Indonesische vrouwen keren zich tegen machtige mannen; Babymelk als politiek wapen

Sterrenkundige Karlina Lektono en filosofe Gadis Arivia gingen deze week voor het eerst in hun leven de straat op. Het protest gold de prijs van babymelk, maar was in werkelijkheid gericht tegen de heersende machtselite van de belegerde Soeharto. 'Er moet iets revolutionairs gebeuren.'

Ze zien er geen van beiden uit als typische barricadebouwers, met hun goedverzorgde uiterlijk en hun merkkleding. Gadis Arivia is docent filosofie en vrouwenstudies aan de Universitas Indonesia en hoofdredacteur van Jurnal Perempuan, de Opzij van Indonesië. Karlina Lektono, is adjunct-hoofdredacteur van hetzelfde kwartaalblad, en een bekendheid omdat zij de eerste vrouwelijke sterrenkundige is van het land. Karlina doceert ook filosofie aan de universiteit en is onderzoeker op het Agentschap voor Onderzoek en Toepassing van Technologie. Dat is het onderzoeksinstituut van dr B. J. Habibie, de omstreden minister van Wetenschap en Technologie.

De twee vrouwen besloten twee weken geleden op een zondagochtend tijdens een telefoongesprek dat er actie moest worden ondernomen. Indonesië is in acht maanden tijd veranderd van een Tijger-economie in een economisch rampgebied. De roepia is 75 procent in waarde verminderd, het bedrijfsleven is door de grote buitenlandse schuld technisch bankroet, internationale investeerders hebben zich razendsnel uit het land teruggetrokken.

De prijzen van eerste levensbehoeften als rijst, melk, eieren, soja, meel, en suiker zijn verviervoudigd en miljoenen Indonesiërs zijn op straat komen te staan. Woedende menigten hebben op zeker twintig plaatsen winkels geplunderd en in brand gestoken, uit protest tegen de enorme prijsstijgingen. In een paar weken tijd ging de prijs van een blik melk omhoog van 19.000 naar 42.000 roepia (ongeveer van vijf naar ruim tien gulden). Gadis Arivia heeft zelf een baby van negen maanden - die elke week zo'n blik melk nodig heeft. “Ik dacht: als ik al moeite heb om dat op te brengen, hoe staat het dan met vrouwen die helemaal geen inkomen hebben of nauwelijks iets verdienen? Toen zijn we via vrienden en kennissen geld gaan inzamelen om iets voor die andere moeders te doen.”

In twee dagen tijd hadden ze duizend dollar bij elkaar. Ze kochten er melk van en deelden bonnen uit via gezondsheidscentra waar meestal moeders met babies komen die weinig geld hebben. Met die bonnen konden de vrouwen melk kopen voor minder dan de helft van de prijs in de winkel. Binnen drie dagen was de voorraad op. Om hun melkactie ruimere bekendheid te geven, besloten Lektono en Arivia de straat op te gaan. Ze hadden afgelopen maandag wat dat betreft een primeur: niet eerder zijn vrouwen in Indonesië de straat opgegaan om te protesteren. Dat was niet zonder risico: de regering heeft op het uitbreken van de voedselrellen gereageerd met meer repressie. Zeker vijf mensen zijn doodgeschoten en tientallen gewond geraakt toen het leger recentelijk het vuur opende op plunderaars in verschillende steden.

“We wisten heel goed dat er een samenscholingsverbod geldt, en we wisten dat we gearresteerd zouden worden. Daarom goten we ons protest in de vorm van moeders die bidden om melk”, zegt Gadis Arivia. Karlina Lektono voegt daar geëmotioneerd aan toe: “Maar ze hebben ons behandeld als de eerste de beste criminelen. We zijn twaalf uur lang zonder onderbreking ondervraagd door de zedenpolitie. Dat vond ik zeer beledigend.”

De afgelopen maanden is de oppositie tegen de Nieuwe Orde van president Soeharto (76) toegenomen. Hij is tot nu stoïcijns doorgegaan met het behartigen van de zakelijke belangen van zijn clan en aanverwante zakenlieden, door het in oktober vorig jaar te hulp geroepen Internationaal Monetair Fonds aan het lijntje te houden. En hij wil doorgaan met regeren. Daartoe zal het duizendkoppige Volkscongres, dat morgen bijeenkomt voor een elf dagen durende vergadering, Soeharto voor de zesde keer aanwijzen als president. Voor het vice-presidentschap is slechts één kandidaat genomineerd: minister B. J. Habibie, die zo de potentiële opvolger wordt van de inmiddels bejaarde Soeharto.

