Zeven-procentsnorm doet Haenchen aan DDR denken

AMSTERDAM, 28 FEBR. De bereidheid van de Nederlandse orkesten om voor staatssecretaris Nuis (OCW) een plan op te stellen om op een kwalitatief betere manier aandacht te besteden aan het Nederlandse repertoire is verminderd. Dat zei directeur J.W. Loot van het Nederlands Philharmonisch Orkest bij de presentatie van het nieuwe seizoensprogramma van het orkest.

Volgens Loot, die per 1 mei de algemeen directeur wordt van het Koninklijk Concertgebouworkest, zijn de orkesten verrast door de opstelling van Nuis, die vorige week in deze krant zei dat elk plan moet uitgaan van een minimum van zeven procent Nederlandse muziek voor alle orkesten.

Het Koninklijk Concertgebouworkest dat volgens Nuis veel te weinig Nederlandse muziek speelt, liet eerder deze week opnieuw weten zich om principiële redenen niet aan die regel te willen houden. Het orkest heeft een rechtszaak tegen Nuis aangespannen en wil desnoods boetes betalen in plaats van zich erbij neer te leggen.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat de norm van Nuis wel ruimschoots haalt, noemt de sinds begin vorig jaar van kracht zijnde 7-procentsmaatregel 'een rare regeling' omdat men in een artistiek beleid niet met zulke cijfers kan werken.

Chef-dirigent Hartmut Haenchen, die zijn nu al twaalf jaar bestaande verbintenis met het orkest heeft verlengd tot september 2000, zei dat de maatregel van Nuis hem herinnert aan de tijd dat hij in de DDR werkte.

Daar waren minimumnormen van kracht voor het spelen van Sovjet-muziek, muziek uit landen die bevriend waren met de Sovjet-Unie en voor DDR-muziek. Anderzijds was er een maximum van twee procent gesteld aan eigentijdse westerse muziek.

Jean Galmot Aventurier (Alain Maline, 1990, Frankrijk). Grootscheepse biografie over Franse schrijver en goudzoeker die zich in Frans Guyana sterk maakte voor gelijke rechten voor zwarten. Met Christophe Malavoy. Duitsl.1, 1.10-3.25u., tweetalig.