'Bach was een muzikaal genie met veel bits'

Voor de tweede keer zet de cellist Pieter Wispelwey de zes suites voor cello solo van Bach op de cd. Met de vorige opname werd Wispelwey beroemd, maar achteraf vindt hij ze te streng en te stijf. “Na tientallen concerten voel ik de vitaliteit en het temperament van Bach nu beter aan.”

Wispelwey/Tripelconcert van Beethoven door L'Orchestre des Champs Elysées o.l.v. Philippe Herreweghe: 10/3 Vredenburg Utrecht. Wispelwey/ Celloconcert van Lutoslawski bij het Rotterdams Philh. Orkest o.l.v. Kent Nagano: 16/4 Tilburg; 17, 19/4 Doelen Rotterdam. De Bach-cd's verschijnen in september. Concert: 13/9 Kleine Zaal Concertgebouw.

VALKKOOG, 2 MAART. Waar aan de verre einder duinen de zee weren ligt in het bijna lege Westfriesland in een gehucht met veel boerenbehuizingen het kerkje van Valkkoog, vanuit Schagen bereikbaar via de bochtige Tjallewallerweg. Het kerkje, zo zegt het bord naast de preekstoel, had vierhonderd jaar Nederlands Hervormde voorgangers, vanaf 1580, toen Sybrandus Abelus hier preekte, tot 1980, toen ds. Jan van de Bork vertrok. Nu is het 's zondags stil op de kansel, het spiedende oog van de geschilderde valk op de muur speurt vergeefs naar gelovigen. Het kerkje dient nog slechts voor een enkele trouwerij en wat blokfluitlessen voor schaarse kinderen.

Verder gebeurt er niets in Valkkoog en verre omtrek, dus was dit kerkje volgens producer Jared Sacks van het label Channel Classics voor Pieter Wispelwey de ideale plaats om in rust en stilte de zes suites voor cello solo van Bach op te nemen. De voormalige consistoriekamer staat vol met 24-bits opname-apparatuur. Maar echte, loodzware doodstille stilte bestaat ook niet in het kerkje van Valkkoog. Tijdens de eerste opnamesessie in december woei het hevig, zo vertelt Wispelwey op laconieke toon, en werden de delen van de suites tussen de stormvlagen door vastgelegd.

Ook bij de tweede sessie vorige week, toen de lentezon door de kerkramen naar binnen scheen, was het niet echt stil. Buiten kwinkeleerden vogels, elk halfuur klonk de kerkklok, honden blaften, er kwam een brommer voorbij en een vliegtuig vloog over. “We moeten maar ondergronds gaan en elektronische akoestiek toevoegen”, grapt Wispelwey. Het kerkje was juist uitgekozen wegens de fraaie akoestiek, die hier op zijn best blijkt wanneer de cellist speelt op een piramide van stoelen.

Pieter Wispelwey maakt behalve Bachs muziek, ook nog andere geluiden. Wispelweys spel op de cello is virtuoos en vaak lijkt hij in de concertzaal zich zelfs bij de lastigste passages nog te vervelen. Maar Bach spelen is echt werken, ook voor Wispelwey. Dat zwoegen op Bach hoort men ook aan het snuiven en steunen, het zuchten en zweten op zijn vorige opname van de cellosuites, uit 1990.

Meer dan bij andere instrumentalisten - de pianist Glenn Gould uitgezonderd - hoort het eigen lichamelijke geluid bij cellisten. Op de opnamen van de legendarische Pablo Casals (1876-1973) hoort men dat hij de zware, expressierijke noten laat voorafgaan door zijn eigen diepe gegrom. Het was Casals die Bachs suites voor cello herontdekte en hun de status gaf van het fundament onder het cellorepertoire en tegelijkertijd de top ervan. Ook bij de twee fameuze opnamen van Anner Bijlsma, bij wie Wispelwey studeerde op het Amsterdamse conservatorium, hoort men Bijlsma's lichaamsmuziek.

Nu Wispelwey (35) de Bach-suites vele malen tijdens concerten over de hele wereld heeft gespeeld - zeker twintig keer per jaar - was het tijd voor een nieuwe opname. Van die eerste Bach-cd's uit 1990 zijn er 15.000 verkocht. Inmiddels vermeldt Wispelweys discografie veertien opnamen, veelal zeer enthousiast ontvangen. De cellist, in 1992 winnaar van de Nederlandse Muziekprijs, is daarmee een van de opvallendste jonge Nederlandse musici.