Moslim-leider Amien Rais en de afgezette voorzitter van de Partai Demokrasi Indonesia (PDI) Megawati Soekarnoputri, de dochter van Soekarno, hebben zich opgeworpen als tegenkandidaten voor het presidentschap. En dat is nog niet eerder vertoond in een land waar kritiek op de president wordt beschouwd als een misdaad waar in uiterste instantie de doodstraf op staat.

Maar deze oppositie heeft geen brede steun gekregen. Ook Karlina Lektono en Gadis Arivia kregen uiteindelijk slechts twaalf vrouwen bij elkaar - de politie hield twee bussen met veertig vrouwen en kinderen tegen die op weg naar de demonstratie waren. “Iedereen is te bang om iets te doen”, verklaart Karlina. “We hebben hier slechts één persoon die alles beslist: Soeharto. Dat is onderdeel van de Javaanse cultuur. Hij is de vorst met absolute regeermacht. En het volk is bevreesd om de toorn van de koning op te wekken. Maar we zijn op een punt gekomen dat we willen opkomen voor onze morele overtuiging dat dit verkeerd is.

“Begin januari sloeg de hele bevolking van de grote steden aan het hamsteren. Er was een moeder, een middenklasse-moeder, die een kind van twee jaar had en bang was dat zij haar kind niet meer zou kunnen voeden. Dus kocht zij een voorraad poedermelk die voldoende was voor twee jaar! Zonder te letten op de uiterste houdbaarheidsdatum. Als je zoiets hoort dan doet dat pijn. Want je weet dat er tienduizenden moeders zijn die niet in staat zijn om één pak melk te kopen voor hun baby. We wilden de vrouwen uit de middenklasse ervan bewust maken dat ze niet moeten hamsteren. De prijzen worden gigantisch opgedreven, buiten het bereik van de armen.”

Toch ging het u kennelijk niet om melk alleen. In een persverklaring spreekt u van het gewone volk dat het slachtoffer is van een belangenconflict tussen de machtselite, boze zakenimperia die hun belangen verdedigen en een middenklasse die in verwarring is. En u roept vrouwen op daartegen in verzet te komen.

Gadis: “Natuurlijk gaat het om die boodschap. En op zichzelf stuitte de gekozen actievorm mij tegen de borst. Ik haat het om te moeten terugvallen op traditionele gezinsschema's. Maar als we ons als feministen gepresenteerd hadden, hadden we geen schijn van kans gehad.”

Karlina: “De overheidsideologie ten aanzien van de positie van vrouwen is nog zeer traditioneel. Officieel is er wel gelijkheid tussen de seksen. Maar de rol van de vrouw is een afgeleide van die van haar man. Het bekendste voorbeeld hier is de enorme organisatie van de echtgenotes van ambtenaren, Dharma Wanita (Plicht der Vrouwen, red.). En op het platteland regelt de staat de positie van vrouwen door gezinsprogramma's waarin gezegd wordt hoe moeders hun gezinnen moeten verzorgen. Het ironische is dat Indonesische vrouwen van oudsher krachtige figuren zijn. Eeuwenlang hebben zij gewoon gewerkt. De ideologie van de Nieuwe Orde, Dharma Wanita en de gezinsprogramma's plaatsen vrouwen in een ondergeschikte positie.”

Gadis: “We hebben de moedersymboliek om puur strategische redenen gekozen. Het privé-domein is voor vrouwen, terwijl het publiek domein toebehoort aan de mannen. Maar het spel in dat publieke domein, waar al die mannelijke ego's rondhollen, is een killing game geworden. Voor vrouwen is het geen spel. Zij moeten kiezen of er tofu of tempe op tafel komt, want voor vlees is er natuurlijk geen geld. Dit waren altijd micro-problemen. Maar micro is nu macro geworden. Dat hebben we allemaal goed overwogen. We hebben ervoor gekozen geen politieke retoriek te gebruiken, maar om terug te vallen op de moederrol. We hebben met opzet gekozen voor dubbelzinnigheid: de politie ziet moeders die bidden om melk. Maar ondertussen zenden we andere boodschappen uit. Tijdens ons verhoor heeft de politie wel geprobeerd ons te koppelen aan allerlei politieke bewegingen, maar dat lukt niet omdat die koppeling er eenvoudigweg niet is.”

Maar wat moet er volgens u precies veranderen om als het ware de babymelk veilig te stellen?

Karlina: “We hebben hervormingen nodig in onze economie. Dat staat vast. Want deze economische crisis wordt alleen maar erger. Maar de economie is hier door de immense zakelijke belangen van de machtselite ook politiek. Daar zijn ook hervormingen nodig. Ik geloof dat de meerderheid van de Indonesiërs de buik vol heeft van alle corruptie en nepotisme. Maar daar wordt alleen binnenskamers over gesproken. Iedereen is bang te worden beschuldigd van 'ongrondwettelijk handelen'. Het hele systeem moet worden veranderd. Dat betekent dat er iets revolutionairs moet gebeuren. Als je alleen de mensen vervangt, zonder het systeem te veranderen, zal er geen verbetering optreden.”

