Lege doos

AFGELOPEN MAANDAG brak Herbert Blankesteijn elders in deze krant een lans voor de NC, de simpele, goedkope netwerkcomputer voor het brede, niet zo veeleisende publiek. Die NC was een ideetje van Larry Ellison, die baas van Oracle is en daarmee een gezworen vijand van Microsoft. Een machine van hooguit $500 die Ellisons moeder moeiteloos moest kunnen bedienen.

Zo'n machine zou bijvoorbeeld zelf geen dure harde schijf hebben, maar het Internet als zodanig gebruiken. Programma's en de gegevens die de gebruiker zelf daarmee maakt, zouden ergens op een server op het net worden opgeslagen, en op afroep beschikbaar zijn. Dat zouden geen overladen kerstbomen zijn als Word en Excel, die je nu overal op de PC aantreft, maar simpele, beperkte en overzichtelijke programmaatjes. Net wat de eenvoudige gebruiker nodig heeft, en niks meer. En ook net wat in een aanvaardbare tijdsspanne te downloaden is.

Blankesteijn denkt daarbij aan programma's als het oude Wordperfect 5.1, dat in zijn geheel op twee floppy's paste, geen Windows nodig had, en waar je toch gemakkelijk alles mee kon doen. Vervolgens verbaast Blankesteijn zich erover dat er nu, zo'n anderhalf jaar nadat Ellison zijn ballonnetje opliet, weliswaar apparaten op de markt verschijnen die in de verte iets van die gedroomde NC weghebben, maar dat die toch weer bijna even duur zijn als een volwassen PC.

Maar is dat wel zo verbazingwekkend? Misschien wel in Blankesteijns wat nostalgische optiek. Wat hem betreft kan de NC niet kaal genoeg zijn. Eigenlijk is zelfs een kleurenscherm overbodige onzin. Maar geen fabrikant die hem daarin zal volgen. Juist als je over het algemene, brede publiek praat, is een computer zonder kleuren en zonder uitgebreide voorzieningen voor geluid onmogelijk te slijten. De huidige NC's verschillen daardoor eigenlijk alleen van PC'S door het ontbreken van een harde schijf. Wat Blankesteijn voor ogen staat is ook allerminst een computer voor de brede massa, maar een betrouwbaar en pretentieloos stuk gereedschap voor de journalist. Vroeger heette dat een schrijfmachine: kon je alles mee op het gebied van kale tekst, en met het befaamde IBM-bolletje had je zelfs verschillende lettertypen. Alleen corrigeren en plak- en knipwerk was er een stuk lastiger mee, maar daar stond weer tegenover dat het werken met verschillende bladspiegels een fluitje van een cent was, evenals het invullen van voorgedrukte formulieren. Probeer dat laatste maar eens met de computer!

Die functionaliteit staat echter mijlenver af van de eisen die een gewone burger aan computers stelt, wil hij hem ook echt voor allerlei taken kunnen en willen gebruiken. Blankesteijn vond Wordperfect gemakkelijk, maar hij vergeet dat hij wel al die hopeloze functietoetsen uit zijn hoofd kende, codes in een onderwaterscherm had leren lezen, en dat ook regelmatig moest, als om onnaspeurlijke redenen de tekst weer eens fors uit de marge knalde. Dat zijn allemaal dingen waar zijn 'consument met bescheiden behoeften' allerminst behoefte aan heeft.

Wat zouden die bescheiden behoeften dan wel zijn? Af en toe een nette brief schrijven misschien. Eens per jaar een uitnodiging voor een feestje of verjaardag. De belastingaangifte doen. Spelletjes, natuurlijk. En op een plezierige en handige manier het Internet gebruiken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan hoe in Frankrijk de Minitel functioneert. France Telecom geeft al jaren geen telefoonboeken meer uit. De Fransman raadpleegt zijn Minitel. Wat er op termijn zeker ook komt is de koppeling van computer en radio en tv. De computer moet dan dienst doen als omroepgids en kanalenkiezer.

Dit zijn allemaal heel basale dingen, maar het zijn stuk voor stuk dingen waar de NC ten enen male ongeschikt voor is. Neem nou dat incidentele briefje. Wie maar af en toe schrijf heeft geen routine, en weet nauwelijks iets uit het hoofd over de bediening van het programma dat hij gebruikt. Dus moet de bediening extreem eenvoudig en doorzichtig zijn. Aan een interface die daaraan in de verste verte voldoet zijn we nog lang niet toe. Windows lijkt er niet eens op. Dat is vooral een manier om computerprogramma's op ouderwetse, beperkter machines te laten lijken, waar we ook maar moeizaam mee omgaan: panelen vol knoppen en menu's, dat kennen we van die gesel van de huishouding, de videorecorder. Oudere interfaces, zoals DOS, zijn nog veel erger. Eerder moet je denken aan iets waar in elk geval spraakherkenning en synthetische spraakproductie aan te pas zal komen, en touch-screens, en dan nog heel wat waar we nu geen weet van hebben. De interface zal een stuk intelligenter moeten worden, wil hij het de niet-zo-geoefende gebruiker echt gemakkelijk maken. En al die intelligentie moet ingebouwd in hardware en software. Dat betekent niet een eenvoudiger computer, maar juist een ingewikkelder, duurder apparaat.

En dan dat briefje zelf, en die uitnodiging. Het zijn maar een handvol dingen per jaar, maar de gebruiker wil wél alles precies zo kunnen maken als hij wil. Hij heeft alleen iets aan de computer als die tenminste zo flexibel is als pen en papier, maar dan veel netter. Ook dat wijst niet in de richting van simpeler software in de zin van kleiner. Het wijst op een macht aan mogelijkheden, maar zo ingebed dat een kind de was kan doen.

Spelletjes eisen nu al veel op het grafische en auditieve vlak, en dat zal snel erger worden. Dat geldt eens te meer naarmate omroep en computer verder zullen versmelten. En dan de Minitel-achtige functies, zoals adressen en telefoonnummers zoeken. Absolute voorwaarden voor dit soort kleine net-taken is een onmiddellijk startende computer. Tien seconden wachttijd, en het telefoonboek is al sneller. Microsoft heeft dat uitstekend gezien, en werkt hard aan zo'n systeem, met vallen en opstaan. Maar ook dat maakt de computer ingewikkelder en vooralsnog duurder.

Die NC, de in het net geïntegreerde computer voor de massa, zal er wel komen, maar het wordt geen lege doos. Het wordt een multimediale bullebak waar de huidige topapparaten heel bleekjes bij afsteken. Alleen, je zult het er niet aan afzien, en je zult van al die techniek veel minder merken dan nu.