De verwoestende opmars van een atlete naar de top

Voorstelling: De Kampioenenkweek van Paul Feld door Growing up in Public/ InDependance. Decor: Catharina Scholten; regie: Paul Feld; spelers: Daphne de Bruin, Paul Hoes, Martijn Fischer e.a. Gezien 28/2 Schouwburg, Arnhem. Te zien t/m 7/3 aldaar. Tournee t/m 1/5. Inl.: (030) 233 40 26.

Hoe erotisch is aerobics of welke andere sport dan ook? Door iemand die het kan weten liet ik me vlak voor aanvang van de toneelvoorstelling De Kampioenenkweek uitleggen dat er aan deze beoefeningen niets erotisch kleeft. Toch is de grondtoon van De Kampioenenkweek een sensuele. Hoe kan dat?

Schrijver en regisseur Paul Feld verbeeldt in zijn toneelstuk de opkomst en ondergang van de jonge Duitse atlete Birgit Dressel. In 1987 overleed zij aan een gruwelijke uitputtingsslag, niet dat ze het hardlopen of speerwerpen niet aankon, maar omdat haar lichaam het slagveld was geworden van meer dan zestig farmaceutische middelen die haar sterker, onverwoestbaarder en onoverwinnelijk moesten maken. Ze stierf met blauw schuim op haar lippen, vergelijkbaar met het zwarte schuim uit de mond van Emma Bovary in Flaubert's roman Madame Bovary. Tijdens haar leven was er al een bijverschijnsel van al die doping, pep en hormonen die haar verontrustte: ze kreeg overmatige haargroei op haar benen, onderaan haar rug. Haar spieren werden kabels. Ze was voor haar trainer, met wie ze een liefdesband had, niet aantrekkelijk meer. De sport had de erotiek verslagen; mijn gezelschap had gelijk.

Het is een onthutsende voorstelling, deze Kampioenenkweek. Echter minder door vorm en speelstijl, dan door de inhoud. Een hellend plankier, gekleurd als het gravel van een tennisbaan, vormt het podium; de achterwand bestaat uit technisch-kille ijzeren schotten. Daphne de Bruin in de rol van Birgit ontwikkelt zich trefzeker van naïef schoolmeisje dat droomt van alle denkbare triomfen tot de vereenzaamde en verbitterde atlete. Vooral in het samenspel met haar vader, die zijn eigen egocentrische leven leidt, toont ze een fraaie intimiteit. Paul Hoes als de arts die de tirannie van de farmaceuten zo tussen neus en lippen toestaat, weet op intrigerende wijze zijn dubbelrol uit te spelen: hij is een schuldeloos medeplichtige, en daardoor dramatisch een onmisbaar personage. In de speelstijl van de trainer en de farmaceut schuilt het nadeel dat zij te hoog inzetten. Zij hebben meteen al die opgefokte toon waar ze feitelijk naartoe moeten werken; er moet ontwikkeling zijn. Vanuit de rust de snelheid maken.

Meer nog dan het portret van een tragische atlete is de voorstelling de uitbeelding van een moreel dilemma. Hoever gaat iemand om de top te bereiken? Is het eigen lichaam van belang of is het slechts een object ter kunstmatige verbetering? De atlete Birgit is de speelbal van geld en overwinningsroes. Dat maakt haar tragisch, een Antigone van de zevenkamp. Na het zien van De Kampioenenkweek is het verbazingwekkend dat Marianne Timmer uit Sappemeer zo fris en blozend haar Olympische records vestigde.