Gadis: “Ik hoop dat onze actie ervoor heeft gezorgd dat meer mensen voor hun mening uit durven komen. De middenklasse in dit land heeft het te goed gehad de afgelopen twintig jaar. Door hun comfortabele leven waren zij niet geïnteresseerd in politiek. Bovendien vonden ze het politiek systeem afschrikwekkend. Maar de crisis zorgt er nu voor dat ook hun belangen worden aangetast. Misschien dat onze groep Bezorgde Moeders de middenklasse er bewust van maakt dat verzet nodig en mogelijk is. Tevoren hebben we veel welvarende vrouwen gebeld met het verzoek om mee te doen. Maar zij antwoordden meestal dat ze het doel heel sympathiek vonden, maar niet de straat op wilden. Natuurlijk: zij hebben hun eigen belangen. Maar na de actie zijn wij door veel van die vrouwen gebeld. Nu zijn ze wel bereid de straat op te gaan omdat ze gezien hebben dat het kan.”

Bent u zelf niet representanten van die middenklasse, die tot nu toe zo comfortabel achterover heeft geleund, ondanks alle misstanden?

Karlina: “Mensen zullen mij wel tot de middenklasse rekenen. Maar zo definieer ik mezelf niet. Maar los daarvan vind ik dat ik veel geluk heb gehad om te kunnen studeren en te werken aan een proefschrift. Dat is een grote luxe voor een Indonesiër. Helemaal als je een vrouw bent. Terwijl de meeste vrouwen een dagelijkse strijd om het bestaan moeten leveren, kon ik mij buigen over astrofysica, kosmologie en filosofie. Dit zijn luxe-onderwerpen, daar had ik wel moeite mee. Ik geniet als eerste vrouwelijke astronoom een zekere bekendheid en dat geeft je een bepaalde verantwoordelijkheid.”

Gaat die verantwoordelijkheid zover dat je moet riskeren je baan te verliezen of in de gevangenis te belanden?

Gadis: “Natuurlijk zijn er risico's voor je baan. Het systeem is repressief, ook op de universiteit. Wij docenten worden geacht geen andere onderwerpen buiten de lesstof te bespreken, en zeker geen politiek. Als docenten zich daar niet aan houden krijgen ze een negatieve evaluatie met als gevolg dat promotie moeilijk wordt. Nummer 1 op het evaluatie-formulier is loyaliteit aan de ideologie van de staat. Maar de jonge generatie docenten trekt zich daar niets van aan. Wij vertellen onze studenten nu dat ze in actie moeten komen en dat ze voor hun mening moeten uitkomen. Wat is het waard om binnen dit systeem carrière te maken?”

En u, Karlina? U valt rechtstreeks onder minister Habibie, die onlangs een reprimande uitdeelde aan negentien wetenschappers die hadden verklaard dat het tijd is voor een nieuwe president. Heeft u al iets gehoord van uw baas?

Karlina: “Nee, nog niet. Maar ik heb een heel nauwe persoonlijke band met Habibie. Ondanks alle negatieve beeldvorming over hem, dat hij monomaan zou zijn en machtsbelust, is hij privé ook een allerbeminnelijkste man. Hij zegt altijd tegen mij: 'Ik heb geen dochter. Dat ben jij'. En ik zie hem ook als een vaderfiguur. Dat maakte het voor mij extra moeilijk om in verzet te komen.”

Habibie is degene die aan het hoofd staat van het prestigieuze project waar gebouwd wordt aan een eigen Indonesisch straalvliegtuig. In de loop der jaren is er een miljard dollar aan gespendeerd. Daar kunt u veel babymelk voor kopen.

Karlina: “Ik weet het. We hebben er nooit echt over gediscussieerd. Na die actie voel ik me ten opzichte van Habibie als een ondeugende dochter. Toch geloof ik dat de tijd gekomen is om dit te doen. Als je ervan overtuigd bent dat dit het enige juiste is, dat dit je morele bezwaren zijn, dan kun je niet anders. Dit is voor mij het eindpunt van een langdurig proces. Op de dag voordat ik promoveerde in november vorig jaar, heb ik al gevraagd of ik weg mag bij het onderzoeksinstituut van Habibie. Maar het blijft een grote stap om echt verzet aan te tekenen. Ik heb tevoren mijn familie ingelicht. En het mijn man gezegd. Hij heeft gezegd dat het mijn keuze is en dat hij weet dat hij er niets tegenin kan brengen.”