmuziek uit de straten van Casablanca, Rabat en Fes. “Dat is geen Rai”, benadrukt Asri. “Rai is oorspronkelijk Algerijns, en in Rai-muziek wordt gescholden. Dat past niet in onze cultuur. Niemand hoeft zich te generen als hij mijn muziek draait.” In de Chaabi komen vele genres samen: de vraag en antwoord-liedjes van de Berbers uit de Atlasbergen, de slepende violen uit het noorden, de klagende fluiten uit het oosten, en uit het zuiden de bezwerende Gnawa-ritmes of andere trancedans-percussie.

In de zaal hebben mannequins intussen vijf bruidsjurken getoond, en daarna - “Eindelijk”, verzucht Gadizja - komt l'Asri op. Uit alle kelen klinkt de Marokkaanse welkomstgroet salat oe salem. Het sjoekran (dank je wel) van de zanger verdwijnt in een snerpende microfoon.

Dan dreigt het concert op een mislukking uit te draaien. Dat de sfeerloze sporthal waar 5.000 man in kunnen met zeshonderd bezoekers lang niet vol is, mocht de pret niet drukken. Dat het schemerdonker is werd nog vergoelijkt met grapjes: 'de meisjes hebben zoveel glimmends op en aan dat we ze toch wel zien'. Maar dat de geluidskwaliteit eerst erbarmelijk is, en later matig, is ernstiger. Ook l'Asri kan zijn ergernis maar net verbergen.

Alami, zelf ook muzikant, staat ernaar te kijken en moppert: “Asri is de nummer één van de Arabische popmuziek, alleen de organisatie is knudde.” Maar als Asri zo populair is, waarom zijn er hier dan niet meer mensen? “Te dure kaarten, 50 tot 100 gulden. Echt Marokkaans georganiseerd”, vervolgt Alami met een grijns. “Snel geld willen verdienen. Dom, want als de kaartjes 25 gulden waren geweest had je een volle zaal gehad.”

Gerookt wordt er weinig, gedronken nog minder, maar gedanst des te meer. Door moeders met sjaals om de heupen, dochters in huidstrakke catsuits, vaders met kinderen op de arm, pubers in leren jacks, en peuters die het podium opkruipen en met grote ogen naar Mohamed l'Asri staren. Voor het eerste nummer uit is, lijkt alle wrevel uit de lucht, de vloer danst mee, kapsels gaan los en haren zwaaien heen en weer op de beat. Herhaaldelijk klinkt de zagrita, die typische Arabische hoge vreugdekreet van vrouwen waarbij ze hun tongen snel heen en weer bewegen.

Als de Arabische zomerhit van afgelopen jaar, 'Yalla! Yalla!' van de Koeweitische band Miami wordt gespeeld, is het echt pan. De spelers worden bijna van het podium verdrongen door de dansers, die, armen wijd in de lucht, suggestieve heupbewegingen maken en elkaar met goedkeurende gebaren aanmoedigen. “Ik zei toch dat het nog wel gezellig zou worden”, schreeuwt de zwetende Fatima (44) in mijn oor. “Zo gaat het altijd op Marokkaanse feestjes.”