Koper wil anoniem blijven; 'Behoud doek Cézanne is een mirakel'

ROTTERDAM, 28 FEBR. Is het een man? Is het een vrouw? Gaat het om meerdere personen of rechtspersonen? Er waren volop vragen, maar ze moesten bijna allemaal onbeantwoord blijven, gistermiddag in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Daar werd het nieuws bekend gemaakt dat het schilderij Landschap bij Aix met de 'Tour César', dat Paul Cézanne rond 1895 schilderde, in Nederland blijft.

Ook staatssecretaris Nuis (OCW), die er de afgelopen weken niet in was geslaagd de vijftien miljoen gulden te vinden die het schilderij moest kosten, was naar Rotterdam gekomen om blijk te geven van zijn blijdschap. Maar zelfs hij wist niet wie de koper was.

Misschien was hij of zij gistermiddag wel aanwezig in zaal 36, waar in de nacht van donderdag op vrijdag haastig een kleine tentoonstelling rond de Cézanne was ingericht. Ook die vraag kon bevestigd noch ontkend worden door J.M. van der Vorm, de enige aanwezige die wél op de hoogte was van de identiteit van de koper. De anonymus heeft de Cézanne voor onbepaalde tijd in bruikleen gegeven aan de Stichting Van der Vorm, die het schilderij op haar beurt heeft uitgeleend aan het museum. Hoeveel er voor het doek betaald is, blijft in nevelen gehuld.

Het schilderij was donderdag in het geheim teruggekeerd naar het Boijmans, waar het in 1995 door de vorige eigenares, A.H.K. Boerlage-Koenigs, was weggehaald. Boerlage-Koenigs, die het schilderij in 1981 in bruikleen aan het museum had gegeven, was van plan het te verkopen. Nuis mocht als eerste een bod doen, omdat het doek staat op de lijst die hoort bij de Wet tot Behoud Cultuurbezit. Het geldt daarom als 'uniek en onvervangbaar' Nederlands kunstbezit. Nadat de eigenaresse Nuis' bod van 6,5 miljoen gulden had afgewezen, stapte de staatssecretaris naar de rechter, die de prijs vorige maand op vijftien miljoen gulden bepaalde. Nuis liet begin deze maand weten dat niet te kunnen betalen.

In een uiterste poging de Cézanne terug te krijgen, heeft het Boijmans nog geprobeerd het doek samen met het Van Gogh Museum in Amsterdam te kopen, onthulde Boijmans-directeur Chris Dercon van gisteren. Maar alle reddingsacties, ook die van de Vereniging Rembrandt, die bereid was een half miljoen bij te dragen, leken vergeefs. Tot zich twee weken geleden de anonieme weldoener meldde. Gisterochtend stond nog niet vast dat de koop door zou gaan. Deze werd pas definitief nadat om een uur of negen was vastgesteld dat het doek nog in goede staat verkeerde. “Een mirakel is geschied”, aldus Dercon.

“Ik moet de wens van de koper of kopers om anoniem te blijven respecteren”, was alles wat J.M. van der Vorm kon zeggen over de wijze waarop dat wonder tot stand was gekomen. Hij is secretaris en penningmeester van de stichting die is vernoemd naar zijn oud-oom Willem van der Vorm (1873-1957), een Rotterdamse zakenman en kunstverzamelaar. Zijn collectie, met werken van onder anderen Rubens, Rembrandt en Steen, werd door de stichting in 1972 in bruikleen gegeven aan het Boijmans.

Directeur Dercon sprak de hoop uit dat de Cézanne-affaire de politiek doet besluiten tot het vormen van een nationaal fonds voor dit soort grote aankopen.“Politici kunnen ons niet op pad blijven sturen voor inzamelacties en bedeltochten. En we kunnen niet allemaal exposities maken met spulletjes van Alessi, of over katten”, zei hij, verwijzend naar een tentoonstelling die onlangs werd geopend in de naburige Kunsthal.

Dat fonds moet er komen, zei ook Nuis. “Het moet deze zomer bij de formatie geregeld worden.” De Rotterdamse cultuurwethouder Kombrink had 's morgens de krant gelezen en adviseerde Nuis toch al sneller eens met minister Zalm van Financiën te gaan praten. “Als Rotterdam 1,8 miljard kon verdienen met een veiling van frequenties voor mobiele telefonie, dan zouden we daarvan zeker wat voor cultuur reserveren.”