Maandelijkse bloedvatgroei

Bloedvatgroei is bijna altijd beperkt tot uitzonderlijke situaties: kanker, botbreuken, wonden en ziekten als reuma. Er is één uitzondering op die regel. Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd wordt maandelijks in de eierstokken en aan de binnenzijde van de baarmoeder een goed doorbloed weefsellaagje opgebouwd en - als er geen bevruchting plaatsvindt - weer afgebroken. Deze angiogenese en de daarop volgende apoptose van alle nieuwgevormde bloedvaatjes staat onder hormonale invloed.

De groeifactoren VEGF en angiotensine-1, en de remmende factor angiotensine-2 blijken in verschillende fasen van de menstruele cyclus hun rol te spelen. De rijping van een eitje in een eileider gaat gepaard met bloedvatvorming die op zijn hoogtepunt is als het rijpe eitje is uitgeworpen en het progesteronproducerende corpus luteum achterblijft. Om te meten waar de groeifactoren voorkomen werd in een eileider van de rat de concentratie messenger-RNA van de drie groeifactoren bepaald.

Het follikel met rijpende eicel scheidt VEGF (geel in tekening) af, op plaatsen waar op dat moment nog geen bloedvaten aanwezig zijn (A). Vlak voor de ovulatie is rond de gevormde bloedvaatjes angiotensine-1 (ang-1, groen) actief (B). Waarschijnlijk rijpen de nieuwe bloedvaatjes uit onder invloed van ang-1. De bloedvatvorming bereikt zijn hoogtepunt enkele uren na de eisprong (C). In een eileider waar een niet gerijpt follikel wordt afgebroken (D) is angiotensine-2 (zwart) massaal aanwezig om bloedvaten op te ruimen.