WAT WIL EEN MAN HET LIEFST?

Mannen koken liever met elkaar in clubverband iets chics dan gewone spruitjes thuis. Onlangs mocht ik een avond kijken bij een 'chefsavond' van een van de oudste kookclubs van Nederland, de Cuisine Culinair Kennemerland, die zestien jaar geleden werd opgericht. De chefs, waaronder enkele vrouwen, van de verschillende kookclubs in die streek oefenden onder leiding van twee professionele koks, Arend Voet en Paul Scholtes, op een kerstmenu, dat op een later tijdstip door de leden van de eigen club zou worden gemaakt.

Dat koken doen al die met fraaie namen getooide clubs (Pickorde, Notoire, Les Gourmandes, Kaatjes, Quisnix enzovoort) in een prachtige professionele keuken waar een hulp in de huishouding almaar afwast en keet ruimt. Dat de Kennemerlandse leden luxe prinsen en prinsessen zijn blijkt ook al uit het door een recepten-commissie samengestelde menu: rilette van eendenlever en gekonfijte eendenbout en trompet de la mort met een compote van Zuid-Franse pruimedanten en een gelei van vin'santo; rogleugel gegaard in kruidenolie met Hollandaise saus en kreefragout; in de oven gebraden met Parmaham gevulde fazantenborst en saliesaus en een praline parfait met gekonfijte ananas en amandel croquant.

Dat het leerzame koken ('Kook niet op tijd, maar op de prik... Knip wel voor het koken even het elastiek van de poten van de kreeften... Niet roeren bij het karamelliseren, dan gaat de suiker greinen!') en het gezamenlijk opeten van de gerechten pas ver na middernacht achter de rug zou zijn was duidelijk. “Mannen”, weet Arend Voet, “die willen (leren) koken willen meteen iets ingewikkelds maken. Ze willen geen goeie aardappelpuree maken of een biefstuk leren bakken. Het moet meteen een hoogstandje zijn. Ze willen luxe ingrediënten gebruiken en daarmee bij vrienden de blits maken.” Volgens mij willen mannen nog veel meer. Mannen die (af en toe) koken verkleden zich het liefst in een compleet kokstenue. Mannen die (af en toe) koken raken opgewonden van keukengerei en zijn dus de ideale klanten voor een winkel met keukenspullen. Voor die mannen zag ik bij de firma Duikelman in Amsterdam een uit Japan afkomstige kooklustprikkelende Benriner cutter/fijnsnijder. Prijs circa ƒ 60. Gebruik bij het snijden van de dunste champignonplakjes ter wereld wel het beschermkapje. Voordat je het weet zijn de koksvingers juliennereepjes geworden. Vandaag een recept voor Fruits brûlée, mét karamelliseerles.

Het soort fruit dat wordt gebruikt hangt uiteraard af van het seizoen. In de winter kiezen we voor dit gerecht: stukjes banaan, meloen, peer en appel en eventueel blauwe bessen en/of aardbeien van ver. Doe het fruit in een grote kom of in enkele kleine schaaltjes. Klop de slagroom lobbig. Doe de suiker en het water in een pan met een dikke bodem. Zet de pan op een vrij hoog vuur en breng het aan de kook. Draai het vuur iets lager. Blijf erbij staan. Roer niet. Bij het roeren van de suiker ontstaan namelijk klontjes. Houd de pan wel af en toe scheef, zodat de suiker gelijkmatig kleurt en niet alleen onder de pit bruin wordt. Na ongeveer 10 minuten heeft de suiker een lichtbruine kleur. Haal de pan van het vuur. Dompel de bodem van de pan in koud water. De suiker brandt dan niet door. Te donker gebrande suiker heeft een bittere smaak. Giet de karamel over de vruchten. Geef er slagroom bij.

125 gram suiker

4 eetlepels water

500 gram vruchten

1/4 liter slagroom