Ritzen biedt 42 miljoen; Handreiking in conflict over lesuren

DEN HAAG, 28 FEBR. Minister Ritzen (Onderwijs) heeft 42 miljoen gulden extra vrijgemaakt om tot een oplossing te komen van het CAO-conflict tussen de bonden en de schoolbesturen over het aantal lesuren in het voortgezet onderwijs.

Dat zei minister-president Kok gisteren na afloop van de ministerraad. In overleg met minister Zalm (Financiën) heeft Ritzen voor dit jaar 42 miljoen gulden uitgetrokken om aan de eisen van de werknemers tegemoet te komen. Verwacht wordt dat werkgevers en werknemers volgende week maandag hun conflict over de werkdruk kunnen beslechten.

Structureel wordt jaarlijks een bedrag van 75 miljoen gulden gereserveerd om “het arbeidsconflict in het voortgezet onderwijs op te lossen”, aldus Kok. Dit bedrag is voor 1999 inmiddels toegezegd, voor de jaren daarna is nog onduidelijk of het bedrag vrijgemaakt kan worden.

Leraren in het voortgezet hebben de afgelopen maand actie gevoerd uit protest tegen de steeds verder toegenomen werkdruk. Volgens de bonden moeten de leraren ook veel taken verrichten buiten de lesuren. De bonden willen dat het aantal lesuren wordt teruggebracht van 28 naar 26 uur per week. De schoolbesturen erkennen het probleem van de werkdruk, maar zeggen per school te moeten bekijken of er geld is om het aantal lessen te verminderen. Want minder lessen betekent het aanstellen van meer leraren.

Het overleg tussen de leraren en de schoolbesturen hierover liep half december al stuk op de eis van de Onderwijsbonden CNV, AOb, Abvakabo en CMHF.

Kok onderstreepte dat het kabinet in het conflict eigenlijk geen partij is. “De werknemers en werkgevers moeten tot een akkoord komen”, aldus de minister-president. Ook minister Ritzen heeft steeds gezegd “met deze kwestie evenwel niets van doen” te hebben. Er is een algemene CAO die tussen bonden en minister Ritzen is afgesproken; de onderhandelingen over het aantal lesuren zijn daarvan een uitvloeisel en dat moeten schoolbesturen en bonden uitwerken.

De financiële impuls van het kabinet wordt van een ander deel van de onderwijsbegroting afgehaald. Waar het geld vandaan komt, wilde Kok niet zeggen. Ook op het ministerie van Onderwijs wist men nog niet precies waar het geld vandaan moest komen.