Turken gedijen in smokkelhaven Pyla

In twee dorpen op het Griekse deel van Cyprus leven Grieken en Turken nog samen. De sfeer is er ontspannen, economisch gaat het de dorpen voor de wind, maar de Turken hebben nog steeds geen stemrecht.

NICOSIA, 28 FEBR. Dorpen waar Grieken en Turken samenwonen zijn er op Cyprus niet veel meer. In de Turkse zone leven nog circa 350 Griekse 'gekooiden', die weerstand hebben geboden aan Turkse pressie om naar het Griekse zuiden te vertrekken. Het zijn merendeels bejaarden, en wat kinderen die in twee dorpen naar school gaan. Een reeds legendarische onderwijzeres, Eleni Fotiou, is verbannen omdat ze een te 'patriottische' houding innam. Er zijn ook twee kerken, maar een van de twee bejaarde priesters is juist deze maand gestorven.

Op het 'vrije deel van Cyprus', zoals de Grieken het noemen, zijn er nog twee gemengde dorpen. Vroeger waren dat er meer dan honderd. Het grootste is Pyla, dat op het grondgebied van de Britse basis Dekelia ligt, niet ver van de havenstad Larnaka. De Verenigde Naties zwaaien er de scepter, maar de 800 Grieken zijn staatsburgers van Grieks-Cyprus, de 400 Turken vallen terug op de 'republiek' van Denktacçs.

Op het centrale pleintje kijken de Griekse taveerne en het Turkse café vredig op elkaar uit. Een wachtpost van de VN-vredesmacht waakt over het geheel. Bij vorige bezoeken stond daar roerloos een Zweedse of Canadese blauwhelm, ogenschijnlijk op alles voorbereid, maar deze keer is het plateautje onbemand, de stoel is leeg. Een teken dat het in Pyla steeds beter gaat?

Toch waren er ook in Pyla twee jaar geleden moeilijkheden toen er twee Grieken waren gedood in het niemandsland, niet zo ver hier vandaan. De Turkse jongeren in Pyla voelden zich belaagd en durfden niet meer naar de Griekse zone, waar ze werkten. De werkloosheid onder de Turken is nu deels ondervangen door een bouwproject in het plaatsje zelf, gefinancierd door de Verenigde Naties die het een voorbeeldfunctie willen toekennen. Het komt Grieken én Turken ten goede en de bedoeling is dat ze door elkaar heen komen te wonen.

Ik zag al meteen dat zowel de moskee als de kerk (één van de drie) sinds mijn vorige bezoek enorm zijn gegroeid. Vooral de minaret heeft 'stadse' afmetingen aangenomen. “Maar de oproep tot het gebed klinkt maar één keer per jaar, als de moslims hun Pasen hebben”, zegt Petros, de baas van de taveerne waar je het hele jaar door vis kunt eten. Om die reden - en ook voor kreeft - komen er veel Grieks-Cyprioten naar Pyla. Want vis is schaars in hun contreien, aan de Turkse noordkust is er meer.

“Waar komt deze vis vandaan?” vraag ik Petros. “Uit Cyprus” zegt hij kortaf. Het betrekken van waren uit de Turkse zone geldt nog altijd als smokkel en wat dat betreft heeft Pyla een slechte naam gekregen. Men kwam er bijvoorbeeld ook voor goedkope horloges, maar toenemend controle op de weg naar het plaatsje heeft dit euvel verminderd. In het algemeen is de Griekse trek naar Pyla niet meer wat ze is geweest, maar het plaatsje is duidelijk welvarender geworden in de vijf jaar dat ik er niet was geweest.

Potamiá, op 25 kilometer van Nicosia richting Larnaka, is veel kleinschaliger. Hier zijn 30 Turken gebleven, tegen de richtlijnen van Denktacçs, in, en er wonen 300 Grieken. Ze leven door elkaar; de drie Turkse kinderen gaan op een Engelstalige school in Nicosia. Eén familie heeft het na 1974 in de Turkse zone geprobeerd maar is geleidelijk teruggekomen.

De grote klacht van de Turken is hier dat ze geen stemrecht hebben, anders dan bijvoorbeeld de maronitische en Armeense minderheden. Dit gaat terug op de grondwet van 1960 die nog steeds van kracht is. Ze schrijft voor dat de Turkse minderheid haar eigen wetgevende vergadering en haar eigen vice-president kiest. Het eiland heeft maar één Turkse vice-president gehad, doctor Kütcük, die zich in 1963 terugtrok. Eén Turkse dorpsgenoot, zo hoor ik, heeft wel stemrecht gekregen omdat hij uit liefde voor een Griekse christen was geworden. “Maar ik ben nu al zestig en heb nog nooit gestemd,” zegt een Turk spijtig in een van de twee cafés.

Het ene café is rechts en het andere links gezind. De Turken, a-politiek, komen in beide. Hun muktar (burgemeester) wordt door de Grieks-Cyprische regering aangewezen. Hij wil geen verklaringen meer afgeven, zo zegt men mij in het rechtse café. Omdat het zondag is ga ik er ook maar niet verder op af, wel maak ik een wandeling om de moskee te zoeken, die aan de rand van het dorp staat en uiterlijk niet van een gewoon huis is te onderscheiden. Geen minaret zoals in Pyla. Op de wandeling zie ik dat er in feite twee straten zijn. De ene is in twee talen genoemd naar de vriendschap (filias, arkadi, slik), de andere, alleen in het Grieks, naar de agnoöumeni, de vermisten.