Voordeel kleine zelfstandigen

Voor de winst die kleine zelfstandigen of vrije beroepers maken, gelden enkele gunstige fiscale regelingen. Maar de belastinginspecteur heeft de natuurlijke neiging dergelijke faciliteiten in te perken. De ervaring leert dat hij niet al het geld dat in de beroepsuitoefening wordt verdiend, tot de fiscaal bevoordeelde winst rekent. Het gaat vooral mis bij werk dat de ondernemer uitvoert terwijl hij in loondienst is van een opdrachtgever.

Zo kan een accountant naast zijn praktijk eens in de week boekhoudonderwijs geven en een journalist kan voor een bepaalde opdracht in tijdelijke dienst van een omroep treden. Al deze mensen hebben een bedrijf en gaan daarnaast een beperkte arbeidsovereenkomst aan.

Wat de Belastingdienst betreft, vormen die looninkomsten geen onderdeel van de ondernemingswinst. Daardoor telt bijvoorbeeld de tijd die men besteedt in loondienst, niet mee bij het bepalen van het minimumaantal werkuren dat nodig is om voor bepaalde fiscale voordelen van het ondernemerschap in aanmerking te komen. De belastingkamer bij het gerechtshof in Den Bosch heeft bepaald dat de Belastingdienst de wet schendt door de looninkomsten zo te behandelen. De inspecteur eist geld dat hem niet toebehoort, zo concluderen de rechters Simons, Lamens en Mobach. Zolang een dienstbetrekking maar een duidelijk verband heeft met de onderneming, kan het loon best als onderdeel van de bedrijfswinst gezien worden.

In het beoordeelde geval gaat het om een fysiotherapeut die naast zijn praktijk een dag in de week les geeft in het hoger beroepsonderwijs voor fysiotherapeuten. De rest van de tijd werkt hij met twee collega's samen in een maatschap en het maatschapscontract verplicht hem om zijn salaris in de praktijkpot te storten. Omdat de rechter alleen over het voorgelegde geval heeft beslist, is niet duidelijk of de zaak iets anders zou liggen als er geen samenwerkingsverband of een afdrachtverplichting zou bestaan.

Als Staatssecretaris Vermeend (Financiën) vindt dat de rechter er met zijn oordeel naast zit, kan hij de zaak aan de Hoge Raad voorleggen. Dat heeft Vermeend in dit geval niet gedaan. Dat is van belang voor de andere zelfstandige ondernemers die in soortgelijke omstandigheden verkeren.