Marx (1)

De gangbare opvatting onder economen over Marx is, dat hij vooral politieke betekenis heeft en nauwelijks economische. Meestal lees je dat het komt doordat hij de plank gevoelig mis sloeg met zijn voorspelling dat het kapitalisme zou instorten. Dat is niet zo'n goede reden in de economie, waar iedereen de plank de hele tijd gevoelig mis slaat.

Een betere reden is, dat Marx een fout in zijn analyse maakte. Geen klein foutje, maar een blunder. Van de vele economen die beweren dat ze 'Das Kapital' (drie onleesbare delen) met veel plezier gelezen hebben, heb ik nog nooit iemand meegemaakt die dat zelfs maar is opgevallen.

In 'Das Kapital' legt Marx uit hoe ondernemers, onder druk van de concurrentie, in arbeidsbesparende machines gaan investeren. Hoe meer van dergelijke machines er worden ingezet, hoe meer arbeid er wordt uitgeschakeld en hoe verder de loonsom daalt. Daardoor schiet de koopkracht van de arbeiders tekort en de eindprodukten kunnen niet uit de markt worden genomen. Je kunt de ramp van ver zien aankomen: onderconsumptie zal het systeem opblazen. Het is belangrijk om vast te stellen dat de arbeidsbesparende machines - waar het allemaal om draait - bij Marx uit de lucht komen vallen. Er komt geen menselijke arbeid aan te pas.

In de praktijk gaat het natuurlijk anders. Daar worden arbeidsbesparende machines voor een deel door machines, maar voor een deel ook weer met behulp van menselijke arbeid gemaakt. Zodra ondernemers hun uitgaven verschuiven van lonen naar investeringen, neemt het aantal schakels in de opwerking van ruwe grondstof naar eindprodukt toe. Weliswaar is de arbeidsintensiteit per schakel lager dan voorheen, maar er zijn meer schakels en de loonsom over alle schakels opgeteld, komt nog steeds overeen met de waarde van de voortgebrachte eindprodukten. De werkgelegenheid misschien niet, maar de loonsom wel. Dat kun je bewijzen. En je kunt het ook zien, want anders zou het kapitalisme inderdaad allang aan onderconsumptie en overproduktie zijn bezweken.

Het bewijs is geleverd door de Franse econoom Jean Baptiste Say vóórdat Marx geboren werd, in zijn 'Traité de l'Economie Politique' (1803). De conclusie staat bekend als de Wet van Say: elk aanbod schept zijn eigen vraag.