Ballet als kleurig circus voor kinderen

Gezelschap: Introdans Ensemble voor de Jeugd; Voorstelling: Piste. Choreografie: Kirsten Debrock, Patrick Delcroix, Shai Gottesman, Conny Janssen, Toer van Schayk, Thom Stuart; Muziek: Harry Sacksioni, Charles Ives; Decor en kostuums: Keso Dekker; licht: Joop Caboort. Gezien: 28/2 Schouwburg Arnhem. Tournee t/m 10/5. Inl. (026) 351 21 11.

Het circus met zijn bonte figuren en duizelingwekkende kunsten is een herkenbaar en feestelijk thema dat bij jonge kinderen tot de verbeelding spreekt. Een dansvoorstelling rond dit thema is dan ook een uitstekende manier om kinderen met dans in aanraking te brengen. Roel Voorintholt, de drijvende kracht achter het Ensemble voor de Jeugd, nodigde vijf choreografen uit om zijn idee vorm te geven.

Keso Dekker stak de artiesten in frisse, kleurige kostuums. Het decor is een eveneens door hem ontworpen stellage waar in geklommen en aan gehangen kan worden. Koorddansers balanceren op het denkbeeldige slappe koord, jongleurs gooien enorme blauwe luchtballonnen op en acrobaten klimmen op elkaar. Twee danseressen springen als bungee jumpers aan stevige elastieken op en neer in een choreografie van Patrick Delcroix. De lenige Daniëlle Clarijs danst een mysterieuze slangenvrouw die uit een mand tevoorschijn komt.

Harry Sacksioni schreef de bij het karakter van ieder nummer passende muziek. Verbindende schakel tussen de scènes is de door Adriaan Luteijn grappig gespeelde clown. Hij doet een duetje met een gootsteenontstopper of biedt het publiek een bosje bloemen aan dat hij uiteindelijk toch liever zelf houdt. Een kist waar hij mee sleept verandert hij door wat laatjes uit te schuiven in een luie stoel met schemerlamp en vissekom.

De dansers lijken af en toe nog wat onzeker in de uitvoering en het geheel blijft wat braaf. Dat wordt even doorbroken in Thom Stuarts choreografie voor vijf ijsberen. Carola van Rijn is prachtig als de dominante, krachtig met de zweep slaande dompteuse. Maar de eigentijdse, geëmancipeerde beren laten zich niet lang door haar koeioneren. Ze komen in opstand, breken de zweep en de dompteuse moet gillend het publiek inrennen om aan ze te ontkomen.

De bijdragen van de verschillende choreografen zijn in stijl nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Terwijl deze dansmakers wel degelijk ieder hun eigen signatuur hebben. Het is jammer dat ze in deze jeugdvoorstelling niet een duidelijker persoonlijk stempel op hun aandeel hebben weten te drukken.