'Nederland zal nooit excuses aanbieden'; Wijers tevreden over bedrijvenmissie naar China

Morgen komt de grootste handelsdelegatie ooit weer terug uit China. Enige relativering past volgens minister Wijers bij de juichverhalen die deze missie begeleidden. En de Chinezen nemen niets terug van hun kritiek op het Nederlandse mensenrechtenbeleid.

GUANGZHOU, 28 FEBR. Het zit er op en hij is blij toe. Minister Wijers (Economische Zaken) is moe na zijn zevendaags bezoek aan China met ruim zestig ondernemers in zijn kielzog. China is er dankzij deze missie achter gekomen wat Nederland vermag, zo heeft Wijers gemerkt. “Bijvoorbeeld dat we een belangrijk gasland blijken te zijn, dat we grote kennis hebben over duurzame energie en dat onze financiële instellingen tot de grootste van Europa behoren.”

Maar dat dit bezoek eigenlijk acht maanden eerder plaats had moeten vinden, wisten Wijers' Chinese gesprekspartners nog heel goed. In april vorig jaar lieten ze weten dat de handelsdelegatie thuis kon blijven, want China ergerde zich aan de kritiek die Nederland had als voorzitter van de Europese Unie op de naleving van de mensenrechten in China. “Zo gaan we niet met elkaar om, kreeg Wijers de afgelopen week enkele keren achter gesloten deuren te horen. Maar van een Nederlands excuus wil de bewindsman “absoluut niet horen”.

Afgezien hiervan verliep de reis boven verwachting. Dat vindt vooral werkgeversvoorzitter H. Blankert die de ondernemers het ene na het andere contract zag tekenen. Hoewel het totaalbedrag van deze overeenkomsten, 450 miljoen gulden, wat iel afsteekt bij de 1,8 miljard waarmee zijn voorganger Andriessen in 1992 thuiskwam, vindt ook Wijers de missie een succes. “Het had er ook redelijk koeltjes aan toe kunnen gaan.”

Is die 450 miljoen representatief voor het succes?

“Het gaat deze reis niet om het optellen van bedragen, hoewel het bij die getekende contracten gaat om zaken die we echt gaan doen. Maar we gaan niet appels en peren optellen door de vorderingen die we hebben gemaakt, om contracten binnen te slepen, van bedragen te voorzien. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de honderd baggerschepen die we aan China willen leveren, of de samenwerking die we in een 'memorandum of understanding' hebben vastgelegd om de infrastructuur op en rond de Yangtze-rivier te verbeteren.

Maar dat Yangtze-project is strategisch gezien weer wel van een enorme betekenis, omdat je je met een consortium van Nederlandse bedrijven echt aan het positioneren voor een van de belangrijkste projecten in China. Je kunt het vergelijken met wat we hebben in het Rotterdam-Rijngebied, maar dan vier keer zo groot. En wij hebben nu op tijd een voet tussen de deur.''

Veel van die 'contracten' van in totaal 450 miljoen gulden zijn intentieverklaringen. Wat is de waarde daarvan?

“Als je het vergelijkt met de stappen die je zet om een huis te kopen dan is een letter-of-intent nog minder dan een voorlopig koopcontract. Als je die analogie doortrekt is zo'n verklaring vergelijkbaar met dat je je interesse kenbaar maakt voor een huis. Sommige letters-of-intent zijn er meer omdat Chinezen het zo leuk vinden om met een buitenlandse minister een tekenceremonie te hebben.

Je moet het kunnen relativeren. Neem dat project van negen miljard gulden van Shell dat onlangs in Den Haag is gesloten. Daar moet nog onderhandeld worden over specifieke zaken.''

Het resultaat van deze missie noemt u niettemin boven verwachting. Hebben de Chinezen hun eerdere afzeggen willen compenseren met meer orders?

“Dat is moeilijk in te schatten. Want het zit er nog wel in, wat er gebeurd is vorig jaar. Interessant is dat mijn Chinese gesprekspartners het in enkele belangrijke privegesprekken wel naar voren hebben gebracht. Zo van: 'vorig jaar is het heel vervelend gegaan en zo moeten we niet met elkaar omgaan'. Ik probeer dan steeds weer uit te leggen dat wij als Nederland zijn opgetreden als voorzitter van de Europese Unie en dat we ons redelijk gepakt voelen door onze vrienden uit met name Frankrijk. Die hebben ons geholpen de tekst op te stellen van een resolutie waarmee we ons uitspraken over de mensenrechten in China. En vervolgens hebben ze zich ervan gedistantiëerd en stuurden ze Chirac naar China om Airbussen te verkopen.

Wat niet gebeurd is en wat ik absoluut nooit zal doen, is dat Nederland excuses zou gaan aanbieden voor wat er vorig jaar is gebeurd. Ik vind en vond dat Nederland een aantal normen en waarden heeft over de mensenrechten die de economische belangen kunnen overstijgen.''

Wordt China wat die belangen betreft niet wat overdreven belangrijk gemaakt?

“Dat risico zit er wel in. Dit soort missies krijgt heel veel aandacht in tegenstelling tot een missie van staatssecretaris Van Dok naar Noordrijn-Westfalen waarmee bedragen zijn gemoeid die een veelvoud zijn van wat we nu hier in China doen en ooit zullen doen. Van de andere kant is China een andere markt en moet je op de lange termijn denken, dan is het een enorm potentieel.”

Ervaart u een reis als deze als een ontsnapping uit de dagelijkse politiek?

“Ik houd wel contact met de basis, tenminste, met het ministerie van Economische Zaken. Niet met de partij al volg ik wel wat er gebeurt. Maar ik merk wel dat ik nog meer afstand neem dan normaal van de Nederlandse politiek.”

Ook als minister Melkert van Sociale Zaken een fusie voorstelt tussen uw en zijn departement? Kan een minister uit het sociaal-economische deel van het kabinet wel naar het buitenland zolang Melkert in Nederland blijft?

“Zolang Melkert dit soort ideeën lanceert maak ik me nergens zorgen over. Dan had ik nog wel wat langer weg kunnen blijven.