Wispelwey heeft deze middag in Valkkoog een klein en zeer aandachtig publiek van muziekjournalisten uit Engeland, Duitsland en Nederland. De volgende dag zullen de opnamen worden bijgewoond door een tienmans-delegatie uit België. Daar is Wispelwey vorig jaar met de Belgische muziekprijs uitgeroepen tot 'de meest veelbelovende internationale musicus'. Hij mag het Festival van Vlaanderen openen en kreeg van de 70-jarige Filharmonische Vereniging van Brussel 'carte blanche' bij het samenstellen van een jubileumprogramma. Het uitkomen van de nieuwe Bach-opname gaat in september gepaard met een tournee langs onder andere Amsterdam, Parijs, Londen en Salzburg.

Wispelwey: “Mijn internationale carrière begon met die vorige opname van de suites. Veel Bach-concerten in Frankrijk, Duitsland, Canada, de Verenigde Staten, Zuid-Amerika. De agenda slibt nu aardig vol met celloconcerten: Dvorák, Elgar, Sjostakowitsj. Voor optredens met zeer beroemde orkesten moet ik mezelf nog wat diplomatie aanleren. Ik wil graag langer repeteren dan gebruikelijk, om af te komen van de routineuze standaardopvattingen.

“Die vorige Bach-opname was ook mijn allereerste cd-opname. Ik vind die nu eigenaardig streng en ook een beetje stijf, niet de opname van een jong iemand. Ik ben inmiddels zóveel vrijer geworden. Je blijft in Bach nieuwe dingen ontdekken. Over een jaar of zeven ga ik ze weer opnemen, natuurlijk.

“Ik voel me nu veel meer ontspannen voor de microfoon en speel nu minstens zo expressief als op een concert. De meeste delen van de suites gaan nu sneller, vooral de allemandes, de sarabandes wat minder. De courantes zijn een stuk feller geworden. De barokcello klinkt nu beter, er is een soort noblesse in de klank gekomen.

“Dat korte, puntige spel gebruik ik nu minder, de snellere tempi zijn wat natuurlijker en doen daardoor rustiger aan. Ik hou van korte noten als ze kort moeten zijn, van vlammen en kleine explosies - het moet ook briljant zijn. Maar ik doe het nu op een andere manier. Vroeger forceerde ik, omdat ik wat anders wilde. Nu laat ik de cello het meer zelf doen.

“Met die suites voel ik me nu ook verwanter, ze zijn ook geschreven door een dertiger. Ik begrijp de reikwijdte, ik voel de vitaliteit en ik heb daarin een natuurlijke plaats gevonden voor mijn driftleven. Bach was een zeer temperamentvol man. Dat moet daarin klinken, maar gecombineerd met hoofse elegantie. Dat geeft die muziek al die dimensies en maakt die zo intrigerend. Muziek is pas echt mooi als het puur is en eenvoud de basis is, zoals in de Bach-suites. Dan raak je de mensen pas echt. In al hun abstractie suggereren deze suites alles en toch zijn ze zinstrelend geluid van vlees en bloed, gespeeld op darmsnaren, levend materiaal.

“Het kan bij deze stukken geen kwaad eenvoudig en bescheiden te beginnen, het werkt minder goed om te veel pretentie van diepgang te hebben. Veel deeltjes heeft Bach snel genoteerd en hij laat het cellogeluid ook heel naturel beginnen: de Eerste suite op de losse g-snaar. Die reis komt dan uiteindelijk aan in de Zesde suite, geschreven voor een 'cello piccolo' met vijf snaren. Ook daar is Bach speels, met lange reeksen achtste noten boven het ritme. Van de d-snaar opklimmen naar de a-snaar en dan een feestje bouwen op de e-snaar.

“Daar raak je als speler èn luisteraar onder de indruk van Bachs creativiteit, die omhoogleidt tot spiritualiteit, tot het meeresoneren van de belangrijke dingen in het universum, tot de trance waarin ik kwam toen Anner Bijlsma dat twintig jaar geleden speelde in de Waalse Kerk in Amsterdam. Ik heb toen nachten wakker gelegen met dat hypnotiserende geluid in mijn hoofd.

“Die muziek komt uit het brein van Bach, die braaf nootjes heeft genoteerd. Moet je voorstellen: de Grote Bach zat daar met een pen één balk te vullen. Zijn brein was één van de grootste uit de Westerse geschiedenis, behalve muzikaal óók nog geniaal. Een snel brein met veel 'bits'. Het is meer dan het is, dat voel je als speler, dat hoor je als luisteraar.”

Aan het slot van de middagsessie heeft Jared Sacks snel wat zojuist opgenomen suite-deeltjes op een 'recordable cd' gezet. In de auto steek ik het gouden schijfje in de cd-speler en op de Tjallewallerweg richting Schagen hoor ik opnieuw via Wispelwey Bach.