Moedermuizen zonder NE-transmitter laten jongen slingeren

Is er een duidelijke grens tussen aangeleerd en aangeboren gedrag? En hoe is precies het verband tussen erfelijk materiaal en gedrag? Onderzoek door twee biochemici van de Universiteit van Washington in Seattle, Steven A. Thomas en Richard D. Palmiter, heeft een antwoord op deze vragen een stapje dichterbij gebracht.

Ze ontdekten dat muizen die niet beschikken over de neurotransmitter norepinephrine (NE) hun jongen ernstig verwaarlozen. De moedermuizen lieten ze gewoon in het hok rondslingeren in plaats van terug naar het nest te dragen, zoals muizen horen te doen. De muisjes werden ook zelden schoongemaakt, en werden evenmin ontdaan van de placenta, zoals normaal wel gebeurt. (Cell, vol 91, 28 november 1997, p583-592).

De gebruikte knock out-muizen misten door genetische manipulatie het gen Dbh, dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van een eiwit dat nodig is voor de aanmaak van NE. De reukvermogens van de muizen, cruciaal voor herkennen van jongen, waren niet aangetast. Als de moedermuizen door toediening van de NE-voorloper DOPS in staat werden gesteld om tijdens de bevalling NE aan te maken, verbeterde het 'moederlijke' gedrag aanzienlijk. Toediening van DOPS buiten de periode rond de geboorte had geen effect. Maar het effect van toediening in die periode bleef juist lang bestaan: ook bij volgende nesten verzorgden deze muizen hun jongen beter.

Het effect van het ontbreken van het Dbh-gen werd bij toeval ontdekt: de twee onderzoekers uit Seattle waren eigenlijk op zoek naar het effect van de neurotransmitter op het reukvermogen. Dat effect bleek niet te bestaan, maar het snel sterven van het nageslacht van deze muizen was te opvallend om niet te onderzoeken. Er bleek een duidelijke wisselwerking met het gedrag van de jongen te zijn: als de Dbh-loze muizen voorzien werden van jongen die al een paar dagen waren verzorgd door andere 'gewone' muizen, vertoonden de knock out-muizen wel moederlijk gedrag: kennelijk versterken jongen die al gewend zijn verzorgd te worden het verzorgend gedrag bij hun moeder, met of zonder NE. Dbh-loze moedermuizen, die dus op zichzelf ook zonder NE in staat bleken tot verzorgend gedrag, veroorzaken dit versterkende gedrag niet bij hun jongen. NE 'veroorzaakt' dus niet het moederlijk gedrag, maar speelt wel een cruciale rol in de 'programmering' van complexe gedragspatronen.