Door HANS AARSMAN

Ik zie mezelf staan bij een optreden van The Soft Machine in het Concertgebouw te Amsterdam. Het is 1973. Ik hou de ogen stijf dicht, rimpels in het voorhoofd. Mijn lichaam deint ritmisch op de muziek. Ik heb het idee dat er iets bijzonders aan de hand is, ik zou alleen niet kunnen zeggen wat. Maar ik ben erbij.

Nu, vijfentwintig jaar later, ben ik nergens bij. Ik zou ook nergens bij willen zijn. In datzelfde hoofd dat in 1973 nog meedeinde met The Soft Machine is in loop van de tijd een schakelaar omgegaan. Ongemerkt. Misschien is die omslag gekomen door bepaalde ervaringen in het leven.

De laatste keer dat ik voor een live-optreden een kaartje kocht is twaalf jaar geleden. Tom Waits in het Concertgebouw. Ik heb het er tien minuten uitgehouden. Maar ook voor wie geen kaartjes koopt, is er in Amsterdam levende muziek. 's Zomers staan op alle straathoeken popgroepen te spelen. De Uitmarkt, het Vondelpark, het Jordaanfestival, Koninginnedag. Er bestaat hier een onuitputtelijke behoefte om in het openbaar melodieuze onzin uit te kramen over in de soep gelopen liefdes en samenlevingen waaraan van alles mis is. Horen is al erg, maar zien is veel erger. Die vertrokken gezichten alsof ze god weet wat aan het doorstaan zijn. Een gênante vertoning. De plaatsvervangende schaamte is zo groot dat ik er een rode kop van krijg, het zweet breekt me uit. Op Koninginnedagen en dergelijke ontvlucht ik de stad. Op de televisie is ook veel pop. Die zap ik weg. Behalve gisteren.

Gisterenmiddag verscheen tijdens Studio Sport opeens John McEnroe. In plaats van een tennisracket had hij een gitaar in zijn hand. Ik moest kijken, volgens de commentator viel het onder sport. McEnroe tokkelde er af en toe flink naast, dat maakte het er niet draaglijker op. Toen begon hij te zingen over dingen die misgaan in het leven, en hij keek erbij of het allemaal vreselijk belangrijk was. U weet inmiddels wat voor uitwerking dat op mij heeft. Later kwam Yannick Noah met een reggae-band. Noah tenniste vroeger ook. Dan blijft Studio Sport je tot in je graf volgen. Noah zong: Ojáá. Ojáá. Ojóóhoohoo. Ojóóhoohoo. Stand up for your right. Dont give up the fight

Dat was wel genoeg sport voor die dag.