Niet boekhouders maar politici maken de EMU

Veertien van de vijftien lidstaten voldoen aan de normen voor deelname aan de Economische en Monetaire Unie, zo bleek gisteren. Maar de regeringsleiders beslissen over deelname, niet de sommetjes.

BRUSSEL, 28 FEBR. Het lijkt alsof boekhouders gaan bepalen welke lidstaten van de Europese Unie hun nationale munten voor de euro kunnen inruilen. Volgende week beginnen de Europese Commissie en het Europees Monetair Instituut met de bestudering van de financiële resultaten van de lidstaten. Op basis daarvan zullen zij in de loop van de volgende maand bekend maken welke landen zich volgens hen voor de euro kwalificeren.

Toch zijn uiteindelijk niet alleen de cijfers bepalend. De staats- en regeringsleiders van de EU nemen begin mei een politiek besluit als zij vaststellen welke landen als deelnemers aan de laatste fase van de Economische en Monetaire Unie de euro kunnen invoeren. Ze gaan meer doen dan het paraferen van berekeningen die tegen die tijd door ministers van Financiën zijn nageplozen en door de Duitse Bundesbank en waarschijnlijk ook door de Banque de France aan aparte controles zijn onderworpen.

“Het is een absolute illusie om te denken dat deelname aan de EMU bepaald kan worden door mathematische vergelijkingen”, zegt Karl Lamers, de buitenland woordvoerder van de christen-democraten in de Duitse Bondsdag die nauwe relaties met bondskanselier Kohl onderhoudt. Hij constateert dat de neiging om cijfermatige zekerheden te zoeken om historische redenen in zijn eigen land groot is. “Maar de financiële criteria voor deelname aan de EMU, zoals die zijn neergelegd in het Verdrag van Maastricht, zijn bewijzen over wat in het verleden is gebeurd en alleen aanwijzingen voor de toekomst”, zegt hij.

Bij de besluitvorming over deelname aan de EMU worden de financiële resultaten van de EU-lidstaten over 1997 als uitgangspunt genomen. Gisteren was de laatste dag dat de lidstaten deze cijfers bij de Europese Commissie konden inleveren. Volgens financiële specialisten geven de cijfers ook inzicht in hoeverre er reden voor vertrouwen is dat het huidige beleid zal worden voortgezet. Het vertrouwen van de markt in het beleid van bijvoorbeeld Italië blijkt uit de lage rente van dit ogenblik.

Maar financiële markten hebben niet altijd gelijk. “Uiteindelijk bepaalt de politiek hoeveel vertrouwen er is. Het Italiaanse financiële beleid van de afgelopen tijd is reden voor toegenomen vertrouwen. Een garantie dat het beleid wordt voortgezet is er nooit helemaal. Daarom moet een beslissing worden genomen op basis van vertrouwen en moet vervolgens worden gecontroleerd of dat vertrouwen terecht is”, zegt Lamers, die eraan toevoegd vertrouwen in de stabiliteit van het Italiaanse beleid te hebben en een groot voorstander van Italiaanse deelname aan de EMU te zijn.

Alle ogen zijn op het ogenblik gericht op Italië, dat de afgelopen tijd in een razend tempo de financiële cijfers zo op orde heeft gebracht dat het een serieuze kandidaat voor de EMU is. Groot-Brittannië, Zweden en Denemarken willen geen euro invoeren. Griekenland voldoet duidelijk niet aan de financiële criteria. Deelname van de overige tien EU-lidstaten aan de EMU staat vrijwel vast.

In Nederland bestaat vooral bij de VVD, waartoe minister van Financiën Gerrit Zalm behoort, veel wantrouwen tegen Italië. VVD-leider Frits Bolkestein maakt daar bij internationale contacten geen geheim van. Maar in Brussel kijkt Europees Commissaris Hans van den Broek heel anders naar de zaak. “Het zou een groot goed voor ons allen zijn als Italië aan de criteria kan voldoen. Ik ben geruster met een Italië dat meedoet dan met een Italië dat buiten de EMU valt”, zegt hij.

Nadrukkelijk wijst Van den Broek op de belangrijke rol van cijfers. Hij wil aan de criteria voor de EMU geen ogenblik tornen. “Waar het om gaat is dat er een besluit wordt genomen dat voldoende vertrouwen in de euro garandeert.” Bij dat besluit speelt de vraag een rol of financiële resultaten van de EU-lidstaten over 1997 eendagsvliegen of duurzaam zijn.

Maar de EU-regeringsleiders die in mei over de deelname beslissen, hebben nog een ander probleem. Dat is de vraag wat er zal gebeuren als Italië niet tot de laatste fase van de EMU wordt toegelaten. De vrees is groot dat Italië in een grote politieke crisis terecht zal komen, dat separatisme in Noord-Italië nieuw leven ingeblazen zal worden en dat dit ernstige negatieve gevolgen kan hebben voor de EU. Lamers spreekt daarover, Van den Broek onderkent het. Italië binnen de EMU is beter controleerbaar dan Italië erbuiten.

De Franse minister van Europese Zaken, Pierre Moscovici, vindt dat de euro zonder Italië niet kan. Hij begrijpt niet waarom zoveel vragen gesteld worden over de duurzaamheid van de Italiaanse cijfers als dat land aan de criteria voldoet, terwijl over Frankrijk vrijwel niemand praat. “Eigenlijk zijn Duitsland en Frankrijk de grote problemen van de EMU”, beaamt de Duitser Lamers. “Deze landen hebben de economie nog onvoldoende weten te hervormen. Italië is tot nu toe soepeler gebleken, hoewel het voordat het aan een financiële sanering kon beginnen eerst het politieke systeem moest veranderen.”