Lokale democratie boekt kleine winst

Net als vier jaar geleden is de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen gedomineerd door landelijke politici. Maar dit keer komen de lokale politici sterker naar voren.

DEN HAAG, 28 FEBR. Bij de PvdA maakten ze zich twee weken geleden nog bijzonder vrolijk over VVD-leider Frits Bolkestein. Die was in sociaal-democratische ogen flink bezig de gemeenteraadsverkiezingen te misbruiken voor zijn eigen nationale Bolk-show. Tijdens een gemeenteraadsmanifestatie in Roermond had hij Saddam Hussein voor de laatste maal gewaarschuwd. In Rotterdam, in een gesprek met Radio-Rijnmond, had Bolkestein niet eens de naam van de VVD-lijsttrekker in de Maasstad weten te noemen. Het oogde allemaal weinig lokaal, eerder nationaal en zelfs internationaal.

Nee, dan de PvdA. Bij haar was de lokale democratie veilig. Minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), veelvuldig op campagne, diende zich terughoudend op te stellen. Hij moest zijn werkbezoeken vooral gebruiken om ervan doordrongen te raken hoe afhankelijk hij was van lokale overheden bij de vormgeving van zijn Melkert-banen. Verder zou het kanon Wim Kok slechts spaarzaam worden ingezet in deze campagne. De PvdA had de grote druk van lokale afdelingen weten te weerstaan die de populaire leider wilden inzetten voor de jacht op een paar extra raadszetels. Ook uit electoraal oogpunt lag deze terughoudendheid voor de hand. Immers, de zogeheten 'premier-bonus' levert het meeste op als Kok zoveel mogelijk in zijn Torentje blijft, hoog boven de partijen zwevend.

Maar een week geleden ging het mis. Er kwam in de partij kritiek op Kok, juist wegens datzelfde premierschap. Dat maakte hem te bleek, te weinig herkenbaar, te weinig sociaal. En dus werd kanon-Kok het Torentje uitgereden. Maandagavond, in Hoorn, keerde hij zich ouderwets tegen de VVD die weer eens een te weinig sociaal verkiezingsprogramma geschreven zou hebben. Een dag later nam Kok tijdens een werkbezoek in Amsterdam VVD-coryfee Hans Wiegel op de korrel. Die had hem verweten als premier de regie kwijt te zijn. “Flauw”, vond Kok.

Zo kon het inmiddels van vorige campagnes beruchte gehakketak beginnen dat door de media, inclusief deze krant, in ruime mate werd opgetekend: wie is er nou eigenlijk sociaal, wie is nu waarover de regie kwijt, etcetera, etcetera. Landelijke politici, vrij wegens het krokusreces van de Tweede Kamer, zwermden uit over marktpleinen en winkelstraten, geliefd jachtterrein voor campagnevoerders. Plaatselijke lijsttrekkers mochten mee in de karavaan, dat nog wel. Maar het waren vooral de landelijke kanonnen, ingeleid met soms schetterende promotiefilmpjes van de landelijke campagnebureaus, die de aandacht trokken. “Ik ga aanstaande woensdag op u stemmen”, hoorde bijvoorbeeld Dries van Agt van een oudere kiezer, toen de oud-premier zij aan zij met CDA-leider De Hoop Scheffer haring uitdeelde in Nijmegen.

Net als vier jaar geleden, toen de gemeenteraadsverkiezingen ook voorafgingen aan de landelijke verkiezingen, eindigt de campagne als een generale repetitie voor de Kamerverkiezingen van 6 mei. Kok en Bolkestein beleefden de afgelopen weken hun eerste slagenwisselingen. D66-lijsttrekker Borst speelde daar meteen op in door haar rol van wijze bemiddelaarster tussen de vechtende haantjes van PvdA en VVD te spelen. En CDA-leider De Hoop Scheffer meldde in zijn toespraken dat “wij ons lesje in nederigheid geleerd hebben”, en dat het herstel van het CDA begonnen is, zoals hij deze week zei in de veilinghal van de Westlandse bloemenveiling in Honselersdijk.

