Wil van overledene blijft wet bij orgaandonatie

Vanaf maandag krijgt iedereen van achttien jaar en ouder een formulier in de bus waarop hij of zij kan aangeven welke organen na overlijden worden gedoneerd. Wie het formulier niet terugstuurt, staat niet geregistreerd en geeft geen toestemming organen af te staan.

DEN HAAG, 28 FEBR. Het Projectbureau Orgaandonatie begint maandag met het verzenden van twaalf miljoen formulieren om de centrale registratie van donoren te regelen. Iedereen van achttien jaar en ouder krijgt een formulier in de bus waarin hij of zij precies kan invullen welke organen (hart, nieren, alvleesklier, longen en lever) en weefsels (huid, botweefsel, bloedvaten en hoornvlies) na overlijden worden gedoneerd.

De Wet op orgaandonatie (WOD), die per 1 februari in fases in werking is getreden, is vooral bedoeld om het aanbod van geschikte donororganen te vergroten en om rechtszekerheid te bieden aan iedereen die bij eventuele donatie is betrokken.

Een deel van de wetswijziging regelt het landelijk Donorregister waarin alle aspirant donoren worden opgenomen. Als het systeem feilloos zou werken, zouden er zo'n twaalf miljoen mensen in geregistreerd staan. Vanaf 1 september 1998 kunnen artsen het register 24 uur per dag raadplegen om na te gaan of de overledene mogelijk donor wil zijn.

In veel Nederlandse ziekenhuizen gaan organen en weefsels voor transplantatie nu nog verloren. Bijvoorbeeld omdat artsen nabestaanden niet durven te vragen of de overledene een donorcodicil draagt en organen zou willen afstaan. Het landelijke register moet aan die problemen een einde maken. Als de overledene geregistreerd staat, worden zijn organen hergebruikt - ook wanneer de familie dat liever niet wil. “Tenzij er bij de nabestaanden geestelijke problemen zouden ontstaan”, zegt M. Alphenaar van het projectbureau, “dan voert een arts de operatie natuurlijk niet uit.” Het donorcodicil blijft overigens gewoon geldig, al hoopt het ministerie dat men overgaat op centrale registratie. Als men in het centrale register als tegenstander van donatie staat geregistreerd, wordt het lichaam na overlijden dus met rust gelaten en zal de arts geen navraag bij de familie meer doen. Als in bovenstaand geval echter wel een codicil wordt aangetroffen waarop men zich vóór orgaandonatie uitspreekt, of omgekeerd, geldt de meest recente verklaring.

Nabestaanden krijgen niet het recht de beslissing van de overledene over uitname van organen achteraf te wijzigen. De wil van de overledene blijft wet. In het geval dat iemand zijn wil echter niet kenbaar heeft gemaakt bij het centrale donorregister, mogen nabestaanden beslissen over eventuele donatie. Donoren mogen hun toestemming ook weer intrekken of veranderen. “Dat is een kwestie van een nieuw formulier invullen. De laatste wens telt. De datum en ondertekening zijn daarbij van belang.”

De actie, die het projectbureau maandag is begonnen, moet tevens een einde maken aan het tekort aan donororganen en -weefsels. Het aantal patiënten op de wachtlijst voor een orgaantransplantatie is vorig jaar licht gestegen tot 1.120 personen. Dat maakte de Nederlandse Transplantatiestichting in Leiden kortgeleden bekend. In 1997 werden in Nederland 571 transplantaties uitgevoerd met organen van overledenen. Het aantal donoren verminderde van 226 in 1996 naar 216 in 1997.

Als de overheid maar 45 harttransplantaties per jaar - zoals nu de regel is - blijft toestaan, zal vooral het buitenland profiteren van de extra harten die mogelijk beschikbaar komen door de overheidscampagne. Dat is de vrees van de Stichting Nederlandse Hartpatiënten. Geschat wordt dat door de nieuwe wet tot dertig procent meer donororganen beschikbaar komen.

Het ministerie van VWS heeft de Ziekenfondsraad advies gevraagd over het aantal uit te voeren transplantaties. Volgens het ministerie ligt het voor de hand dat bij een groter aanbod van organen een uitbreiding van de capaciteit ook aan de orde komt. Maar een woordvoerder van het ministerie benadrukt dat verruiming van het aantal transplantaties niet de oplossing is.

Zij verwacht ook geen grote export van Nederlandse organen naar het buitenland. “Het is nu al zo dat er Nederlandse harten naar bijvoorbeeld Oostenrijk gaan en dat er hier Belgische levers geïmplanteerd worden. Die Europese uitwisseling bestaat al heel lang”, aldus de woorvoerder, die benadrukt dat er geen wachtlijst voor operaties zal ontstaan terwijl de organen wel beschikbaar zijn. “Er is nog steeds een hopeloos tekort aan organen - daardoor ontstaan er wachtlijsten. En niet andersom.”