Maar anders dan vier jaar geleden boekt de lokale democratie nu ook enige winst. In tegenstelling tot dit jaar werd de gemeenteraadscampagne van toen volledig overschaduwd door landelijke kwesties. Met name CDA en PvdA poogden destijds wanhopig het grote verlies als gevolg van de debacles met AOW en WAO te beperken. PvdA-coryfeeën zoals de toenmalige voorzitter Felix Rottenberg spanden zich tot het uiterste in om de overloop van uit hun achterban in oude woonwijken naar lokale partijen en extreem-rechts te stuiten. Vergeefs: deze beide categorieën partijen beleefden in 1994 een spectaculaire opmars.

De opiniepeilingen wijzen nu uit dat de steun van de extreem-rechtse partijen nu inzakt. De lokale partijen daarentegen, die in 1994 veelal als protestpartijen werden afgeschilderd, zijn blijvertjes. Volgens de peilingen boeken de lokale partijen lichte winst ondanks hevige kritiek van politici als Kok en Bolkestein op hun functioneren. Deze partijen profiteren van de sympathieke verslaggeving door regionale radio en televisie die vaak weinig moeten hebben van landelijke politici die 'even langskomen'. 'PvdA raast door Delfshaven', kopte bijvoorbeeld het Rotterdams Dagblad op 25 februari boven een verslag van een bezoek van PvdA-fractieleider Wallage aan deze Rotterdamse deelgemeente.

Meer dan in 1994 ook manifesteerden zich enkele lokale grootheden binnen de gevestigde partijen, bijvoorbeeld in Amsterdam. Woensdagavond deed zich daar een aardige tegenstelling voor tussen de politieke opvattingen van VVD-wethouder Pauline Krikke en VVD-minister Gerrit Zalm. Krikke vertelde hoe in Amsterdam gewerkt wordt aan beleid waarbij huurwoningen voor minima worden omgezet in goedkope koopwoningen. Ook de laagste inkomens moeten een koopwoning kunnen krijgen, vindt de links georiënteerde hoofdstedelijke tak van de liberalen. Maar Zalm verklaarde even later doodleuk dat het risico voor minima een koopwoning te kopen wat hem betreft te groot is.

In grote steden als Amsterdam en Rotterdam deden zich zulke botsingen al eerder voor, maar daar zij nu enkele steden bijgekomen. Wat dat betreft leverde Groningen een aardig contrast op. Enerzijds demonstreerde PvdA-lijsttrekker Willem Smink hoezeer lokale politici er zelf toe bijdragen dat lokale en landelijke campagnes in elkaar vervlochten kunnen raken. Hij ging de boer op met de kreet: 'Op 4 maart Willem, op 6 mei Wim'. Anderzijds eiste D66-coryfee en wethouder Henk Pijlman juist nadrukkelijk een rol voor zichzelf en de lokale D66-afdeling op. “Kijk wat wij in Groningen hebben bereikt”, zei Pijlman donderdagavond, en hij somde voorbeeld na voorbeeld op terwijl de 'partij-vips' Borst en Van Mierlo zwegen en toekeken.

Zulke staaltjes van lokaal politiek bewustzijn binnen de gevestigde partijen blijven echter schaars. Op menige bijeenkomst van de afgelopen weken bleef onduidelijk wat de wethouders van de grote partijen de afgelopen vier jaar op hun concurrenten hebben weten te bevechten. Natuurlijk, de VVD in Enschede had weer hard geknokt tegen een dreigende verhoging van de onroerendezaakbelasting, meldde haar lijsttrekker trots maandagavond op een grote campagnebijeenkomst in Zwolle. “Maar dat doen ze al jaren”, meesmuilde een lokale liberaal uit Hengelo in de zaal.

Zolang de lokale politici van CDA, PvdA, VVD en D66 niet weten aan te geven wat zij de afgelopen periode op hun concurrenten hebben veroverd, zal nationalisering van de gemeenteraadsverkiezingen onontkoombaar blijven, verwacht de Tilburgse hoogleraar bestuurskunde P. Tops. “Nationalisering is onvermijdelijk zolang gemeenteraadsverkiezingen aan Kamerverkiezingen voorafgaan. Maar als de volgorde andersom is, zoals in 1990, worden de gemeenteraadsverkiezingen saai en klaagt iedereen over een lage opkomst.”